Wat ons mens maakt

woede wrok en haat
broodbeleg en appeltaart

 

mokken tobben zelfverwijten
fronsen lonken nagelbijten

 

heimwee hoop en hunkeren
dromen drank en leuteren

 

voelen vragen fantaseren
denken durven associëren

 

liegen plagen veinzen
mijmeren lachen peinzen

 

schrijven schrappen woorden wegen
stilte zoeken thuis verlegen

 

sauna fietsen eetbestek
roddel liefde pannenset

 

eenzaam bang verlangen
goeroe god en kerkgezangen

 

intuïtie twijfel vriendelijkheid
dankbaar delen menselijkheid

 

10-2015

Mozes in de trein

(een après-kerstvertelling)

 

Met gemengde gevoelens maak ik me klaar voor deze dag.
Mijn gedachten zijn bij het afscheid van het dierbare zieke familielid, zijn gezin waakt bij hem in deze uren.
Voor mij is deze dag ook de laatste cursusdag Dichten voor gevorderden.
De cursusmiddagen werden gekenmerkt door NS perikelen: drie keer werd mijn reis naar Noord-Holland beïnvloed door ‘een aanrijding met een persoon’ die leidde tot stilstand, vertragingen en omslachtige omleidingen.
Steeds waren het de goede zorgen van Aaltje en haar Wil waardoor ik gevoed en wel toch op tijd was voor de cursusbijeenkomsten.
Met een bewolkt hoofd stap ik de deur uit.
Het waait, plenst en het wil maar niet licht wil worden.
Echt een dag voor een aanrijding met een persoon.

 

In Utrecht stap ik over op de intercity naar Noord-Holland.
Terwijl ik me installeer klinkt een omroepbericht door de coupé: ‘Goedemorgen kanjers! Van harte welkom in deze prachtige trein! Alvast een hele fijne reis gewenst op deze geweldige dag. Zo meteen kom ik bij u, niet voor uw kaartjes, vandaag kom ik alleen maar voor vragen.’
Zeker weer een student met een enquêteformulier.
Zuchtend zet ik muziek op mijn hoofd.

 

Als de trein Utrecht uitrijdt, gaat de coupédeur open, een man met een vrolijk hoofd en een brede lach stapt naar binnen.
Hij strekt zijn handen uit naar ons en even gaan mijn gedachten naar het boek dat ik lees waarin het Christusbeeld in Rio de Janeiro een belangrijke rol speelt.
Meteen heeft hij alle aandacht als hij roept: ‘Goedemorgen kanjers! Is het geen prachtige dag vandaag. Hier ben ik! Helemaal voor u! Heeft u vragen, stel ze gerust!’
Dat kan wel zijn maar hij draagt het uniform van een NS conducteur, dus zoekt iedereen geconditioneerd zijn ovpas.
Maar hij lacht: ‘Weg met die kutkaartjes, vandaag beantwoord ik alleen maar vragen, alles mag u me vragen.’
Er wordt gegrinnikt, vragend kijken reizigers elkaar aan, wat is dit voor vreemde vogel?
Maar hij houdt vol, vandaag geen controles alleen vragen, ‘Kom maar op, ik ben er klaar voor.’

 

Een oudere mevrouw steekt haar hand op, ze heeft een vraag: ze is met een geprint ticket ingestapt op een station zonder poortjes en hoe moet ze nou in Amsterdam door de poortjes met dit papier?’
Hij zet zich tegenover haar: ‘Mevrouw, dat is een fluitje van een cent.’
En terwijl we allemaal meeluisteren legt hij haar haarfijn uit hoe ze haar ticket voor het ticketscan poortje moet houden, hij doet het voor: ‘Kijk, als u het zo voor het scherm houdt, komt het helemaal goed. Dan opent dat poortje zich als de Rode Zee voor Mozes.’
Ze knikt en lacht opgelucht.

