Goud

Slaap is me spuugzat en katapulteert mij en mijn drukke dromen zijn rijk uit.
Klaarwakker, zonder mijn ogen te openen weet ik dat het half drie is en aardedonker.
Ik stommel naar het open raam.
Sta. Adem. Luister.
Het huis achter me luistert mee.
Ver weg fluisteren golven.
De lucht ruikt zilt, bijna onmerkbaar neemt de wind mijn zuchten over.
Ik weet niet hoe lang ik zo sta, noch hoe ik weer in bed beland.

 

Als ik mijn ogen weer opsla, is het licht.
‘Het was ochtend en de nieuwe zon strooide goud op de golfjes van een kalme zee.’
Inspiratie:
Schrijfoefening 17-2026 in de Fb groep Ultrakorte Verhalen:
‘Neem de eerste regel van een bekend boek en eindig daar je UKV mee’
Ik nam de eerste zin uit ‘Jonathan Livingston Zeemeeuw’ door Richard Bach

 

3-5-2026

In the calm after the storm

Dit was de schrijfoefening deze week in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen #5-2026:
‘Iemand heeft een emotionele uitbarsting – boosheid, verdriet, angst, stress.
Wat doet je Hoofdpersoon met deze uitbarsting van deze persoon?’

 

 

Ik zag ze dit doen:

 

Gesticulerend met een aardappelschilmesje vuurde ze uit het niets een salvo  verwijten op hem af.
De eerste lading raakte hem voluit.
Hij verstijfde, dook in elkaar, zocht  en vond het platgetreden pad:
verdwijn in je cocon, blik naar binnen, voel je lijf, adem in,
vasthouden, langzaam loslaten.
Ging best goed.

 

Tot iets witheets vanuit zijn tenen omhoog schoot.
En hij, zonder scheldwoorden zelfs, haar verwijten pareerde.
Twee kemphanen, in de coulissen gesouffleerd door kuddes ouwe koeien.
Van haar, van hem, van hen samen.

 

Pas ‘in the calm after the storm’, herinnerde hij zich de vuistregel: liefde.
Liefde voelen, uitspreken, geven, delen.

 

8-2-2026

Salto

Ik vermaakte me prima, gaf voorzetten, danste en deed salto’s.
Alleen die laatste salto, hij startte perfect maar ineens lukte het niet meer om terug te draaien en werd ik met mijn voeten vooruit naar de uitgang geduwd.

 

Daar verwelkomde een kamer vol witte jassen me.
Nog voor mijn hoofd zich naar buiten had gewurmd, zagen zij al dat ik een jongetje was.
Ze stootten elkaar aan en staken hun duim op.
Kort daarna vertrokken ze en nu lig ik op de buitenkant van mijn moeders buik.
De binnenkant was knusser en warmer maar hoera, er is hier veel meer ruimte voor salto’s.

 

20-1-2026

 

Inspiratie:
het thema van de schrijfoefening van deze week in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen: 
‘Hallo baby, daar ben je dan! Hoe was je reis? Hoe was de aankomst? En hoe zag je dag eruit? Beschrijf de eerste dag van je leven vanuit het ik-perspectief.’

Dijkreis

Het laaghangende regenscherm gaat links naadloos over in de IJssel en rechts in weilanden en polderdorpen.
Behendig manoeuvreert de chauffeur de bus van halte naar halte over de smalle kronkelende dijk.
Gedaantes in regenkleding stappen uit en andere in.

 

Vóór me giechelen twee meisjes boven hun schermpjes.
Achter me kibbelt een grijze vrouw met een kale man over de route.
Ik luister, ruik de geur van natte jassen.
Mijn wijsvinger trekt lijnen over het beslagen raam.
Achter elke streep doemt een flard buitenwereld op.

 

Gisteren en morgen blijven buiten.
In deze rijdende baarmoeder ademen wij elk ons eigen heden.

