Spannend spel

In de tweede ronde van de dichtsessie met Aaltje vorige week, plukten we deze vijf willekeurige woorden uit ‘Geheime kamers’ van Jeroen Brouwers en verwerkten die in een gedicht, een CorAaltje:
Schoppen, Water, Nagel, Plaatjes, Spannend.

 

Dit werd het bij Aaltje:

 

Spannend spel

 

met water schoppen
glinsterblinkend in de zon
als ik met mijn nagelgaatjes
toch eens plaatjes vullen kon
maar met blinkend flitsgeschitter
duizend druppels helder licht
slippen al mijn holtes dicht

 

waterfeest bij de fontein
snaterwater vol geklater
als ik met mijn vingertjes eens
alle gaatjes vullen kon met brein
praatjes heb ik dat is waar
maar het water is zo klaar
en mijn hoofd is veel te klein

 

nagels om je gat te krabben
als ik die heb ben ik rijk
sta ik nooit met al mijn kwabben
bloot of met mijn gat te kijk
glans van druppels flitsgeflonker
van het grote ongelijk ben
jij het licht en ik het donker.

 

Dit rolde er bij mij uit:

 

Gesnapt

 

Hoe je op school doelloos
ronddraaide op je stoel tot
de bel ging en je stampend door diepe
waterplassen naar huis holde, je
zusje van je kamer schopte, ze
lachte, toen zenuwachtig onder
je matras
zocht
en zocht
en zocht
vergeefs
weg waren die spannende plaatjes

 

Hoe je nagelbijtend wachtte
op het onafwendbare

 

25-2-2023

 

 

Kruis

Ze ploft neer: ‘Hèhè, effe alleen ik.’
De wallen en voren in haar gezicht ogen dieper dan ik me herinner.

 

Boven onze cappuccino’s loopt ze af: ‘Weet je, ik vind het niet erg, die medische molen, dat ik hem bij alles moet helpen, dat ik zijn geheugen en zijn agenda ben geworden. Hem steeds afleiden als hij naar zijn moeder wil die al lang dood is. Het hoort erbij, in voor- en tegenspoed weet je wel.’

 

Ze zucht: ‘Soms zoende hij me even stiekem tussendoor, hier, achter mijn oor, dan fluisterde hij: wij samen hè? Dat mis ik zo.’

 

 

23-1-2023
Inspiratie voor dit fictieverhaal: het Woord van de Week in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen: Kruis

RIP Leonidas

Brosrepen in de gangkast
Koetjesrepen van oma
Leonidas

 

Delicata walnoot melk in Utrecht
Cadbury melk hazelnoot bij de V&D in Zeist
Leonidas

 

Toblerone in een tent in Oostenrijk
Fruits de mer bij La Place
Leonidas

 

Godiva oublies bij een cursus
Milka blokjes tijdens de rondvraag
Leonidas

 

Merci met een strikje voor een verjaardag
Australian chocolate onder de Kerstboom
Leonidas

 

RIP: Manon café, Lingot vanille
Gianduja buche, Carré krokant
Noisette masquée, Ganache

 

28-1-2023

REM-slaap en Doemgedachten

We deden weer een dichtsessie, Aaltje en ik.
Uit het boek ‘Geheime kamers’ van Jeroen Brouwers, plukten we vijf willekeurige woorden en verwerkten die in een gedicht.
Dit waren de woorden in de eerste ronde:
REM-slaap, Andere, Gelegd, Opbergen, Galopperen

 

Zo verwerkte Aaltje ze:

 

Je hebt je REM-slaap af gelegd in kasten
vol vergetelheden. Nu je wakker bent, is door andere
wakkeren vaak gezegd: nachtmerries zullen niet
galopperen, opbergen die beesten. ‘t Paard op stal en
jij als een vogel in je nest. Dit is je queeste: Wordt zen.
Allicht kun je het eens proberen.

***

 

En dit is mijn gedicht met die woorden:

 

Doemgedachten

 

Onopvallend frommel ik ze in elkaar en berg ze op,
zoals je schone sokken achter de onderbroeken
legt in een overvolle la, uit het zicht van toevallig
passerende gezonde ronde argumenten. Koppig

 

verrijzen ze ‘s nachts in elke REM-slaap, galopperen
gillend door mijn onderbewustzijn, wekken andere
doemgedachten, illustreren elkaar met schrikbeelden en
sleuren en passant bergen oud zeer mee
de nieuwe dag in.

