Te laat

Ze stappen voor me de bus uit.
Achter hen loop ik naar mijn huis.
Hij sjokt voetje voor voetje, met zijn ene arm leunend op een stok, zijn andere arm gehaakt in de hare.
Ik haal ze niet in, ik loop ook niet snel.

 

Als hij ineens stopt, vertraag ik ook.
Op gepaste afstand, dat wel maar toch hoor ik hen praten.
Hij kijkt haar aan, hijgt: ‘Ik ga stoppen.’
Ze reageert als gestoken: ‘Met roken?’
Hij knikt: ‘Maar nou echt.’
Vinnig zegt ze: ‘Dat heeft nou geen enkele zin meer hoor, het is al veel te ver heen zei die dokter toch. En trouwens, je bent niet te genieten als je niet rookt, dat trek ik niet nog een keer dus rook nou maar lekker door.’
Ze klinkt zo boos, zo bezeerd.
Hij zucht, grijpt haar elleboog, langzaam lopen ze verder.
Haar schouders gespannen hoog, de zijne moedeloos laag.
Bij hun achtertuin staan ze stil, hij leunt tegen de schuurmuur, zij opent het hekje, pakt zijn elleboog, leidt hem naar binnen.
Doet het hekje op slot.

 

Als ik mijn achtertuin in kom, ga ik zitten.
Het motregent, ik merk het niet.
Met natte wangen staar ik naar de paarse pluimen van de vlinderstruik.
28-7-2025

Zelfkennis

Ik hou ze haast niet in bedwang bij
het gebral van bejaarde kleuters en
nonsens debiterende betweters:
mijn lange tenen, lekkende traanbuizen
vileine invallen, spontaan gespuwde
gal, quasi kokhalzen, eisende
wijsvinger en verticale middelvinger:

 

hun splinters bezeren me meer
dan mijn eigen blinde balk

 

25-7-2025

Ma chère Lisette

Het thema van de schrijfopdracht (#568) van Schrijven Online deze week is: ‘Penvriend’, schrijf een kort verhaal waarin het zwaartepunt kan zijn dat een ontmoeting niet door kan gaan, of dat de schrijver lijdt onder huiselijk geweld of is gediagnostiseerd met een levensbedreigende ziekte.’
Mijn fantasie ging met alle drie facetten aan de haal:

 

Ma chère Lisette,

 

Ik zag je berichten maar kon niet reageren. Als hij tijd heeft, maakt Piet mijn smartphone. Daarom deze keer een ouderwetse papieren brief.
Best moeilijk met een dicht rechteroog en een pols in het gips. Gisteren liep ik door een glazen tussendeur, stom hoor.
Links schrijven valt tegen, kan je het lezen?
Piet belooft om te corrigeren wat onleesbaar is, voor hij deze brief post.

 

Hier alles goed. Voel me vaak moe.
We kunnen je bezoek misschien beter uitstellen, Piet vindt logés nu te druk voor me. Hij zorgt zo goed voor me.
Jammer hè, misschien volgend jaar?

 

Adieu

 

Laura

 

 

24-7-2025

Op de mat

Een envelop met een hartje, een meisje is geboren.
Een envelop met een grijze rand, een moeder is doodgegaan.
Niet onverwacht: allebei namen ze een aanloopje van een maand of negen.
Een roze kaart met woorden van welkom.
Een beige kaart met een zachte foto van een mooie vrouw en woorden van verdriet.
Ze mengen moeiteloos met de helwitte omhulsels van een neurologie afspraak, mijn nieuwe Museumkaart en een maning tot het beter scheiden van afval op straffe van een hogere afvalstoffenheffing.

 

Het leven ligt op mijn mat: geboorte en dood, aandoeningen, cultuur en afval.