 

18-1-2026

 

 

Inspiratie: in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen was deze week de opdracht:
‘VAN POËZIE NAAR PROZA
Neem een bekend gedicht en maak hier een UKV van.
Je hoeft het gedicht niet letterlijk te nemen. Laat je inspireren. Het is aan jou of je meteen het gedicht wil noemen of dat je het (eerst) aan de lezer overlaat of het gedicht duidelijk is.’
Ik koos voor het gedicht ‘Afsluitdijk’ van de dichter Vasalis

Laatste vraag

Die laatste weken praatte hij meer dan ooit.
Onthulde trauma’s uit zijn kindertijd.
Waarom hij nu koos voor een behandelstop.
Maar vooral over zijn geloof, zijn zeker zijn van een uitverkoren plek in de hemel.
Ik luisterde intens, knikte regelmatig, vroeg weinig.
Hapte soms naar adem, verbijsterd door zijn aannames en voor/oordelen.
Maar zweeg: het was immers zijn leven, zijn meningen, zijn geloof?
Had ik kritischer mogen, moeten zijn?

 

De laatste ochtend hijgde hij, wazig van de morfine: ‘Jij schrijft toch? Ik heb nu alles verteld. Wil jij het opschrijven? Dat ik een voorbeeld kan zijn voor anderen?’

 

Ik verstijfde.

 

8-10-2025

 

Inspiratie voor dit verhaal is het thema van de schrijfopdracht van Schrijven Online deze week, # 579: ‘Sollicitatie voor de heldenrol’: je fictieve verhaal mag overal over gaan en je personage mag ook van alles zijn. Wat in je verhaal terug moet komen is de verbazing bij de schrijver dat een personage zich zo spontaan aandient. Laat dus zien dat dit sollicitatiegesprek heel plotseling is: van voorbereiding is geen sprake. Verder mag je de inhoud en het verloop zelf invullen.’ 

Bladvalpreventie

Er was eens een vrouw die elke herfst leed aan lekkende traanbuizen, lange tenen, sores-obsessies en wakkere nachten. 
Ze schrok dan ook erg toen dit jaar, al in de nadagen van augustus, de takken van de boom voor haar slaapkamerraam zwaar en donkergroen doorbogen: moe van de zomer.
De wolk in haar lijf stak zijn kop op: nu al?
Ze besloot: dit jaar ga ik het anders aanpakken.

 

Ze speurde op Google, informeerde bij chat GPT en vroeg Harry de huiskabouter om raad. 
Die avond experimenteerde ze met hun adviezen tot ze een mengsel had van bloem, water en suiker.
Bij zonsopgang zette ze de trap tegen de boom, klom naar een kleine zijtak, doopte haar kwast in het papje en lijmde zorgvuldig elk blad vast aan de tak.
De krantenman fietste zijn ochtendronde en trok in het voorbijgaan verbaasd zijn wenkbrauwen op maar ze negeerde hem.

 

Ze kroop terug in bed.
Toen ze wakker werd en de gordijnen open trok, zag ze bladeren traag loskomen van de behandelde tak.
Harry zei dat maïzena dat zou verhelpen.
Die avond voegde ze dat toe aan het mengsel en herhaalde de volgende ochtend haar lijmactie.
De krantenman zag haar weer bezig, stapte af en vroeg wat ze in hemelsnaam aan het doen was.
Ze legde het uit.
Hij knikte bedachtzaam: ‘Herfstblues hè?’
Een lotgenoot.

 

Die dag trok de wind aan maar pas aan het eind van de dag dwarrelden enkele behandelde bladeren naar beneden.
Weer had Harry een oplossing.
De volgende ochtend roerde ze, staande op de trap, een miniem drupje secondelijm door het mengsel en nam een hogere tak onder handen.
Later die dag genoot ze op haar plekje bij het raam van de eerste onstuimige herfststorm.
Bladeren wervelden door de lucht, maar van de bewerkte tak liet geen enkel blad los.
Gelukt.

 

De laatste weken van september nam ze elke ochtend een tak onder handen.
De krantenman stak zijn duim op, lachend zwaaide ze terug.
Voldaan zag ze toe hoe het blad van andere bomen verkleurde en viel.
Haar boom bleef vol.

 

Toen ook haar boom verkleurde van rood naar geel naar bruin lagen er op een ochtend opeens een paar tubes verf en een bosje penselen op de mat.
Weer klom ze een paar ochtenden haar boom in en penseelde voorzichtig  vlammend geel, vurig rood en wat toefjes donkergroen en blauw op de bladeren.
De krantenman stapte af en applaudisseerde.
Ze boog met de hand op haar hart.

