Ik ontdekte hem toen ik de verbrande bloemschermen uit de zieltogende hortensia plukte.
Beschut door hortensiablad rees uit de uitgedroogde aarde een fiere stengel met een kleine knop in top.
Een aangewaaide gift van de zon, een verre nakomeling van Vincents onuitwisbaar in het geheugen gegrifte zonnebloemen.
Maar vooral een late nazaat van de uitbundig bloeiende zonnebloemenfamilie die me ooit hier door de eerste rauwe weken van rouw hielp.
Ik koester de dappere solist met water, aarde en aandacht.
Dagen van gedijen glijden voorbij.
Van wiegen op de zomerwind, van wenden naar de zon en warmte absorberen.
Op de dag dat hij zich opent, toont hij me zijn hart.
Ik dank hem zoals kleinzoon Louk dat woordloos doet: buigend met de hand op mijn hart.