Een Loukverhaal over toeval
Ieder mens is een uniek wezen. Soms legt het leven bijzondere dwarsverbindingen tussen unieke mensen. Toeval wordt dat genoemd, of lot of voorzienigheid. Onlangs maakte ik het een paar keer van nabij mee.
Louks onbedwingbare epileptische insulten (veroorzaakt door het aangeboren syndroom van Dravet) werden vroeger vaak toevallen genoemd. Een passende term die in mijn ogen meer recht doet aan de onvoorspelbaarheid van het fenomeen dan de klinische term insult.
Andere vormen van toeval bestaan uit een schijnbare samenloop van omstandigheden:
Negentien jaar geleden ziet kleinzoon Louk op een dag in mei om 21 uur 59 het levenslicht. Deze oma mag daarbij zijn en kijkt verbijsterd van dat kleine jammerende wezentje naar de klok en weer terug. Overvallen door een deja vu: Louks vader werd op precies hetzelfde tijdstip geboren. Hoeveel minuten gaan er in een dag? Hoe groot is de kans dat de zoon in dezelfde minuut wordt geboren als de vader?
Onlangs gebeurt er weer zoiets:
Louks gezondheid is fragiel, naast de epilepsie zijn er problemen met zijn ingewanden waardoor hij soms erg veel afvalt. Gelukkig stijgt zijn gewicht de afgelopen maanden weer gestaag. Maar het hapert lang rond de 49 kilo, alsof de mijlpaal van vijftig kilo net een brug te ver is. Tot vorige week. De ene dag ziet zijn vader Abraham, de andere dag tikt Louk de vijftig kilo aan.
Fifty-fifty. Toeval? Hoe dan ook: hoera voor allebei! 24-6-2026
In 2015-2016 deed ik mee aan de online cursus ‘365 dagen schrijven’ bij Margreet Schouwenaar.
Elke dag plaatste ze een schrijf/dichtopdracht.
Op 22 juli 2016 citeerde ze van de ongeëvenaarde Annie MG Schmidt het gedicht: ‘Pas op voor de hitte’ over de ongelukkige gesmolten Juffrouw Scholten. Haar dichtopdracht aan ons luidde:
‘schrijf een gedicht waarin je waarschuwt voor de hitte en wat daar de gevolgen van kunnen zijn.’
Dat inspireerde mij, uit mijn pen rolde ‘Denk aan Dirk van Dalen.’
Vanmorgen vroeg zette ik alle ramen en deuren in huis tegen elkaar open. Gaf de tuin water waar nodig. Daarnet heb ik alles weer dicht gedaan: ramen, deuren, luxaflexen, zonneschermen en gordijnen. Donkere koelte vooralsnog maar de hitte komt geheid de komende dagen. En bij hitte hoort Dirk, dus grasduin ik in mijn schrijfarchief tot ik hem heb gevonden. Even afstoffen en hij is in 2026 net zo net zo actueel als 2016:
Denk aan Dirk van Dalen
Weet je t al van de oude Dirk van Dalen? Hij bezweek onlangs aan hitte falen. Van alle kanten kreeg hij tips tegen de hitte: ‘Eet zout, drink veel, airco hoog, blijf binnen zitten.’
Dat deed Dirk, zeven dagen zat hij binnen met alle ramen dicht. Vandaag is hij gevonden, ‘t was een vreselijk gezicht. Zijn airco stond op tien, hij was geheel bevroren. De pegels hingen aan zijn neus en aan zijn kin en oren.
Want Dirk, altijd al consciëntieus, nam die adviezen veel te serieus. Daarom raad ik ieder heel oprecht: doe nooit klakkeloos wat men je zegt!
Het rode potlood in mijn hoofd scant het verhaal op het scherm razendsnel en slaat alarm. Ssst, probeer ik nog, stil nou, je weet toch wat er komt?
Want deze collega schrijver vraagt wel feedback maar reageert als gestoken als hij die ook krijgt, hoe vriendelijk en voorzichtig ook geformuleerd. Hij reageert sowieso allergisch op reacties als deze: ‘waarom gebruik je dit woord hier?’
Of: ‘in die zin staat een spelfoutje.’
Waar zijn lange tenen ook niet tegen kunnen, zijn suggesties voor alternatieven: ‘misschien moet je …’ of ‘je kan beter …’ Hij negeert zulke reacties of fileert ze: ‘dit is niet relevant’ of ‘ doe niet zo moeilijk, het gaat om de inhoud’ of ‘dat voel ik nou eenmaal zo.’
Hij wil geen feedback maar een kietel, fluistert mijn gezonde verstand.