 

Inspiratie: deze week is het thema van de Schrijfopdracht (567) van Schrijven Online: Brievenbus

 

16-7-2025
Dit verhaal werd op 18 juli in de schijnwerpers gezet door de Facebook pagina Ultrakorte Verhalen (van Schrijven Online) als een van de vijf leukste/opvallendste  ultrakorte verhalen van de afgelopen week

 

eigenaarschap

tijd bouwde tiny houses in mij van
verzameld oud zeer gevonden op
plaatsen die al lang niet meer bestaan maar
af en toe nog opdoemen bij het zien van
argeloze voorbijgangers met een te
bekende blik of geur of stem

 

tot vorige week mijn brein het heft
in handen nam, versteende schaamte en
overjarige schuld hun schuilplaats uit
schopte hen met chirurgische
precisie los sneed uit mij en

 

gebood los op! waarna ik hen zonder
maren dumpte bij het grofste vuil
nu zie ik hun verbleekte slijtlijnen
oplichten in de zon en lijkt de wereld
onwennig wijd licht en leeg

 

ruimte lacht me toe

 

 

13-7-2025

 

Hoera

Kleinzoon Louk was lang een goede eter maar in het afgelopen jaar verdween zijn eetlust gaandeweg.
Steeds vaker kokhalsde hij en schoof zijn bord weg, zelfs zijn geliefde ‘matat en mayo’ ging er niet meer in.
Ook zijn darmen protesteerden op de manieren waarop darmen dat doen.
Periodes met deze maagdarmproblemen duurden steeds langer en na de langdurige griepperikelen van afgelopen winter, bleven zijn ingewanden onrustig.
Hij viel af tot hij uiteindelijk een schamele BMI van 12 had.

 

Vele onderzoeken volgden, huisarts, AVG-arts, MDL-arts onderzochten hem.
Papa en mama zochten online naar aanknopingspunten, zagen daar dat er een link is met het Dravet syndroom: een derde van de Dravetters krijgt soortgelijke maagdarm problemen en gaat noodgedwongen over op sondevoeding om de opname van voldoende vocht, voedingsstoffen en epilepsiemedicatie te garanderen.

 

Daarom werd een paar weken geleden bij Louk in een korte dag opname zijn maag bekeken, biopten uit zijn darm genomen en een PEG sonde geplaatst.
Alles ging goed maar hij moest er, uitgeput als hij al was, dagen van bijkomen.
Dagen waarin hij nauwelijks at en dronk terwijl het geven van sondevoeding slechts langzaam opgebouwd mocht worden.
Hij viel dus nog verder af.
In eerdere ziekteperiodes viel hij ook wel eens veel af, maar zo moe en zo graatmager als hij nu was, zag ik hem niet eerder, er zat geen greintje vet meer op dat lange lijf.

 

Om toch te proberen er iets in te krijgen, waren papa en mama dag en nacht met hem bezig, als met een pasgeboren baby: om de paar uur voeden en diarreeluiers verschonen.
Uiteindelijk luidden ze de noodklok en na veel bellen en soebatten (de medische bureaucratie werkt soms tergend langzaam) lukte het om versneld de medicatiekuur te krijgen die nodig is om de ondertussen via de biopten vastgestelde darmontsteking aan te pakken.

 

Natuurlijk duurde het even voor deze medicatie aansloeg en de PEG sonde goed functioneerde maar toen ik een paar dagen geleden dit appje kreeg, wist ik: het werkt!
Louk komt uit zichzelf hapjes eten jatten en wil gewoon weer mee eten’

 

 
Hoera! Eet hun borden maar lekker leeg Louk!

 

 

6-7-2025
                                                                                                                                                              

Verschijning

Bijna dagelijks loop ik hier, op weg naar de winkels, de bushalte of de IJssel.
Tussen dit voetpad en de straat ligt een reep grasland, een groene strook met molshopen, uitschietende graspollen gelardeerd met paardenbloemen en madeliefjes.

 

Vorige week, op een zonnige zomerdag, wandel ik er weer en ligt hij daar ineens, op zijn zij, midden in het gras, zijn manen glanzend in de zon.
Ik verstijf, wrijf in mijn ogen, kijk verbijsterd om me heen maar andere wandelaars lopen me opgewekt groetend voorbij alsof er niets aan de hand is.
Een klein meisje zwenkt op haar driewieler naar het gras.
Ik schrik, wil haar waarschuwen maar uit mijn keel komt enkel een vreemd gefluister.
Zingend rijdt ze langs hem terwijl hij zijn muil opent, uitgebreid gaapt, mij aankijkt en zijn kop schudt.  ‘Doe eens rustig jij’ zeggen zijn ogen, starend in de mijne.
Diepe donkere ogen, ze komen me bekend voor, maar waarvan ook weer?
Verbijsterd sta ik daar.
Zoek verklaringen: waarom ligt hij hier, waarom zie ik hem wel maar andere wandelaars duidelijk niet?
Hallucineer ik, zijn dit naweeën van de periode met zware pijnstillers een half jaar geleden?

