Boei

Hijgend hijs ik me het duin op.
Struikel naar het vertrouwde plekje in de duinpan.
Zit, ongemakkelijk, stijf, rillend in de harde wind.
Mopper, zo vaak hier heerlijk rondgebanjerd maar dat lijkt wel een vorig leven.
Ik blijf zitten, ineengedoken, te moe om meteen weer op te staan en terug te lopen naar het vlakke wandelpad, naar de cappuccino met cranberry gebak.
Kom, diep inademen en langzaam uit.
Kijk om je heen, het lege strand, het opkomende tij.
Hoor de meeuwen, de golven.
Luister naar de zee, vang haar fluisteringen op: stormschade, schipbreuk en slagzij kleuren ook haar bestaan maar ze gaat door, tevreden met vandaag.
Een boei van troost werpt ze me toe.
Gretig vang ik hem.

20-4-2026

Goedemorgen spinvriendin

Je ragdunne web trilt tussen gordijn en kozijn met jou,
stoïcijnse architect, als koninklijk middelpunt, een web van
glas vlechtend voor de eerste avonturier van de dag.

 

Ik heet je waarlijk welkom in de warme maartse ochtendzon
jij achtpotige herfstbode, ben je voorbereid op lenteleed?
Naast de raamwisser die maandelijks een kudde kozijnbewoners

 

vermorzelt, zijn er sinds kort rovende eksterouders in spe op
oorlogspad, rücksichtslos zoekend naar kraamkamermateriaal
en voedsel, jij en je vangst zijn vast een lekkernij voor hen.

 

Hopelijk heb je je schuilplaats onder het schuurdak op orde?
Je noeste arbeid heeft voorrang, ik praat tegen dovemans oren en
laat je, alleen nog dit: dagen al ben ik doelwit van een premature

 

colonne prikkende plaaggeesten. Voor jou, eigenzinnige
einzelgänger, een smakelijke amuse. Lok ze verleid ze
balsem ze hun hemel in.
Alsjeblieft. Bij voorbaat dank.

9-4-2026
Inspiratie voor dit gedicht:

 

Elk najaar komt er een ochtend dat ik de keukengordijnen openschuif en een spin zie, midden in een vers web.
Dit jaar echter was ze er al begin maart.
Verrast begroette ik haar: ha, je bent er weer?
In dezelfde week ontving ik, in het kader van de dichtcursus online bij Margreet Schouwenaar, een poezieles over de dichter Fritzi Harmsen ten Beek.
De dichtopdracht daarbij luidde:
‘schrijf een speels gedicht met inhoud en diepte aan een dier, plant, wolk etc.
Speel met woorden, klanken en bijvoeglijke naamwoorden zodat de inhoud net een andere kant laat zien.’
Ik combineerde deze twee voorvallen en daar rolde dit gedicht uit.

Wie weet nog

weer iemand weg die
me kende van voorheen
voorgegaan naar de vage
verte waar ook ik ooit eindig

weer iemand weg die
mijn vroeger kende opfriste
corrigeerde ordende deelde
in dierbare weetjenogs

steeds vaker dartelt mijn brein
in de leemte die ze achterlaten
schuurt scherpe hoeken tot zachte
ronde vormen boetseert nieuwe beelden

herschrijft eigenzinnig zwaarte naar
vederlicht, blaast weg wat me niet
bevalt en ontdekt: eigenlijk ben ik een
geadopteerd Spaans prinsesje in de kou

15-3-2026

Erecode

Dat liefde wegsijpelde in
stilstand en gedijde in
de wrijving tussen onze
werelden waar bewegen
botsen betekende en dode
hoeken veiligheid fileerden

 

Hoe we excelleerden in
kietelen met plaagstootjes
in porrend strelen. Hoe
we na elk terug deinzen
piketpaaltjes plantten die
nogo-area’s markeerden en

 

Zo ons thuis veilig
stelden vrijplaats waar
vaagpraat uitdoofde stilte
volstond en wij blindelings  
elkaar vonden hervonden
floreerden als nooit eerder

 

Wonderlijk hoe in
mijn lange achterblijven
na jouw vroege voorbij  
onze schuilplaats voelbaar blijft

 

28-2-2026

 

Inspiratie:
Mijn dichtvermogen stond lang op een laag pitje maar onlangs kriebelde het zich weer naar voren.
Ik meldde me aan voor weer een online poëziecursus voor gevorderden bij Margreet Schouwenaar.
Best spannend want die lessen zijn pittig, de dichtopdrachten uitdagend en de feedback vaak niet mis.
Maar toch gedaan.
De eerste les ging over Leonard Nolens en de bijbehorende dichtopdracht inspireerde me tot bovenstaand gedicht.
Ik bloos nog na van de lof van Margreet …
Ik kan nog/weer dichten!

