Glunder Louk

Negentien wordt Louk vandaag en wat heeft hij een roerig jaar achter de rug:
Een ernstige vorm van chronische colitis stak de kop op, wat hem zeer verzwakte.
Gestart werd met sondevoeding en medicatie en gelukkig kalmeerden zijn ingewanden toen.

 

In september 2025 verhuisde hij naar een fijne kamer in een woonvoorziening in Nootdorp.
Hij wende er snel.
Tot begin dit jaar de colitis weer opvlamde, evenals de epilepsie.
In een paar weken tijd verzwakte Louk, hij viel weer vele kilo’s af, speelde niet meer, lachte niet meer, huilde regelmatig.
Hartverscheurend om hem zo te zien.
Terwijl zijn situatie zienderogen verder verslechterde, volgden onderzoeken, voedings- en medicatie aanpassingen en een SEH consult.

 

Op het dieptepunt namen papa en mama verlof op, haalden hem naar huis en zorgden (weer) zelf dag en nacht voor hem.
Liefde, aandacht, rust, gecombineerd met andere medicatie en een zorgvuldig opgesteld sondevoeding dieet, zorgden voor de omslag: langzaam  knapte Louk weer op.
Weer was duidelijk dat goede en voortdurende medische begeleiding van cruciaal belang is voor dit kwetsbare mensenkind.
Gelukkig wordt dit (nu) onderkend en wordt hij nu nog zorgvuldiger gemonitord.
Aangesterkt keerde Louk na een paar weken terug naar zijn kamer in de woonvoorziening en pakte het ritme daar weer op.
Elke week wordt hij gewogen en elke week komt hij iets aan: in vier maanden ging hij zo van 43 kilo naar bijna 50, wat veel beter past bij een knul van een meter negentig.
Als hij 50 kilo weegt gaat de vlag uit!

 

Ik volg zijn gewicht stijging en andere onderzoeksresultaten op de voet.
Maar vooral let ik op Louks blik.
Want: of het goed gaat met Louk, kan je zien aan zijn glundergraad.
De definitie van glunderen: als ogen stralen van plezier en tevredenheid.
Afgelopen winter lachte Louk niet meer.
De eerste keer dat ik hem weer zag na een paar nare weken, stond hij met papa voor mijn keukendeur.
En glunderde!
Als vanouds.
Louk was weer Louk.

 

Gisteren kwam hij met papa en mama bij mij.
Hij bleef zitten in de auto, tot ik naar hem toe kwam.
Toen verscheen er een brede lach op zijn gezicht, hij gaf me zijn dierbare dierenkaartjes, stapte uit, pakte mijn hand en trok me mee naar binnen.
Samen spelen, zelf spelen, kijken en luisteren naar papa die oma uitlegt hoe de onkruidwieder werkt en hoe hij de tuner weer aan de gang heeft gekregen.
En naar mama die vertelt over haar bloemenborder terwijl ze ondertussen een paar prachtige bont bloeiende plantenhangers aan de schuurmuur ophangt.
Voor oma, voor moederdag.
Louk absorbeert alles en geniet zichtbaar.

 

Als ik ze een paar uur later uitzwaai, zwaait hij enthousiast terug.
Nog steeds glunderend.

 

Dat was gisteren.
Vandaag gaat Louk met papa en mama en de tantes zijn verjaardag vieren in Blijdorp.
Veel plezier Louk!
Vandaag in Blijdorp

PS,  toen ze gisteren vertrokken waren, constateerde ik dat glunderen besmettelijk is 😊

 

10-5-2026

Goud

Slaap is me spuugzat en katapulteert mij en mijn drukke dromen zijn rijk uit.
Klaarwakker, zonder mijn ogen te openen weet ik dat het half drie is en aardedonker.
Ik stommel naar het open raam.
Sta. Adem. Luister.
Het huis achter me luistert mee.
Ver weg fluisteren golven.
De lucht ruikt zilt, bijna onmerkbaar neemt de wind mijn zuchten over.
Ik weet niet hoe lang ik zo sta, noch hoe ik weer in bed beland.