 

 

 25-1-2023

Praktijkpsychiater, een ontmoeting

Naast me staat een man, jas open, lange grijze haren in een staartje, een shaggie in zijn mondhoek, bruin doorrookte vingers, nagels met dikke zwarte randen.
We luisteren naar de stem die aankondigt dat deze trein is vertraagd door een wisselstoring.
‘Dat gaat wel even duren’, zegt hij.
Het vriest, een ijzige noordooster vlaagt over het perron.
Rillend vraag ik: ‘Hebt u het niet koud?’
Hij schudt zijn hoofd: ‘Nee hoor, ik heb de hele dag buiten gewerkt, ik ben eraan gewend. Ik werk in de psychiatrie zie je. Niet officieel want ik ben al lang met pensioen. Ik ben gepensioneerd in de psychiatrie, zeg maar.’
We raken aan de praat, onlangs las ik de boeiende biografie over Jan Foudraine, de grondlegger van de antipsychiatrie in Nederland.
We ontdekken dat we allebei in de jaren zeventig in de psychiatrie belandden: hij in de Willem Arntshoeve in Den Dolder, ik in het Christelijk Sanatorium in Zeist.

 

Er wordt omgeroepen dat onze trein is uitgevallen ‘als gevolg van een aanrijding met een persoon.’ De eerstvolgende komt over twintig minuten.
In de ijzige vrieskou lopen we het perron op en neer en voegen zo een nieuwe dimensie toe aan het begrip ijsberen.
Het duurt even voor ik door heb dat onze psychiatrische ervaringen een verschillende basis hebben: ik vertel over mijn opleidingsjaren in de psychiatrische verpleegkunde en vraag welke opleiding hij deed.
Nee hij zat niet in de verpleging, vertelt hij.
‘Psychiater? Psycholoog?’ vraag ik.
Hij grijnst: ‘Hm, ja, psychiater, dat ben ik onderhand wel, een ervaringspsychiater, ik heb alles zelf ervaren.’
Hij ziet dat het kwartje valt bij me en vertelt.
Over een leven vol psychoses, verslavingen en suïcidepogingen, afgewisseld met opnames, medicijnen en allerhande therapieën: ‘Noem ze maar, ik heb ze allemaal gehad, al die pillen en al die therapieën en allemaal beloofden ze: dit is het, dit helpt.’
Hij schudt zijn hoofd: ‘Maar niks hielp echt.’

 

Ik vraag hoe hij erdoorheen gekomen is, wat hielp hem wèl?
Hij staart over het perron, denkt na.
Vertelt dan: ‘De natuur is mijn beste recept. Toen alle pillen en therapieën mislukten, wisten die hulpverleners het ook niet meer met me en dumpten ze me op de tuin op het terrein van de instelling: ik moest de tuinman maar gaan helpen. Ik geloofde daar niet in, alles mislukte immers altijd. Maar ja, niks doen werkte ook niet en ik moest wat, dus ging ik maar naar die tuin. Het duurde even maar toen ging ik me anders voelen, ik werd rustig van binnen. Beetje harken, beetje wieden, kijken naar de lucht, naar wat er groeit en hoe het groeit en dingen proberen met planten en struiken en bomen. Stekken, snoeien, verplaatsen, combineren, zien waar de zon staat en welke planten het daar goed doen en welke niet.’

 

Zijn ogen staan blij als hij verder vertelt: ‘en toen lieten ze me daar maar gewoon, geen nieuwe therapieën meer, alleen die tuin en nog maar een paar pillen per dag, niet meer die bergen. Dat was genoeg, meer was niet nodig. Jaren was ik op die tuin en toen op een dag kwam een van die psychiaters en die vroeg of ik de tuinman wilde opvolgen want die ging met pensioen. Omdat ik zoveel wist van die tuin en omdat ik zo goed met de patiënten overweg kon. Dus toen ging ik dat doen. Maar vorig jaar moest ik met pensioen, de leeftijd hè. Nou, ik ben een paar maanden thuis geweest maar mijn vriendin werd helemaal gek van me en de fles ging steeds vroeger open. Dus toen ze van hier belden of ik af en toe nog iets wilde doen in de tuin, nou je wil niet weten hoe snel ik ja zei, de volgende dag zat ik al in de trein hierheen. En nou ga ik gewoon weer elke dag.’