Teach your children well

Heus, we lazen wat Harris, Hellinger
en Skinner vonden, vermeden ruzie
boomden over straffen en belonen
labelden waaghalzerij als kattenkwaad
keken Koot en Bie en waren allemaal O.K.

Maar volstond ons knuffelquotiënt en
raakten we jullie niet te veel aan of te
weinig, luisterden we wel met aandacht
gaven we jullie voldoende vrijheid en
was er genoeg pindakaas en blijheid?

Alle wijsheid ten spijt deden we
vaak maar wat we dachten dat
goed leek en keken toe hoe geluk
groeide met griefjes die overleefden
als onuitroeibare vergeet-me-nietjes

22-2-2026

Inspiratie:
‘You, who are on the road
Must have a code you try to live by
And so become yourself
Because the past is just a goodbye’

Uit ‘Teach your children well’ van

Het album Déjà vu, uit 1970
Crosby, Stills, Nash & Young

Te laat

Jij kwam te laat
altijd en overal
bleef lang plakken
ging te vroeg

Ik kom vroeg
altijd en overal
vertrek bijtijds
ben er nog

Soms speel ik met
je horloge zoek jouw
knop voor later losser
langer. Vergeefs.

11-2-2026

Geinspireerd door de schrijfopdracht in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen van deze week:

‘Schrijf een UKV (met een humoristische inslag) waarin je protagonist (of de antagonist) te laat komt – of is – voor iets belangrijks’
 

In the calm after the storm

Dit was de schrijfoefening deze week in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen #5-2026:
‘Iemand heeft een emotionele uitbarsting – boosheid, verdriet, angst, stress.
Wat doet je Hoofdpersoon met deze uitbarsting van deze persoon?’

 

 

Ik zag ze dit doen:

 

Gesticulerend met een aardappelschilmesje vuurde ze uit het niets een salvo  verwijten op hem af.
De eerste lading raakte hem voluit.
Hij verstijfde, dook in elkaar, zocht  en vond het platgetreden pad:
verdwijn in je cocon, blik naar binnen, voel je lijf, adem in,
vasthouden, langzaam loslaten.
Ging best goed.

 

Tot iets witheets vanuit zijn tenen omhoog schoot.
En hij, zonder scheldwoorden zelfs, haar verwijten pareerde.
Twee kemphanen, in de coulissen gesouffleerd door kuddes ouwe koeien.
Van haar, van hem, van hen samen.

 

Pas ‘in the calm after the storm’, herinnerde hij zich de vuistregel: liefde.
Liefde voelen, uitspreken, geven, delen.

 

8-2-2026

Salto

Ik vermaakte me prima, gaf voorzetten, danste en deed salto’s.
Alleen die laatste salto, hij startte perfect maar ineens lukte het niet meer om terug te draaien en werd ik met mijn voeten vooruit naar de uitgang geduwd.

 

Daar verwelkomde een kamer vol witte jassen me.
Nog voor mijn hoofd zich naar buiten had gewurmd, zagen zij al dat ik een jongetje was.
Ze stootten elkaar aan en staken hun duim op.
Kort daarna vertrokken ze en nu lig ik op de buitenkant van mijn moeders buik.
De binnenkant was knusser en warmer maar hoera, er is hier veel meer ruimte voor salto’s.

 

20-1-2026

 

Inspiratie:
het thema van de schrijfoefening van deze week in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen: 
‘Hallo baby, daar ben je dan! Hoe was je reis? Hoe was de aankomst? En hoe zag je dag eruit? Beschrijf de eerste dag van je leven vanuit het ik-perspectief.’

Dijkreis

Het laaghangende regenscherm gaat links naadloos over in de IJssel en rechts in weilanden en polderdorpen.
Behendig manoeuvreert de chauffeur de bus van halte naar halte over de smalle kronkelende dijk.
Gedaantes in regenkleding stappen uit en andere in.

 

Vóór me giechelen twee meisjes boven hun schermpjes.
Achter me kibbelt een grijze vrouw met een kale man over de route.
Ik luister, ruik de geur van natte jassen.
Mijn wijsvinger trekt lijnen over het beslagen raam.
Achter elke streep doemt een flard buitenwereld op.

 

Gisteren en morgen blijven buiten.
In deze rijdende baarmoeder ademen wij elk ons eigen heden.

 

18-1-2026

 

 

Inspiratie: in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen was deze week de opdracht:
‘VAN POËZIE NAAR PROZA
Neem een bekend gedicht en maak hier een UKV van.
Je hoeft het gedicht niet letterlijk te nemen. Laat je inspireren. Het is aan jou of je meteen het gedicht wil noemen of dat je het (eerst) aan de lezer overlaat of het gedicht duidelijk is.’
Ik koos voor het gedicht ‘Afsluitdijk’ van de dichter Vasalis