 

Als ik mijn ogen weer opsla, is het licht.
‘Het was ochtend en de nieuwe zon strooide goud op de golfjes van een kalme zee.’
Inspiratie:
Schrijfoefening 17-2026 in de Fb groep Ultrakorte Verhalen:
‘Neem de eerste regel van een bekend boek en eindig daar je UKV mee’
Ik nam de eerste zin uit ‘Jonathan Livingston Zeemeeuw’ door Richard Bach

 

3-5-2026

Boei

Hijgend hijs ik me het duin op.
Struikel naar het vertrouwde plekje in de duinpan.
Zit, ongemakkelijk, stijf, rillend in de harde wind.
Mopper, zo vaak hier heerlijk rondgebanjerd maar dat lijkt wel een vorig leven.
Ik blijf zitten, ineengedoken, te moe om meteen weer op te staan en terug te lopen naar het vlakke wandelpad, naar de cappuccino met cranberry gebak.
Kom, diep inademen en langzaam uit.
Kijk om je heen, het lege strand, het opkomende tij.
Hoor de meeuwen, de golven.
Luister naar de zee, vang haar fluisteringen op: stormschade, schipbreuk en slagzij kleuren ook haar bestaan maar ze gaat door, tevreden met vandaag.
Een boei van troost werpt ze me toe.
Gretig vang ik hem.

20-4-2026

Goedemorgen spinvriendin

Je ragdunne web trilt tussen gordijn en kozijn met jou,
stoïcijnse architect, als koninklijk middelpunt, een web van
glas vlechtend voor de eerste avonturier van de dag.

 

Ik heet je waarlijk welkom in de warme maartse ochtendzon
jij achtpotige herfstbode, ben je voorbereid op lenteleed?
Naast de raamwisser die maandelijks een kudde kozijnbewoners

 

vermorzelt, zijn er sinds kort rovende eksterouders in spe op
oorlogspad, rücksichtslos zoekend naar kraamkamermateriaal
en voedsel, jij en je vangst zijn vast een lekkernij voor hen.

 

Hopelijk heb je je schuilplaats onder het schuurdak op orde?
Je noeste arbeid heeft voorrang, ik praat tegen dovemans oren en
laat je, alleen nog dit: dagen al ben ik doelwit van een premature

 

colonne prikkende plaaggeesten. Voor jou, eigenzinnige
einzelgänger, een smakelijke amuse. Lok ze verleid ze
balsem ze hun hemel in.
Alsjeblieft. Bij voorbaat dank.

9-4-2026
Inspiratie voor dit gedicht:

 

Elk najaar komt er een ochtend dat ik de keukengordijnen openschuif en een spin zie, midden in een vers web.
Dit jaar echter was ze er al begin maart.
Verrast begroette ik haar: ha, je bent er weer?
In dezelfde week ontving ik, in het kader van de dichtcursus online bij Margreet Schouwenaar, een poezieles over de dichter Fritzi Harmsen ten Beek.
De dichtopdracht daarbij luidde:
‘schrijf een speels gedicht met inhoud en diepte aan een dier, plant, wolk etc.
Speel met woorden, klanken en bijvoeglijke naamwoorden zodat de inhoud net een andere kant laat zien.’
Ik combineerde deze twee voorvallen en daar rolde dit gedicht uit.

Wie weet nog

weer iemand weg die
me kende van voorheen
voorgegaan naar de vage
verte waar ook ik ooit eindig

weer iemand weg die
mijn vroeger kende opfriste
corrigeerde ordende deelde
in dierbare weetjenogs

steeds vaker dartelt mijn brein
in de leemte die ze achterlaten
schuurt scherpe hoeken tot zachte
ronde vormen boetseert nieuwe beelden

herschrijft eigenzinnig zwaarte naar
vederlicht, blaast weg wat me niet
bevalt en ontdekt: eigenlijk ben ik een
geadopteerd Spaans prinsesje in de kou