 

Stampvoetend lopen we een tijdje zwijgend over het ijskoude perron.
Als eindelijk in de verte onze trein nadert, pakt hij mijn elleboog: ‘Nog iets, misschien heb je d’r wat aan want jij zat ook in de psychiatrie toch? Hij buigt zijn hoofd naar me toe terwijl de trein piepend stopt: ‘Die tuin, die is goed voor iedereen, alleen bipo’s hè, die moet je daar niet hebben.’
‘Mensen met een bipolaire stoornis?’
Hij knikt: ‘Weet je waarom? Als ze depressief zijn doen ze geen reet, al groeit het onkruid meters hoog, ze zien het gewoon niet. Daar is niet tegenop te werken. En als ze manisch zijn, dan wieden ze die hele tuin kaal, alle goeie planten gaan d’r aan en er blijft ook niks meer te doen over voor de anderen. Dus toen ging ik naar die hoofdpsych en zei: ‘Je mag me iedereen geven, ik kan ze allemaal hebben, schizo’s, borderliners, psychoten, maakt allemaal niet uit, dat komt wel goed. Maar bipo’s, die wil ik niet meer, die hou je maar, want anders gaat mijn hele tuin d’r aan.

 

De trein staat stil voor ons, deuren openen zich en mensen stappen uit.
Ik voeg me in de rij om in te stappen.
Hij kijkt rond, haast zich naar de volgende deur waar minder mensen wachten.
We zwaaien: ‘goede reis!’

 

19-1-2023

2022, leren en publiceren

Vandaag geen verhaal of gedicht maar een terugblik op mijn afgelopen schrijfjaar:

 

Hoogtepunt
Twee jaar geleden kwam mijn eerste bundel uit: ‘Dichterbij, korte verhalen en gedichten.’
In 2022 groeide mijn tweede bundel: ‘Louk en oma’: ik verzamelde en herschreef alle teksten waarin kleinzoon Louk direct of indirect een rol speelt, schreef enkele nieuwe teksten en verwerkte minutieus de feedback van Mechtilde, Nancy en Rik.
Daarna bogen Roeq en Inès zich over illustraties en vormgeving.
Et voilà: terwijl ik dit schrijf, glijdt mijn blik blij over de stapel ‘Louk en oma’ die klaar ligt voor verzending!
Heb je belangstelling voor een of beide bundels (€15,- per stuk)?
Mail je adres en het aantal naar bundel@coradichterbij.nl
Maar 2022 bood meer:
Leren
Ook in 2022 volgde ik schrijfcursussen:
Bij SOL (Schrijven Online): Gedichten schrijven.
Bij Margreet Schouwenaar ging ik door met: Poëzie online voor gevorderden.
Bij elkaar boden deze cursussen een mooie mix van leren over dichtvormen, tips (zoals bijvoorbeeld het belang van: SOS: schrappen omgooien schaven) en kennismaken met het werk van andere dichters.
Maar vooral stimuleerden ze tot: doen, doen, doen!
Schrijven, feedback krijgen en bestuderen en daarmee gaan herschrijven, net zo lang tot het ‘klopt.’
Zo ontstonden nieuwe verhalen en gedichten, vele vonden hun weg de wereld in:

 

 
Publiceren
Al vijf jaar plaats ik regelmatig verhalen en gedichten hier op www.coradichterbij.nl en al even lang volgen lezers mij en uiten hun waardering over mijn teksten.
Dank daarvoor, ik vind het altijd zo boeiend om reacties te krijgen, te horen hoe mijn teksten overkomen bij jullie!
Regelmatig stuurde ik teksten in naar schrijfsites en deed mee aan schrijfwedstrijden.
Met resultaat:
  • In het katern Alice van de digitale uitgave Schrijven Magazine Plus, werd een ultrakort verhaal van mij opgenomen als een van de vijf leukste ultrakorte verhalen van de eerste twee maanden van 2022.
  • Uitgeverij Gopher nam twee gedichten op in de bloemlezing: ‘Niet vrijwillig zit ik afgezonderd.’ Een daarvan werd voorzien van een eervolle vermelding. ISBN 9789493230606
  • De stichting UitJeErvaring plaatste twee gedichten in de bundel: ‘Eindeloos, gedichten over groei’, ISBN:9789403651781
  • Uitgeverij Ambilicious nam vier verhalen van mij op in de ultra-korte-verhalenbundel: ‘Kort & Prachtig 3′ ISBN 978-94-93275-19-5