 

De reis verloopt vlekkeloos.
Aaltje haalt me van de trein, bij haar thuis heeft Wil de tafel al gedekt.
Er ligt een kerstcadeautje op mijn bord, de lunch is verrukkelijk, het gesprek als altijd boeiend en geanimeerd.
’s Middags gaan Aaltje en ik naar de laatste cursusbijeenkomst.
Weer leren we, gretig en graag, over dichten.
Vandaag lezen we een gedicht van de gisteren overleden Jules Deelder.
We krijgen uitgelegd wat zijn gedichten zo bijzonder maakt en oefenen in het schrijven van een eigen Deeldervariant.
Dat valt nog niet mee, Deelder was een ware woordkunstenaar.
We krijgen feedback over onze eerder ingestuurde gedichten en ik geniet, van de complimenten en van de feedback.

 

Om vijf uur zet Aaltje me weer af op het station en begin ik aan de terugreis.  In mijn oortjes klinkt ‘Moving on’ van Leonard Cohen.
In Utrecht stap ik over en ga zitten in een lege coupé.
Mijn voeten stuiten ergens op.
Er ligt een groot kerstboeket, ik pak het, kijk zoekend rond maar zie alleen maar nieuwe reizigers instappen.
Een oudere vrouw komt naast me zitten, ‘Wat hebt u een prachtig boeket!’
Verontschuldigend zeg ik ‘Het is niet van mij, het lag hier toen ik net ging zitten, het is van iemand anders!’
Ze glimlacht, ‘Neem het maar gewoon mee hoor, anders ligt het hier te verpieteren of neemt iemand anders het mee.’
Als ik een half uurtje later op de plaats van bestemming aankom, kijk ik weifelend naar het boeket.
Ze lacht: ‘Doe maar, neem maar mee.’

Ik heb het meegenomen
Vandaag, een week later, staat het nog steeds in volle glorie op tafel en herinnert me aan een onwerkelijke dag, vol tegenstrijdigheden. Onvergetelijk.

 

 

27-12-2019

Hemelse vloek

Aan de andere kant van het gangpad giebelen twee meiden.
Als de NS-controleur de coupé binnen komt en begint aan zijn controleronde, gaan ze op zoek naar hun ovpas.
De oudste pakt hem uit haar jaszak.
De jongste leegt haar zakken.
Keert mompelend haar rugzak om.
Chaos op haar schoot, rond haar voeten, op de plaats naast haar.
Geen ovpas.

 

Dan gebeurt het.
Haar hoge meisjesstem zet een lange zachte g in die over gaat in weergaloze ò-klanken:
‘gggghhhh-òòòòòòd-verdòòòmme.’
Hoog en zangerig, bijna Gregoriaans klinkt hij door de coupé, de mooiste vloek die ik ooit hoorde.
Ver weg hoor ik God geamuseerd lachen.
Echt waar.

 

23-12-2019

Kortste dag

Weer regeert het lieflijke
WGvanderHulsttafereel
vol van ijzig zwijgen en
valse veiligheid

 

Bevroren sneeuwscherven
scheuren nagelriemen
bevriezen vingers
tot vingertoppen
niets meer voelen

 

Warme tranen glijden
langs witte wangen

 

Niets is nu goed
niets was vroeger beter

 

20-12-2016

Recept voor geduld

Indicatie:
Lijders aan
-ongeduld, – irritatie, -woedeaanvallen, – slecht luisteren, – het in de rede vallen van anderen, – chronisch ontwijken van zeurpieten en rollatorlopers, -voordringen in kassarijen.

 

Contra-indicatie
Patiënten die van nature extreem geduldig zijn, wordt dit middel ten sterkste afgeraden omdat bij hen de kans op transformatie in apathische sufferds of zelfs ongeneeslijk comateuze zombies bijzonder groot is.

 

Werking:
Het middel bestaat uit verschillende ingrediënten die elk een aparte dosering voor inname of toepassing bezitten.
Het is belangrijk dat dit de patiënt goed, kort en snel (voor zijn ongeduld weer de overhand krijgt en hij er vandoor gaat) wordt uitgelegd.