Dat weet je toch? Doe maar een duimpje.
Inspiratie: Schrijfoefening van de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen :
haar geest die tergend traag afhaakte zijn hartenklop die plots stopte, mijn lief de verliezer in zijn onwinbare strijd nooit namen ze afscheid, ze doemen
op in het stille uur voor de zon ondergaat, ik vraag hen: keus? of lot? luister niet begrijpend naar hun antwoorden in de wind, fluister
ten langen leste mijn bewaarde woorden van afscheid over samen lang of lang geleden, over loslaten maar niet helemaal, over blije of
botsende beelden, over plaatsen in mijn lijf waar zij verblijven, over de ambivalentie van afstand in een amper verstaanbaar
‘tot later’
19-5-2026 Inspiratie: geschreven in het kader van de dichtopdracht bij de poëzieles over Cees Nooteboom
Negentien wordt Louk vandaag en wat heeft hij een roerig jaar achter de rug: Een ernstige vorm van chronische colitis stak de kop op, wat hem zeer verzwakte.
Gestart werd met sondevoeding en medicatie en gelukkig kalmeerden zijn ingewanden toen.
In september 2025 verhuisde hij naar een fijne kamer in een woonvoorziening in Nootdorp. Hij wende er snel.
Tot begin dit jaar de colitis weer opvlamde, evenals de epilepsie.
In een paar weken tijd verzwakte Louk, hij viel weer vele kilo’s af, speelde niet meer, lachte niet meer, huilde regelmatig.
Hartverscheurend om hem zo te zien.
Terwijl zijn situatie zienderogen verder verslechterde, volgden onderzoeken, voedings- en medicatie aanpassingen en een SEH consult.
Op het dieptepunt namen papa en mama verlof op, haalden hem naar huis en zorgden (weer) zelf dag en nacht voor hem.
Liefde, aandacht, rust, gecombineerd met andere medicatie en een zorgvuldig opgesteld sondevoeding dieet, zorgden voor de omslag: langzaam knapte Louk weer op.
Weer was duidelijk dat goede en voortdurende medische begeleiding van cruciaal belang is voor dit kwetsbare mensenkind.
Gelukkig wordt dit (nu) onderkend en wordt hij nu nog zorgvuldiger gemonitord.
Aangesterkt keerde Louk na een paar weken terug naar zijn kamer in de woonvoorziening en pakte het ritme daar weer op.
Elke week wordt hij gewogen en elke week komt hij iets aan: in vier maanden ging hij zo van 43 kilo naar bijna 50, wat veel beter past bij een knul van een meter negentig.
Als hij 50 kilo weegt gaat de vlag uit!
Ik volg zijn gewicht stijging en andere onderzoeksresultaten op de voet.
Maar vooral let ik op Louks blik.
Want: of het goed gaat met Louk, kan je zien aan zijn glundergraad.
De definitie van glunderen: als ogen stralen van plezier en tevredenheid.
Afgelopen winter lachte Louk niet meer.
De eerste keer dat ik hem weer zag na een paar nare weken, stond hij met papa voor mijn keukendeur.
En glunderde!
Als vanouds.
Louk was weer Louk.
Gisteren kwam hij met papa en mama bij mij. Hij bleef zitten in de auto, tot ik naar hem toe kwam. Toen verscheen er een brede lach op zijn gezicht, hij gaf me zijn dierbare dierenkaartjes, stapte uit, pakte mijn hand en trok me mee naar binnen. Samen spelen, zelf spelen, kijken en luisteren naar papa die oma uitlegt hoe de onkruidwieder werkt en hoe hij de tuner weer aan de gang heeft gekregen. En naar mama die vertelt over haar bloemenborder terwijl ze ondertussen een paar prachtige bont bloeiende plantenhangers aan de schuurmuur ophangt. Voor oma, voor moederdag. Louk absorbeert alles en geniet zichtbaar.
Als ik ze een paar uur later uitzwaai, zwaait hij enthousiast terug.
Nog steeds glunderend.
Dat was gisteren.
Vandaag gaat Louk met papa en mama en de tantes zijn verjaardag vieren in Blijdorp. Veel plezier Louk!
Vandaag in Blijdorp
PS, toen ze gisteren vertrokken waren, constateerde ik dat glunderen besmettelijk is 😊
Slaap is me spuugzat en katapulteert mij en mijn drukke dromen zijn rijk uit.
Klaarwakker, zonder mijn ogen te openen weet ik dat het half drie is en aardedonker. Ik stommel naar het open raam. Sta. Adem. Luister. Het huis achter me luistert mee. Ver weg fluisteren golven.