 

Ik zond weer enkele gedichten in naar de landelijke ‘Gedichtenwedstrijd 2021’ en hoorde begin 2022 dat het gedicht ‘Samen’ door de eerste ronde was gekomen. Ook dit gedicht kreeg mooie feedback.
  • Een warm plekje in mijn schrijfhart houdt de Facebookgroep Ultra korte verhalen van SOL (Schrijven Online). Ook in 2022 plaatste ik daar af en toe een ultrakort verhaal. Vier daarvan werden gekozen bij de beste vijf van de week.
  • Maar het warmste plekje is voor de dichtmiddagen bij Aaltje, regelmatig toog ik naar Castricum om bij te praten maar ook om samen te dichten. Wondermooie CorAaltjes leverde dat op.
2023
Zo, dat was 2022, een bewogen jaar waarin veel en ingrijpende dingen gebeurden.
Schrijven leidt mij enerzijds af van die zaken buiten de deur maar biedt anderzijds ook inspiratie: wie mij vaker leest, weet dat actualiteit vaak direct of indirect opduikt in mijn teksten.
Zo suddert er in mijn map ‘Conceptteksten’ al een tijdje een half af verhaal over grensoverschrijdend gedrag, in dit geval: ongewenste zoenen.
En natuurlijk ligt er weer een mooie poëzieles met inspirerende dichtopdracht te wachten op mijn aandacht.
En we moeten gauw weer afspreken, Aaltje!
Aan het werk dus!

 

12-1-2023

2022: nul sterren

(dit gedicht is een zogenaamde koppensneller, samengesteld uit krantenkoppen uit Trouw en Volkskrant van 31-12-2022

 

 
Ik durf er niet aan te denken dat een jaar nog slechter
kan worden dan 2022, het was een chaosjaar, een
uitputtende tocht in een permanente staat van crisis,
liegende leraren, communicatieve uitglijders, excuses om in
de gaten te houden, ons denken is failliet, uitvluchten en
geitenpaadjes kunnen we ons niet meer permitteren

 

Gewoontedieren zijn we en tamelijk luie bovendien,
lichaamstaal is misschien wel ons belangrijkste
communicatiemiddel: ga staan als een superheld en
je voelt je een stuk zelfverzekerder: ’Kom op jongen’
schreeuw ik fluisterzacht door mijn tanden: ‘Weg met het
oergelul, dit is wat er gebeurt als je pizzadozen niet recyclet!’

 

Luister en huiver, kinderen, lezen brengt loutering, een
rustig eiland buiten de eigen bubbel, varen langs verhalen
toen de toekomst nog leuk was: ‘we once were one’,
kamers met aandacht, dat doet wat met je

 

Voortaan trek ik, de petemoei van de punk, met Oud en Nieuw
gewoon een roze onderbroek aan: een weemoedige
solotentoonstelling, motor van de verbeelding, ultieme
beloning voor het geduld van de stille kracht

 

 
Okedoeibedankt!

 

3-1-2023

Excuus

Door onvoorziene omstandigheden
verdwenen de juiste woorden voor
dit gedicht

 

Het gros sneeuwde onder in talkshows
verdronk in geleuter en geslijm
werd uitgekotst in een pandemie
geschaard onder waandenkbeelden
omgezet in allemans iconen
of gleed rillend een taalwak in

 

De echte werden verzwegen in
slechtnieuwsgesprekken, vergeten
in grafredes, gemompeld in het donker
of weggewuifd bij een haastig afscheid
afgedaan als aanstellerij

 

De ergste werden geschreeuwd
tijdens kerstdiners, vastgenageld
in kille kinderkelders, knock-out
gemept door een vadervuist
bevroren in ijzige stiltes

 

De liefste plakten in natte zoenen
werden verzwolgen door orgasmes
weg gepuft in persweeën

 

excuus

 

geschreven naar aanleiding van een les over de dichter Jules Deelder in de cursus Poëzie online  januari 2020

Louk en oma

Daar ligt hij, vers van de pers: de proefdruk van ‘Louk en oma’, mijn ‘project 2022.’
Langzaam blader ik er doorheen, de laatste aanpassingen zijn verwerkt maar natuurlijk zie ik nog een gemiste komma en even later mailt zoon me ook nog een paar ‘puntjes op i’s.’
De aller allerlaatste aanpassingen, dan gaat het naar de drukker voor de (eerste) oplage.

