Nog voor ik mijn jas heb uitgetrokken en opgehangen, voel ik het. De lucht is weer zwaar en maakt mij zwaar. Hij hangt onderuitgezakt in zijn stoel, sliertjes rook van de Chief Whip in zijn vingers cirkelen de kamer in. Muisstil duik ik in mijn hoekje onder de tafel. Ik lees Pietje Bell. Of ik werk aan mijn plan. Want later als ik groot ben ga ik studeren. Dan ga ik onderzoeken waarom de lucht binnen altijd zwaar was en buiten niet. En als ik dat heb ontdekt, dan ga ik iets uitvinden wat de lucht binnen weer licht maakt. En hem weer blij.
24-7-2026 Inspiratie: de schrijfoefening in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen deze week: ‘Schrijf een eigen weerbericht, fantasierijk, hilarisch, emotioneel. Geef er je eigen draai en windhoos aan’
Truien vol vlekken, scheef dichtgeknoopte blouses, koekkruimels op de grond.
Dat waren destijds de eerste signalen.
Vorige week, toen we koffie dronken in mijn tuin, vroeg ik: ‘Kan je mij nog zien, wat zie je dan?’ Beeldhouwend met haar armen beschrijft ze: ‘Ik zie je in vage contouren. Maar we kennen elkaar al zo lang dat ik je manier van bewegen herken en je geur en je stem als we elkaar begroeten.’ Ze glimlacht: ‘Dus eigenlijk is er niks veranderd toch?‘
Dat beaam ik.
Ze rekt zich uit: ‘Lekker dat windje in deze hitte, ik ruik de bloeiende lavendel. Hoe ziet de lucht eruit vandaag? Azuur als boven zee op een hete zomerdag?’ Ik staar omhoog, peins even, dan weet ik het: ‘Nee, anders. Weet je nog die zomer dat wijde versleten jeans met gaten op kniehoogte ‘in’ waren? Die kleur heeft de lucht nu, gebleekte denim. Met hier en daar wolkenslierten als vuilwitte rafels rond die gaten’.
Ze knikt, lacht: ‘Ik zie het, die jeans zaten zo lekker. Goeie tijd was dat, hè?’
En dat was het.
15-7-2026 Inspiratie:
In de Fbgroep Ultrakorte Verhalen was dit keer de schrijfopdracht: Je raakt in gesprek met een blinde die vraagt hoe de lucht eruit ziet. Leg dat uit zonder het woord ‘blauw’ te gebruiken.
Het rode potlood in mijn hoofd scant het verhaal op het scherm razendsnel en slaat alarm. Ssst, probeer ik nog, stil nou, je weet toch wat er komt?
Want deze collega schrijver vraagt wel feedback maar reageert als gestoken als hij die ook krijgt, hoe vriendelijk en voorzichtig ook geformuleerd. Hij reageert sowieso allergisch op reacties als deze: ‘waarom gebruik je dit woord hier?’
Of: ‘in die zin staat een spelfoutje.’
Waar zijn lange tenen ook niet tegen kunnen, zijn suggesties voor alternatieven: ‘misschien moet je …’ of ‘je kan beter …’ Hij negeert zulke reacties of fileert ze: ‘dit is niet relevant’ of ‘ doe niet zo moeilijk, het gaat om de inhoud’ of ‘dat voel ik nou eenmaal zo.’
Hij wil geen feedback maar een kietel, fluistert mijn gezonde verstand.
Dat weet je toch? Doe maar een duimpje.
Inspiratie: Schrijfoefening van de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen :
Slaap is me spuugzat en katapulteert mij en mijn drukke dromen zijn rijk uit.
Klaarwakker, zonder mijn ogen te openen weet ik dat het half drie is en aardedonker. Ik stommel naar het open raam. Sta. Adem. Luister. Het huis achter me luistert mee. Ver weg fluisteren golven.
De lucht ruikt zilt, bijna onmerkbaar neemt de wind mijn zuchten over. Ik weet niet hoe lang ik zo sta, noch hoe ik weer in bed beland.