 

Eind oktober verpieterde het licht en werd de wereld nat en grauw.
Op haar plekje bij het raam absorbeerde ze haar kleurrijke uitzicht.
Zonder lichtlamp, peptalks, slaappillen, anti-dipdragees of blijmaak-korreltjes.

 

Begin januari stroomde, toen ze het gordijn openschoof, een pril begin van lentelicht de kamer in.
De kou trotserend maakte ze voorzichtig de brosse bladeren los van de takken en verwerkte ze in een blij schilderij.

 

28-9-2025

Ma chère Lisette

Het thema van de schrijfopdracht (#568) van Schrijven Online deze week is: ‘Penvriend’, schrijf een kort verhaal waarin het zwaartepunt kan zijn dat een ontmoeting niet door kan gaan, of dat de schrijver lijdt onder huiselijk geweld of is gediagnostiseerd met een levensbedreigende ziekte.’
Mijn fantasie ging met alle drie facetten aan de haal:

 

Ma chère Lisette,

 

Ik zag je berichten maar kon niet reageren. Als hij tijd heeft, maakt Piet mijn smartphone. Daarom deze keer een ouderwetse papieren brief.
Best moeilijk met een dicht rechteroog en een pols in het gips. Gisteren liep ik door een glazen tussendeur, stom hoor.
Links schrijven valt tegen, kan je het lezen?
Piet belooft om te corrigeren wat onleesbaar is, voor hij deze brief post.

 

Hier alles goed. Voel me vaak moe.
We kunnen je bezoek misschien beter uitstellen, Piet vindt logés nu te druk voor me. Hij zorgt zo goed voor me.
Jammer hè, misschien volgend jaar?

 

Adieu

 

Laura

 

 

24-7-2025

Verschijning

Bijna dagelijks loop ik hier, op weg naar de winkels, de bushalte of de IJssel.
Tussen dit voetpad en de straat ligt een reep grasland, een groene strook met molshopen, uitschietende graspollen gelardeerd met paardenbloemen en madeliefjes.

 

Vorige week, op een zonnige zomerdag, wandel ik er weer en ligt hij daar ineens, op zijn zij, midden in het gras, zijn manen glanzend in de zon.
Ik verstijf, wrijf in mijn ogen, kijk verbijsterd om me heen maar andere wandelaars lopen me opgewekt groetend voorbij alsof er niets aan de hand is.
Een klein meisje zwenkt op haar driewieler naar het gras.
Ik schrik, wil haar waarschuwen maar uit mijn keel komt enkel een vreemd gefluister.
Zingend rijdt ze langs hem terwijl hij zijn muil opent, uitgebreid gaapt, mij aankijkt en zijn kop schudt.  ‘Doe eens rustig jij’ zeggen zijn ogen, starend in de mijne.
Diepe donkere ogen, ze komen me bekend voor, maar waarvan ook weer?
Verbijsterd sta ik daar.
Zoek verklaringen: waarom ligt hij hier, waarom zie ik hem wel maar andere wandelaars duidelijk niet?
Hallucineer ik, zijn dit naweeën van de periode met zware pijnstillers een half jaar geleden?

 

Weer kijk ik om me heen, speurend, maar alles oogt net als anders.
Alleen ligt hij daar nu.
Hij grijnst, wenkt me met zijn linker voorpoot.
Ik durf niet.
Aarzelend zwaai ik, loop door, kijk af en toe om.
Sinds die dag ligt hij daar, althans, ik zie hem, alleen ik.

 

Tot gisteren.
Met kleinzoon wandel ik op het pad.
Al van verre schiet Louk overeind in zijn rolstoel, lacht en zwaait.
Bij de grasrand aangekomen, stapt hij uit de rolstoel en voor ik hem kan tegenhouden, loopt hij al naar hem toe.
Hij hurkt, op zijn knieën aait hij zijn manen, geeft hem een kusje op zijn neus.
Zoals hij bij al zijn knuffels doet.
‘Leeuw’ zucht hij, ‘leeuw bij oma.’