15-3-2026

Erecode

Dat liefde wegsijpelde in
stilstand en gedijde in
de wrijving tussen onze
werelden waar bewegen
botsen betekende en dode
hoeken veiligheid fileerden

 

Hoe we excelleerden in
kietelen met plaagstootjes
in porrend strelen. Hoe
we na elk terug deinzen
piketpaaltjes plantten die
nogo-area’s markeerden en

 

Zo ons thuis veilig
stelden vrijplaats waar
vaagpraat uitdoofde stilte
volstond en wij blindelings  
elkaar vonden hervonden
floreerden als nooit eerder

 

Wonderlijk hoe in
mijn lange achterblijven
na jouw vroege voorbij  
onze schuilplaats voelbaar blijft

 

28-2-2026

 

Inspiratie:
Mijn dichtvermogen stond lang op een laag pitje maar onlangs kriebelde het zich weer naar voren.
Ik meldde me aan voor weer een online poëziecursus voor gevorderden bij Margreet Schouwenaar.
Best spannend want die lessen zijn pittig, de dichtopdrachten uitdagend en de feedback vaak niet mis.
Maar toch gedaan.
De eerste les ging over Leonard Nolens en de bijbehorende dichtopdracht inspireerde me tot bovenstaand gedicht.
Ik bloos nog na van de lof van Margreet …
Ik kan nog/weer dichten!

Teach your children well

Heus, we lazen wat Harris, Hellinger
en Skinner vonden, vermeden ruzie
boomden over straffen en belonen
labelden waaghalzerij als kattenkwaad
keken Koot en Bie en waren allemaal O.K.

Maar volstond ons knuffelquotiënt en
raakten we jullie niet te veel aan of te
weinig, luisterden we wel met aandacht
gaven we jullie voldoende vrijheid en
was er genoeg pindakaas en blijheid?

Alle wijsheid ten spijt deden we
vaak maar wat we dachten dat
goed leek en keken toe hoe geluk
groeide met griefjes die overleefden
als onuitroeibare vergeet-me-nietjes

22-2-2026

Inspiratie:
‘You, who are on the road
Must have a code you try to live by
And so become yourself
Because the past is just a goodbye’

Uit ‘Teach your children well’ van

Het album Déjà vu, uit 1970
Crosby, Stills, Nash & Young

Te laat

Jij kwam te laat
altijd en overal
bleef lang plakken
ging te vroeg

Ik kom vroeg
altijd en overal
vertrek bijtijds
ben er nog

Soms speel ik met
je horloge zoek jouw
knop voor later losser
langer. Vergeefs.

11-2-2026

Geinspireerd door de schrijfopdracht in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen van deze week:

‘Schrijf een UKV (met een humoristische inslag) waarin je protagonist (of de antagonist) te laat komt – of is – voor iets belangrijks’
 

In the calm after the storm

Dit was de schrijfoefening deze week in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen #5-2026:
‘Iemand heeft een emotionele uitbarsting – boosheid, verdriet, angst, stress.
Wat doet je Hoofdpersoon met deze uitbarsting van deze persoon?’

 

 

Ik zag ze dit doen:

 

Gesticulerend met een aardappelschilmesje vuurde ze uit het niets een salvo  verwijten op hem af.
De eerste lading raakte hem voluit.
Hij verstijfde, dook in elkaar, zocht  en vond het platgetreden pad:
verdwijn in je cocon, blik naar binnen, voel je lijf, adem in,
vasthouden, langzaam loslaten.
Ging best goed.

 

Tot iets witheets vanuit zijn tenen omhoog schoot.
En hij, zonder scheldwoorden zelfs, haar verwijten pareerde.
Twee kemphanen, in de coulissen gesouffleerd door kuddes ouwe koeien.
Van haar, van hem, van hen samen.

 

Pas ‘in the calm after the storm’, herinnerde hij zich de vuistregel: liefde.
Liefde voelen, uitspreken, geven, delen.

 

8-2-2026