Als ik mijn ogen weer opsla, is het licht. ‘Het was ochtend en de nieuwe zon strooide goud op de golfjes van een kalme zee.’
Inspiratie:
Schrijfoefening 17-2026 in de Fb groep Ultrakorte Verhalen:
‘Neem de eerste regel van een bekend boek en eindig daar je UKV mee’
Ik nam de eerste zin uit ‘Jonathan Livingston Zeemeeuw’ door Richard Bach
Ik vermaakte me prima, gaf voorzetten, danste en deed salto’s.
Alleen die laatste salto, hij startte perfect maar ineens lukte het niet meer om terug te draaien en werd ik met mijn voeten vooruit naar de uitgang geduwd.
Daar verwelkomde een kamer vol witte jassen me.
Nog voor mijn hoofd zich naar buiten had gewurmd, zagen zij al dat ik een jongetje was.
Ze stootten elkaar aan en staken hun duim op. Kort daarna vertrokken ze en nu lig ik op de buitenkant van mijn moeders buik.
De binnenkant was knusser en warmer maar hoera, er is hier veel meer ruimte voor salto’s.
20-1-2026
Inspiratie:
het thema van de schrijfoefening van deze week in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen:
‘Hallo baby, daar ben je dan! Hoe was je reis? Hoe was de aankomst? En hoe zag je dag eruit? Beschrijf de eerste dag van je leven vanuit het ik-perspectief.’
Het laaghangende regenscherm gaat links naadloos over in de IJssel en rechts in weilanden en polderdorpen.
Behendig manoeuvreert de chauffeur de bus van halte naar halte over de smalle kronkelende dijk.
Gedaantes in regenkleding stappen uit en andere in.
Vóór me giechelen twee meisjes boven hun schermpjes.
Achter me kibbelt een grijze vrouw met een kale man over de route.
Ik luister, ruik de geur van natte jassen.
Mijn wijsvinger trekt lijnen over het beslagen raam.
Achter elke streep doemt een flard buitenwereld op.
Gisteren en morgen blijven buiten. In deze rijdende baarmoeder ademen wij elk ons eigen heden.
18-1-2026
Inspiratie: in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen was deze week de opdracht:
‘VAN POËZIE NAAR PROZA
Neem een bekend gedicht en maak hier een UKV van.
Je hoeft het gedicht niet letterlijk te nemen. Laat je inspireren. Het is aan jou of je meteen het gedicht wil noemen of dat je het (eerst) aan de lezer overlaat of het gedicht duidelijk is.’ Ik koos voor het gedicht ‘Afsluitdijk’ van de dichter Vasalis
Maar vooral over zijn geloof, zijn zeker zijn van een uitverkoren plek in de hemel.
Ik luisterde intens, knikte regelmatig, vroeg weinig.
Hapte soms naar adem, verbijsterd door zijn aannames en voor/oordelen.
Maar zweeg: het was immers zijn leven, zijn meningen, zijn geloof?
Had ik kritischer mogen, moeten zijn?
De laatste ochtend hijgde hij, wazig van de morfine: ‘Jij schrijft toch? Ik heb nu alles verteld. Wil jij het opschrijven? Dat ik een voorbeeld kan zijn voor anderen?’
Ik verstijfde.
8-10-2025
Inspiratie voor dit verhaal is het thema van de schrijfopdracht van Schrijven Online deze week, # 579: ‘Sollicitatie voor de heldenrol’: je fictieve verhaal mag overal over gaan en je personage mag ook van alles zijn. Wat in je verhaal terug moet komen is de verbazing bij de schrijver dat een personage zich zo spontaan aandient. Laat dus zien dat dit sollicitatiegesprek heel plotseling is: van voorbereiding is geen sprake. Verder mag je de inhoud en het verloop zelf invullen.’
Er was eens een vrouw die elke herfst leed aan lekkende traanbuizen, lange tenen, sores-obsessies en wakkere nachten.