 

Weer kijk ik om me heen, speurend, maar alles oogt net als anders.
Alleen ligt hij daar nu.
Hij grijnst, wenkt me met zijn linker voorpoot.
Ik durf niet.
Aarzelend zwaai ik, loop door, kijk af en toe om.
Sinds die dag ligt hij daar, althans, ik zie hem, alleen ik.

 

Tot gisteren.
Met kleinzoon wandel ik op het pad.
Al van verre schiet Louk overeind in zijn rolstoel, lacht en zwaait.
Bij de grasrand aangekomen, stapt hij uit de rolstoel en voor ik hem kan tegenhouden, loopt hij al naar hem toe.
Hij hurkt, op zijn knieën aait hij zijn manen, geeft hem een kusje op zijn neus.
Zoals hij bij al zijn knuffels doet.
‘Leeuw’ zucht hij, ‘leeuw bij oma.’

 

28-6-2025

De bezoeker

Blond ben ik nu, verhuisd en altijd op mijn hoede.
Nauwgezet volg ik zijn social media hoewel ik weet dat zijn meeste posts fake zijn.
Al maanden lukt het me om hem te ontwijken.
Als ik s avonds, verscholen achter de gordijnen, een auto als de zijne zie, schiet mijn adrenalinepeil naar torenhoge waarden.
Haastig check ik alle sloten en camera’s, voor, achter, op het dak.
Om te kalmeren ga ik douchen maar ik kan mijn blik niet losweken van de camera’s.

 

Toch had ik niets gezien toen ik daarnet in bed stapte en ineens de deurbel klonk: kort kort, pauze, lang lang.
De intro van het nummer dat ik niet meer kan horen: ons nummer noemde hij het:  I’m on fire.

 

Inspiratie:
Vorige week luidde de schrijfopdracht van Schrijven Online:
‘De bezoeker. Over vijf minuten komt een bezoeker waar de schrijver al ruim veertig jaar voor vreest. Hij heeft het al die tijd kunnen uitstellen, maar nu hebben ze hem gevonden.’
Mijn fantasie ging aan de haal met dit thema en zo rolde er bovenstaand verhaal uit.
Een verhaal zo beklemmend dat ik het ’s avonds laat niet graag zou lezen.
Ik schreef het overdag, de zon scheen uitbundig in mijn geruststellend bekende veilige achtertuin.

 

9-6-2025

MRI-flirt

Zijn fluwelig diepe stem vertelt me wat ik allemaal uit moet trekken.
Als ik lig, overhandigt hij me oordopjes, vraagt welke radiozender ik wil horen.
Begint: ‘Wat is uw…’
Ik onderbreek hem: ’22-5-53.’
Leeftijdgêne verdwijnt snel in de gezondheidszorg.

 

Tussen het gebonk en geratel door hum ik, langzaam ademend, mijn ogen gesloten, mee met CCR’s ‘I heard it through the grapevine.’
Als hij me bevrijdt, kijkt hij me doordringend aan: ‘Had u uw ogen dicht?’
Ja knik ik.
‘Echt waar?’
Weer knik ik.
‘Vindt u dit niet vervelend op zondag?’
Ik haal mijn schouders op.
Hij knipoogt: ‘Maar zo’n onderzoek op een mooie zondag?’

 

Pas als ik me weer aankleed, valt het kwartje, ik lach hardop.
Leeftijd bestaat vooral in je eigen hoofd.

 

6-6-2025

Veel vragen

De wrange praktijk: cynisme
en wanhoop wisselen elkaar
af, vooroordelen verklaar je niet
door iemands psyche door te
lichten, het is een illusie dat de
onderdrukking minder zal worden

 

Het brein is niet alles, de blote
kont der kunst te kussen, ze
roken niet naar rozen, maar
naar bloed en zweet lijflijk
schokkend smerig. De laatste
dichter is dood. Rust zacht

 

Verlangen naar een normale
dag twijfel niet ook al straalt het
amateurisme op iedereen af
Met frisse pas naar troost en
hoop, de geest gaat niet meer
in de fles. Dat is winst

 

 

Koppensneller samengesteld uit krantenkoppen uit de Volkskrant 24/25 mei 2025
26-5-2025