 

Ingrediënten en toepassing:
-Driemaal daags een kwartier chiqung oefeningen gevolgd door stiltemeditatie.
-Strandwandelingen naar behoefte maar minstens een uur per week.
-Lachen, experimenteer hiermee tot de juiste dosis is bereikt, vermijd de chronische onbedwingbare melige variant want die werkt averechts.
– Het huismiddel: ‘tot tien tellen’ wordt afgeraden omdat het te kort is. Beter is om tot honderd te tellen en weer terug.
-Tegelijkertijd dient de patiënt onder begeleiding aan te leren om, desnoods in het begin met behulp van een stopwatch, te wachten tot de gesprekspartner is uitgesproken, vervolgens drie seconden stilte te laten vallen en dan pas te reageren.
– Het dagelijks relativeren van de toekomst door hardop te erkennen dat een mens überhaupt niet weet of hij/de mensheid, een toekomst heeft.
– Herhaal eenmaal per uur een mantra: ‘ik bereik mijn doel niet eerder als ik sneller loop, praat, rijd of rechts inhaal. Onthechte Zenboeddhisten die toch nog lijden aan restjes ongeduld, kunnen dit aanvullen met: ‘niets is van belang.’
– Het dagelijks een kwartier op naaldhakken achter een niet opgevoerde rollator lopen over een pad met kinderhoofdjes.
– Bij patiënten met zeer hardnekkige symptomen van ongeduld die allergisch blijken voor de voorgaande ingrediënten, worden sterkere middelen toegepast zoals het leren van Chinees.

 

Waarschuwing:
De dosering en de toepassing van deze ingrediënten dienen met zorg afgestemd te worden op de specifieke vorm van ongeduld waar de patiënt aan lijdt.
Om allergische reacties te voorkomen wordt geadviseerd om keuze en dosering van de ingrediënten langzaam uit te breiden en op te voeren.
Met het oog op de bewustzijnsverruimende en ontspannende werking van enkele ingrediënten, wordt aangeraden tegelijkertijd een geduldvernietigend middel voor te schrijven. Te gebruiken bij verschijnselen van overdosering, zie ook bij bijwerkingen.

 

Bijwerkingen:
Sporadisch zijn bij langer gebruik van deze ingrediënten de volgende bijwerkingen gesignaleerd:
-onstuitbare slappe lach, -het altijd en overal ongewassen en in trainingspak rondlopen zonder ook maar de minste vorm van fysieke inspanning te betrachten, -dagenlang chillen met chips op een loungebank, -het niet reageren op post, mail, telefoon, -wezenloos gegrinnik bij calamiteiten en rampen, -volstrekte apathie bij alles wat de patiënt overkomt of wordt aangedaan.
Vaak gaan deze bijwerkingen gepaard met -werkloosheid, -verlies van woning, inkomen en vrienden, -ruzie met familieleden, -faillissement.

 

Bij voorkomen van een of meerdere van deze bijwerkingen dient eenmalig een dosis van het hiervoor genoemde geduldvernietigende middel toegepast te worden. Dit is een snelwerkend middel op basis van verschillende ingrediënten: -trommelen met vingers, -wiebelen met benen, -in saaie gesprekken de ogen dramatisch omhoog draaien vergezeld van een diepe zucht, -gapen recht in het gezicht van een gesprekspartner, -gehoor geven aan de neiging tot het uitdelen van schoppen onder konten, -heel hard schreeuwen in stiltecoupés.

 

2016

Drie minuten

Rammelend op zijn laptop, gebaart hij naar het onderzoeksbed: ‘Gaat u maar lekker op bed zitten.’
Het bed zit niet lekker.
‘Hoe gaat het?’
Ik vertel zijn rug hoe het gaat.
Zijn achterhoofd knikt, zijn vingers rammen op de laptop.
Hij mompelt iets.
‘Wat zegt u?’ vraag ik zijn rug.
‘Herhalingsrecept doen en maar weer een uvb-kuur?’
Ik knik.
‘Wat zegt u?’ vraagt zijn rug.
‘Dat is goed’ zeg ik.