 

In juni, tijdens een wandeling, kwam het in me op: dit is het moment: ik ga alle verhalen en gedichten die ik de afgelopen jaren schreef over kleinzoon Louk, verzamelen in een mooie bundel.
Zo gezegd zo gedaan: ik zocht ze bij elkaar, herlas ze kritisch, paste aan, herschreef alinea’s, besloot tot een chronologische rode lijn: de teksten meanderen van zijn geboorte naar nu, vijftien jaar later.
Een leuke klus.
Toen ik alle teksten chronologisch had geordend en ze nog een keer doorliep, zag ik het: ik had nooit geschreven over twee dieptepunten … Oef.
Begrijpelijk natuurlijk, maar toch, ze zijn onlosmakelijk verbonden met  Louk en vormen cruciale keerpunten in zijn leven.
Dus volgde een zware klus: die dieptepunten vast leggen.
Het was intensief maar het lukte: het verhaal over de buschauffeur is geschreven en ook het verhaal over ‘de zwarte bladzijde’, die ongeveer een jaar duurde maar de opmaat bleek naar een beter leven voor Louk.

 

In augustus mailde ik alle teksten naar schrijfmaatjes Mechtilde en Nancy die ze kritisch doornamen en constructieve feedback gaven, die ik verwerkte.
De teksten werden er beter van!

 

De afgelopen maanden bogen zoon en schoondochter en haar zus zich over de teksten, de vormgeving en de illustraties.
Ze stuurden een conceptversie, daar vlooide ik ook weer foutjes uit.
Gisteren brachten zoon en Louk de proefdruk die nu voor me ligt.
Ik ben er blij mee!
Louk is er ook blij mee, niet met de inhoud maar met de voorkant: ‘Tijger! Haan! Oma knippen!’
Maar dat deed oma niet deze keer.

 

Heb je belangstelling voor een of meer exemplaren van ‘Louk en oma’?
De (kost)prijs is € 15,-  per stuk plus eventuele verzendkosten.
De eerste oplage wordt afgestemd op de vraag die er is.
Mail: bundel@coradichterbij.nl 
Graag doorgeven voor 1 januari 2023.

 

18-12-2022

Koud werk

Eerst draait hij de waterkraan beneden dicht, dan is hij een tijd bezig met de  wateraansluiting en -afvoer, daarna zet hij de kraan beneden weer open en hoera: ik hoor water, ik kan weer wassen.

 

Bij de koffie vinden we elkaar in onze afkeer van kou en ‘echte’ Hollandse winters.
Hij grinnikt: ‘Terwijl ik toch twintig jaar koud werk had.’
‘Koud werk? Wat is koud werk?’
Geanimeerd vertelt hij over de twintig jaren dat hij baas was over de koel- en diepvriessectie in een supermarkt.
Installeren, inrichten, repareren, bestellen, (bij)vullen: ‘Dát was pas koud werk, daar is uw zolder warm bij.’

 

Na de koffie krabt hij zijn kin en zegt voorzichtig: ‘Ik wil u nog wat laten zien.’
Als ik knik, zet hij de wasmachine aan en wijst na een paar minuten op de kleur van het water in de leeg draaiende trommel: ‘ziet u die kleur?’
Ik kijk en schrik: ‘O jee, dat is gewoon goor, hoe kan dat?’
Weer krabt hij zijn kin, dan wijst hij me vriendelijk op de ‘clean machineknop’ en legt uit waar die voor is: ‘als u dat programma af en toe aanzet, blijven de buitenkant en de binnenkant van de trommel schoon en dat water ook.’
‘Hoe vaak is af en toe? Vast vaker dan een keer in de zes jaar?’
Hij lacht gemoedelijk: ‘Een keer per twee maanden is wel goed.’
Dan snap ik hem: ‘Ik heb hem dus verwaarloosd?’
‘U zegt het.’
‘En dan was deze reparatie niet nodig geweest?’
‘Nee dat staat er los van, dat was normale slijtage voor een machine van zes jaar.’

 

Mijn was wordt weer heerlijk schoon, schoner verbeeld ik me.
Maar ik voel me een beetje viezig …

 

14-12-2022