De lucht ruikt zilt, bijna onmerkbaar neemt de wind mijn zuchten over. Ik weet niet hoe lang ik zo sta, noch hoe ik weer in bed beland.
Als ik mijn ogen weer opsla, is het licht. ‘Het was ochtend en de nieuwe zon strooide goud op de golfjes van een kalme zee.’
Inspiratie:
Schrijfoefening 17-2026 in de Fb groep Ultrakorte Verhalen:
‘Neem de eerste regel van een bekend boek en eindig daar je UKV mee’
Ik nam de eerste zin uit ‘Jonathan Livingston Zeemeeuw’ door Richard Bach
Hijgend hijs ik me het duin op. Struikel naar het vertrouwde plekje in de duinpan. Zit, ongemakkelijk, stijf, rillend in de harde wind. Mopper, zo vaak hier heerlijk rondgebanjerd maar dat lijkt wel een vorig leven. Ik blijf zitten, ineengedoken, te moe om meteen weer op te staan en terug te lopen naar het vlakke wandelpad, naar de cappuccino met cranberry gebak. Kom, diep inademen en langzaam uit. Kijk om je heen, het lege strand, het opkomende tij. Hoor de meeuwen, de golven. Luister naar de zee, vang haar fluisteringen op: stormschade, schipbreuk en slagzij kleuren ook haar bestaan maar ze gaat door, tevreden met vandaag. Een boei van troost werpt ze me toe. Gretig vang ik hem. 20-4-2026
Je ragdunne web trilt tussen gordijn en kozijn met jou, stoïcijnse architect, als koninklijk middelpunt, een web van glas vlechtend voor de eerste avonturier van de dag.
Ik heet je waarlijk welkom in de warme maartse ochtendzon jij achtpotige herfstbode, ben je voorbereid op lenteleed? Naast de raamwisser die maandelijks een kudde kozijnbewoners
vermorzelt, zijn er sinds kort rovende eksterouders in spe op oorlogspad, rücksichtslos zoekend naar kraamkamermateriaal en voedsel, jij en je vangst zijn vast een lekkernij voor hen.
Hopelijk heb je je schuilplaats onder het schuurdak op orde? Je noeste arbeid heeft voorrang, ik praat tegen dovemans oren en laat je, alleen nog dit: dagen al ben ik doelwit van een premature
colonne prikkende plaaggeesten. Voor jou, eigenzinnige einzelgänger, een smakelijke amuse. Lok ze verleid ze balsem ze hun hemel in. Alsjeblieft. Bij voorbaat dank.
—
9-4-2026
Inspiratie voor dit gedicht:
Elk najaar komt er een ochtend dat ik de keukengordijnen openschuif en een spin zie, midden in een vers web.
Dit jaar echter was ze er al begin maart.
Verrast begroette ik haar: ha, je bent er weer? In dezelfde week ontving ik, in het kader van de dichtcursus online bij Margreet Schouwenaar, een poezieles over de dichter Fritzi Harmsen ten Beek.
De dichtopdracht daarbij luidde:
‘schrijf een speels gedicht met inhoud en diepte aan een dier, plant, wolk etc.
Speel met woorden, klanken en bijvoeglijke naamwoorden zodat de inhoud net een andere kant laat zien.’
Ik combineerde deze twee voorvallen en daar rolde dit gedicht uit.
weer iemand weg die me kende van voorheen voorgegaan naar de vage verte waar ook ik ooit eindig
weer iemand weg die mijn vroeger kende opfriste corrigeerde ordende deelde in dierbare weetjenogs
steeds vaker dartelt mijn brein in de leemte die ze achterlaten schuurt scherpe hoeken tot zachte ronde vormen boetseert nieuwe beelden
herschrijft eigenzinnig zwaarte naar vederlicht, blaast weg wat me niet bevalt en ontdekt: eigenlijk ben ik een
geadopteerd Spaans prinsesje in de kou
15-3-2026
Mijn dichtvermogen stond lang op een laag pitje maar onlangs kriebelde het zich weer naar voren.
Ik meldde me aan voor weer een online poëziecursus voor gevorderden bij Margreet Schouwenaar.
Best spannend want die lessen zijn pittig, de dichtopdrachten uitdagend en de feedback vaak niet mis.
Maar toch gedaan.
De eerste les ging over Leonard Nolens en de bijbehorende dichtopdracht inspireerde me tot bovenstaand gedicht.
Ik bloos nog na van de lof van Margreet …
Ik kan nog/weer dichten!