 

Zes jaar geleden maakten wij kennis.
Hij vroeg geïnteresseerd naar mijn achtergrond, werk, hobby’s.
Vertelde over zijn opa, de laatste sigarenmaker in Kampen.
Vertelde een mop waar we allebei hartelijk om lachten.
Sprak over zijn promotieonderzoek naar een nieuwe aanpak van psoriasis.
Gaf uitgebreid antwoord op mijn vragen.
Bekeek mijn huid handenwrijvend: ‘Daar gaan we wat aan doen, mevrouw!’
Ik lachte.
Opgelucht.

 

11-12-2019

Afscheid

Voor Marianne

De kamer moet over een paar dagen leeg zijn.
Ik ruim haar kast op.
Laat haar kleren door mijn handen gaan, ruik soms even aan een vest.
Haar geur.
Geuren vergeet je niet, weet ik.
Zal ik haar om me heen voelen, als ik een geur ruik, een gedichtje van Annie M.G. Schmidt lees, haar muziek hoor?
Zal ik haar stem horen, als in het voorjaar de bomen uitlopen, waar ze altijd zo van genoot: ‘Kijk nou toch kind, is het geen wonder hoe uit een klein takje zo’n prachtige boom groeit?’

 

Peter opent een voor een de laden van haar dressoir en bekijkt foto’s en kaarten die ze schreef.
Aan zijn nadenkende gezicht zie ik dat hij in zijn hoofd herinneringen verzamelt, zinnen vormt voor wat hij wil zeggen bij de uitvaart van zijn oma.
Allebei kijken we af en toe naar haar, hoe mooi ze daar ligt, geen spoor meer van pijn of verwardheid.

 

Een klopje klinkt, buurvrouw Mieke kijkt om het hoekje, ‘Komt ze zo koffiedrinken?’
Als ze ma op bed ziet liggen, vraagt ze, net als gisteren, verbaasd: ‘Slaapt ze?’
Ik vraag of ze even binnen komt.
Ze schuifelt naar binnen, mijn oog valt op haar benen, wat heeft ze nou toch voor broek aan?
Ik kijk nog eens, zie dat ze haar vest als broek heeft aangetrokken, de benen in de mouwen, dichtgeknoopt voor haar buik. In ieder geval lekker warm.
Ze gaat aan tafel zitten, pakt het zakdoekje uit haar mouw, strijkt het open en vouwt het op, steeds opnieuw.
Ze kijkt naar Peter, haar wenkbrauwen fronsend vraagt ze: ‘Is dat je broer?’
‘Nee Mieke, dat is mijn zoon.’
‘Zo groot?’

 

Ze kijkt naar ma, naar mij.
‘Slaapt je moeder?’
‘Nee, ze is dood’
‘Wordt ze straks weer wakker?’
‘Nee Mieke, ze wordt niet meer wakker.’
Weer schrikt ze, tranen glijden over haar wangen.
‘Nooit meer?’
‘Nee, nooit meer, maar ze heeft ook geen pijn meer.’
Ze knikt, vouwt haar zakdoekje open, dicht, kijkt op: ‘Mag ik wel tegen haar praten?’
‘Ja hoor dat mag.’
‘Zegt ze dan ook wat terug?’
‘Nee, ze zegt niets terug.’
Ze schuifelt naar het bed, raakt ma’s hand aan.
‘Ze is koud.’
‘Ja, maar dat voelt ze niet hoor.’
‘Mag ik haar ook een kus geven?’
‘Je mag haar aaien.’
Heel zacht streelt ze mijn moeders wangen, haar handen.
Peter en ik staan naast haar, we slikken.
‘Ik zal haar zo missen.’
Ze huilt, kruipt klein weg tegen Peters brede schouder.
Dan kijkt ze op, diep verdrietig: ‘En kom jij nou nooit meer hier?’

