Slaap is me spuugzat en katapulteert mij en mijn drukke dromen zijn rijk uit.
Klaarwakker, zonder mijn ogen te openen weet ik dat het half drie is en aardedonker. Ik stommel naar het open raam. Sta. Adem. Luister. Het huis achter me luistert mee. Ver weg fluisteren golven.
De lucht ruikt zilt, bijna onmerkbaar neemt de wind mijn zuchten over. Ik weet niet hoe lang ik zo sta, noch hoe ik weer in bed beland.
Als ik mijn ogen weer opsla, is het licht. ‘Het was ochtend en de nieuwe zon strooide goud op de golfjes van een kalme zee.’
Inspiratie:
Schrijfoefening 17-2026 in de Fb groep Ultrakorte Verhalen:
‘Neem de eerste regel van een bekend boek en eindig daar je UKV mee’
Ik nam de eerste zin uit ‘Jonathan Livingston Zeemeeuw’ door Richard Bach