Goedemorgen spinvriendin

Je ragdunne web trilt tussen gordijn en kozijn met jou,
stoïcijnse architect, als koninklijk middelpunt, een web van
glas vlechtend voor de eerste avonturier van de dag.

 

Ik heet je waarlijk welkom in de warme maartse ochtendzon
jij achtpotige herfstbode, ben je voorbereid op lenteleed?
Naast de raamwisser die maandelijks een kudde kozijnbewoners

 

vermorzelt, zijn er sinds kort rovende eksterouders in spe op
oorlogspad, rücksichtslos zoekend naar kraamkamermateriaal
en voedsel, jij en je vangst zijn vast een lekkernij voor hen.

 

Hopelijk heb je je schuilplaats onder het schuurdak op orde?
Je noeste arbeid heeft voorrang, ik praat tegen dovemans oren en
laat je, alleen nog dit: dagen al ben ik doelwit van een premature

 

colonne prikkende plaaggeesten. Voor jou, eigenzinnige
einzelgänger, een smakelijke amuse. Lok ze verleid ze
balsem ze hun hemel in.
Alsjeblieft. Bij voorbaat dank.

9-4-2026
Inspiratie voor dit gedicht:

 

Elk najaar komt er een ochtend dat ik de keukengordijnen openschuif en een spin zie, midden in een vers web.
Dit jaar echter was ze er al begin maart.
Verrast begroette ik haar: ha, je bent er weer?
In dezelfde week ontving ik, in het kader van de dichtcursus online bij Margreet Schouwenaar, een poezieles over de dichter Fritzi Harmsen ten Beek.
De dichtopdracht daarbij luidde:
‘schrijf een speels gedicht met inhoud en diepte aan een dier, plant, wolk etc.
Speel met woorden, klanken en bijvoeglijke naamwoorden zodat de inhoud net een andere kant laat zien.’
Ik combineerde deze twee voorvallen en daar rolde dit gedicht uit.