Ze schrok dan ook erg toen dit jaar, al in de nadagen van augustus, de takken van de boom voor haar slaapkamerraam zwaar en donkergroen doorbogen: moe van de zomer.
De wolk in haar lijf stak zijn kop op: nu al?
Ze besloot: dit jaar ga ik het anders aanpakken.
Ze speurde op Google, informeerde bij chat GPT en vroeg Harry de huiskabouter om raad.
Die avond experimenteerde ze met hun adviezen tot ze een mengsel had van bloem, water en suiker.
Bij zonsopgang zette ze de trap tegen de boom, klom naar een kleine zijtak, doopte haar kwast in het papje en lijmde zorgvuldig elk blad vast aan de tak.
De krantenman fietste zijn ochtendronde en trok in het voorbijgaan verbaasd zijn wenkbrauwen op maar ze negeerde hem.
Ze kroop terug in bed.
Toen ze wakker werd en de gordijnen open trok, zag ze bladeren traag loskomen van de behandelde tak.
Harry zei dat maïzena dat zou verhelpen.
Die avond voegde ze dat toe aan het mengsel en herhaalde de volgende ochtend haar lijmactie.
De krantenman zag haar weer bezig, stapte af en vroeg wat ze in hemelsnaam aan het doen was.
Ze legde het uit.
Hij knikte bedachtzaam: ‘Herfstblues hè?’
Een lotgenoot.
Die dag trok de wind aan maar pas aan het eind van de dag dwarrelden enkele behandelde bladeren naar beneden.
Weer had Harry een oplossing.
De volgende ochtend roerde ze, staande op de trap, een miniem drupje secondelijm door het mengsel en nam een hogere tak onder handen.
Later die dag genoot ze op haar plekje bij het raam van de eerste onstuimige herfststorm.
Bladeren wervelden door de lucht, maar van de bewerkte tak liet geen enkel blad los.
Gelukt.
De laatste weken van september nam ze elke ochtend een tak onder handen.
De krantenman stak zijn duim op, lachend zwaaide ze terug.
Voldaan zag ze toe hoe het blad van andere bomen verkleurde en viel.
Haar boom bleef vol.
Toen ook haar boom verkleurde van rood naar geel naar bruin lagen er op een ochtend opeens een paar tubes verf en een bosje penselen op de mat.
Weer klom ze een paar ochtenden haar boom in en penseelde voorzichtig vlammend geel, vurig rood en wat toefjes donkergroen en blauw op de bladeren.
De krantenman stapte af en applaudisseerde.
Ze boog met de hand op haar hart.
Eind oktober verpieterde het licht en werd de wereld nat en grauw.
Op haar plekje bij het raam absorbeerde ze haar kleurrijke uitzicht.
Zonder lichtlamp, peptalks, slaappillen, anti-dipdragees of blijmaak-korreltjes.
Begin januari stroomde, toen ze het gordijn openschoof, een pril begin van lentelicht de kamer in.
De kou trotserend maakte ze voorzichtig de brosse bladeren los van de takken en verwerkte ze in een blij schilderij.
Het thema van de schrijfopdracht (#568) van Schrijven Online deze week is: ‘Penvriend’, schrijf een kort verhaal waarin het zwaartepunt kan zijn dat een ontmoeting niet door kan gaan, of dat de schrijver lijdt onder huiselijk geweld of is gediagnostiseerd met een levensbedreigende ziekte.’
Mijn fantasie ging met alle drie facetten aan de haal:
Ma chère Lisette,
Ik zag je berichten maar kon niet reageren. Als hij tijd heeft, maakt Piet mijn smartphone. Daarom deze keer een ouderwetse papieren brief.
Best moeilijk met een dicht rechteroog en een pols in het gips. Gisteren liep ik door een glazen tussendeur, stom hoor.
Links schrijven valt tegen, kan je het lezen?
Piet belooft om te corrigeren wat onleesbaar is, voor hij deze brief post.
Hier alles goed. Voel me vaak moe.
We kunnen je bezoek misschien beter uitstellen, Piet vindt logés nu te druk voor me. Hij zorgt zo goed voor me.