 

28-6-2025

De bezoeker

Blond ben ik nu, verhuisd en altijd op mijn hoede.
Nauwgezet volg ik zijn social media hoewel ik weet dat zijn meeste posts fake zijn.
Al maanden lukt het me om hem te ontwijken.
Als ik s avonds, verscholen achter de gordijnen, een auto als de zijne zie, schiet mijn adrenalinepeil naar torenhoge waarden.
Haastig check ik alle sloten en camera’s, voor, achter, op het dak.
Om te kalmeren ga ik douchen maar ik kan mijn blik niet losweken van de camera’s.

 

Toch had ik niets gezien toen ik daarnet in bed stapte en ineens de deurbel klonk: kort kort, pauze, lang lang.
De intro van het nummer dat ik niet meer kan horen: ons nummer noemde hij het:  I’m on fire.

 

Inspiratie:
Vorige week luidde de schrijfopdracht van Schrijven Online:
‘De bezoeker. Over vijf minuten komt een bezoeker waar de schrijver al ruim veertig jaar voor vreest. Hij heeft het al die tijd kunnen uitstellen, maar nu hebben ze hem gevonden.’
Mijn fantasie ging aan de haal met dit thema en zo rolde er bovenstaand verhaal uit.
Een verhaal zo beklemmend dat ik het ’s avonds laat niet graag zou lezen.
Ik schreef het overdag, de zon scheen uitbundig in mijn geruststellend bekende veilige achtertuin.

 

9-6-2025

De dag na Pasen

Dit jaar vond ik nauwelijks eieren.
Had hij misschien een Pasen overgeslagen?
Er lagen alleen wat eischaalresten tussen de opkomende pioenknoppen.
Wel waren de net uitgekomen seringtrossen versierd met gekleurde slingertjes.
Maar dat kon ook het werk zijn van kleinzoon, die bouwt wel vaker een feestje in mijn achtertuin.

 

Ik schrok dan ook toen ik de dag na Pasen de keukengordijnen openschoof: daar zat hij, met een bloedende hazenlip, op de gft-bak.
Snel opende ik de deur waarna hij kreunend en moeizaam naar mijn bank wankelde.
First things first: eerst verzorgde ik zijn lipwond en maakte een extrasterke cappuccino voor hem, met een rietje.

 

‘Peter, zo fijn je weer te zien maar wtf happened?’
Cappuccino lurkend door het rietje barstte hij los in een chaotisch verhaal over extreem hoge cacaoprijzen, pfas-fobieën, gillende kinderen en panische ouders.
Over omvergereden worden door racende fatbikes en roekeloze grijze e-bikers.
Hij zuchtte: ‘Zie hier het resultaat: een dikke lip en een geblesseerde linkerpoot. Maar hé, als ik jou zo zie, snap je hoe dat voelt?’
Opmerkzaam van hem, in een notendop vertelde ik het verhaal over míjn linkerbeen.
Hij schudde zijn kop: ‘Allemachtig, dat is ook niet niks.’

 

We besloten dat daar op gedronken moest worden, en toostten op loslaten en achterlaten waarbij het als vanouds hartstikke gezellig werd.
Ik lag dubbel bij zijn hilarische, politiek getinte paasgrappen, hij drong aan dat ik voorlas uit eigen werk en luisterde intens.
Toen het donker werd, stond hij op, pakte wankelend zijn spullen, zocht in zijn rugzak en gaf me een verfrommeld zakje: ‘Hier, die heb ik voor je apart gehouden, geniet er maar van.’
Ik bood hem mijn rollator aan: ‘Geef je hem gewoon de volgende Pasen weer terug, dan is die poot vast weer genezen.’
Even zwegen we, beseften allebei dat er het afgelopen jaar wel erg veel was gebeurd, het voelde als een voorrecht om toch nu weer bij elkaar te zijn.
Met een voorpoot op zijn hart beloofde hij: ‘Ik ga er alles aan doen om volgend jaar bij jou weer afterpasen te vieren, doe jij dat ook?’

 

Genietend van het eerste marsepeinen paaseitje (een ei variant die het verlangen naar alle andere eisoorten doet verdwijnen) beloofde ik dat.

 

 

Inspiratie voor dit verhaal was de Schrijfopdracht van Schrijven Online deze week:
Het paasweekend is voorbij, de paashaas is zowat overal langs geweest, maar nu ligt die arme stakker op je terras of balkon, helemaal uitgeput. Paashaas heeft pijn aan zijn linkerpoot, en je ziet wat bloed op zijn lip.

 

 

25-4-2025