
haar geest die tergend traag afhaakte
zijn hartenklop die plots stopte, mijn lief
de verliezer in zijn onwinbare strijd
nooit namen ze afscheid, ze doemen
op in het stille uur voor de zon
ondergaat, ik vraag hen: keus?
of lot? luister niet begrijpend naar
hun antwoorden in de wind, fluister
ten langen leste mijn bewaarde
woorden van afscheid over samen
lang of lang geleden, over loslaten
maar niet helemaal, over blije of
botsende beelden, over plaatsen
in mijn lijf waar zij verblijven, over
de ambivalentie van afstand in
een amper verstaanbaar
‘tot later’