 

11-12-2019

Chagrijn

Chagrijn groeit op grijze morgens
in november, opstaan is een berg
de ene voet voor de andere zetten
een mount Everestbeklimming

 

Het bittert in brood van gisteren
in vergeefse koppen koffie
het donkert in de ochtend, maait de
middag neer, zwaait de avond aan
flarden, verwaait pas
in de bodemloze nacht

 

7-12-2019
Een gedicht uit de cursus Dichten voor gevorderden.
Geïnspireerd door Judith Herzbergs gedicht: ‘Zorgen werken.’
De opdracht was: schrijf een gedicht over een gevoel, toon door beelden hoe dat gevoel werkt.

‘Geliefde edelvrouwe’

Brugklasser was ze, Corderiaan ondanks haar ontbrekende rekenvaardigheden.
Onzekere puber met prille puistjes, die zich zo onopvallend mogelijk bewoog tussen haar klasgenoten, in de klas verankerd op de hoek achterin, verstopt achter haar pony.
‘Lootjestrekken’ had de klassenleraar eind november verordonneerd, ‘lootjes ruilen mag niet en wee je gebeente als je tegen anderen zegt wie je hebt!’
Ze maakte een zwarte piet van gekleurd papier voor een klasgenoot die ze nauwelijks kende en schreef een vriendelijk gedicht bij een chocoladeletter.

 

Op vijf december was het zover, sinterklaasfeest tijdens de vijftig minuten die de les Nederlands duurde. 
In hoog tempo werden de pakjes uitgepakt, gedichten voorgelezen, surprises bewonderd en werd de sint bedankt voor cadeautjes van een paar gulden.
Bijna aan het eind was ze aan de beurt. 
‘Opschieten’ maande de docent.
Haastig scheurde ze het papier van het pakje tot ze een klein stukgelezen dichtbundeltje in haar handen had.
Huh?
‘Opschieten, voorlezen’, drong de docent aan.
Aarzelend begon ze aan het gedicht: ‘Geliefde vrouwe, hierbij mijn stille ode aan u, o wonderschone edelvrouw.’
Geschater schalde door het lokaal.
Ze kleurde felrood tot diep in haar hals.
Gelukkig ging de bel.

 

Vierenvijftig jaar later weet ze nog steeds niet wie het was.

 

5-12-2019

Juf Tonnie

1980
De peuterspeelzaal was niet besteed aan jongste.
Maar, dankzij de enthousiaste verhalen van oudste, wilde hij wel naar de kleuterschool.
Toen ik hem de eerste ochtend ophaalde, vertelde juf Tonnie dat het prima was gegaan. ‘Alleen kringactiviteiten, daar heeft hij niet zoveel zin in.’
‘Dat is niet erg hoor’, suste ze toen ze mijn verbaasde gezicht zag, ‘als wij in de kring zitten, loopt hij een beetje rond en speelt met alles wat hij ziet, ik laat hem maar.’
En, toen ze mijn vragende blik zag: ‘Zeg er maar niks van, het komt wel goed.’

 

Thuis vroeg ik Rik hoe hij het vond op school.
Zijn ogen lichtten op: ‘Mama, daar is zoveel speelgoed! En je mag met zand spelen! Binnen!’
Hij genoot, dat was duidelijk.Toen ik een week later vroeg hoe het ging, vertelde juf Tonnie dat hij af en toe stilletjes in de kring erbij kwam zitten, rond keek, na een paar minuten opstond en door het lokaal wandelde.
‘Ik laat hem maar begaan‘, zei ze vertederd, ‘het is zo’n lief jongetje ’het komt wel goed.’

 

Na een paar weken deed hij mee met alles.
Leve juf Tonnie.

 

2-12-2019