Castricumse CorAaltjes met aardbeien

Ik was weer bij Aaltje en na bij bijpraten bij beschuitjes met verrukkelijke aardbeien, deden we weer een dichtronde.
We kozen willekeurig vijf woorden en verwerkten die elk in een gedicht, een Castricums CorAaltje.
Dit waren de woorden die verwerkt moesten worden: Rennen, Onmogelijk, Bakstenen, Niemand, Gesteente/versteend.
Opmerkelijk was dat we deze keer elk, maar zonder het van elkaar te weten, hetzelfde thema kozen voor ons gedicht.

 

Dit is het gedicht van Aaltje:

 

oorlog

 

het regent bakstenen van pijn.
In deze levenstocht een
onmogelijke opgave om
niet te pletter te lopen als

 

mens te klein, tegen gesteente
met muren van macht, zo, dat
niemand de wereld dragen kan
verder dan tot de voet

 

van de berg naar volledigheid. waar zelfs
bij het begin, de moed als kiezelsteen
naar omlaag klettert bij het tillen

 

van onverdraaglijke zwaarte.
rennen voor je leven is vergeefse moeite
wanneer de reus zijn wapens wet.

 

 

Dit is mijn gedicht:

 

Stil
 
Ssst, niet huilen, niet rennen, niet
struikelend wegvluchten van hier

 

Loop zacht zodat niemand
je ziet, over het kiezelpad
van versteend verdriet dat
de rimpels in je vermoeide
voeten open schuurt

 

Strompel langs de resten
van de bakstenen muren die
net zo rood en verweerd ogen
als je handen toen ze eindeloos
sussend dat streelden wat
onmogelijk uit te wissen was

 

 

16-5-2022

Gebroken

Waarom ik hem weer
binnen liet
ik weet het niet
lief lachte hij en schuldbewust
toen hij me kuste

 

Waarom hij toen weer
uithaalde en alles zich
herhaalde
ik weet het niet

 

Waarom ik ineengedoken
hem weer liet begaan
mij verrot liet slaan
tanden neus en hart gebroken
ik weet het niet

 

 
 
Inspiratie: ‘Shuggie Bain’, het Booker-Prize-winnende romandebuut van de schrijver Douglas Stuart, dat het onvergetelijke verhaal beschrijft van het opgroeien van de lieve eenzame Hugh ‘Shuggie’ Bain in Glasgow in wat tegenwoordig een achterstandswijk genoemd zou worden.

 

 
 
14-5-2022

Stel dat jij een cake was

Dan was je vast geen blonde sponzige uitvaartcake.
Nee, dan ben je een stevige maagvullende gebruinde lekkernij.
Met als basis een degelijk beslag van boter, eieren, volkorenmeel, rietsuiker, een snufje zout.
Dat je desondanks verre van saai bent, komt door je vulling.
Die is namelijk verrassend onvoorspelbaar: op het oog zie je er hetzelfde uit als je soortgenoten maar bij mijn eerste hap van jou schiet ik al overeind: wat ik proef, past niet bij je degelijke uiterlijk.

 

Langzaam bewegen mijn kaken op en neer, vallen dan stil.
Ik peins over de informatie die mijn smaakpapillen me verschaffen.
Over karakteristieke walnoten, ondeugende hazelnoten, krakende macadamianoten, zachte rozijnen, venijnige aalbessen, zuurzoete bosbessen, vrolijke cranberries of zalvend gewelde duistere pruimen.
Dat alles gelardeerd met vriendelijk dadelzoet dat over gaat in uitdagende abrikozen.

 

Zó jammer dat jij geen cake bent …

 

 

Dit verhaal is geïnspireerd op een schrijfopdracht van lang geleden:
‘If you had to describe your personality as a type of food, what food would you be? Why?
10-4-2016

Tot op het bot

een herinnering van twintig jaar geleden:
De een na de ander neemt afscheid.
Het was een mooie dag, hij zou trots op jullie zijn.
Echt? Zoeken naar een antwoord dat er niet is.
De deur achter de laatste op slot draaien.
Rond kijken, wie woont hier?
De kachel hoger zetten.
Afwas verzamelen, afwassen, opruimen.
Rondkijken, hoe vreemd, de stoelen leeg, niemand hangt op de bank.
Zitten, huiveren, opveren, de kachel hoger zetten.
Staan, rond kijken, iemand is een jasje vergeten.
Luisteren naar de telefoon die luid rinkelt, armen slap naast mijn lichaam.
De trap op, loden voeten, rondkijken, wiens huis is dit?
Logees hebben hun bed afgehaald, de badkamer ligt vol beddengoed.
Wasmachine vullen, aanzetten, luisteren, rillen.
Naar beneden, de kachel hoger zetten.
Naar boven, zijn kamer, staan, rondkijken.
Het lege hoog-laagbed grijnst me aan, zijn sloffen.
Medicijnen verzamelen, die kunnen terug naar de apotheek.
Zijn donkerbruine velours ochtendjas vasthouden, voelen, ruiken, ja…..
Kippenvel.
Naar beneden, de kachel hoger zetten, waarom blijft het zo koud?
De stilte is oorverdovend.
Rondkijken, de leegte een massieve mist die langzaam alles doortrekt, de meubels, de muren, mijn huis, mijn huid, mijn hart.
Die winter legde de kachel het af tegen de kilte die heerste in het huis.
30-8-2016

 

 

Vier mei haiku:

 

herdenk je doden
dan leven ze weer even
in je warme hart

 

4-5-2022

 

Vrachtwagen

Geconcentreerd knikker ik op de stoep in de voortuin.
De zon schijnt, het is niet druk op de weg voor het huis.
Soms fietst er iemand voorbij, steekt zijn hand op en roept ‘heu.’
In de keuken klinkt pannengekletter, tante is bezig met het avondeten.
Straks komt oom op zijn motor thuis van zijn werk.

 

Alsof ik het voel, kijk ik ineens op en daar staat ze.
Aan de overkant op de stoep voor haar huis.
In een gebloemde jurk, handen wringend, kijkt ze naar rechts de weg af.
Ik vroeg tante eens waarom ze daar elke middag staat, ze vertelde dat buurvrouw bang is van auto’s en van vrachtwagens raakt ze helemaal overstuur.
Haar man is vrachtwagenchauffeur.

 

Waarom verdwijnen veel ervaringen, ook indrukwekkende, in de loop van de tijd uit je herinnering?
Waarom blijven andere, schijnbaar onbetekenende ervaringen, je bij alsof ze gisteren gebeurden?
Waarom zie ik haar, ruim een halve eeuw later, nog steeds haarscherp voor me, de jonge vrouw in de gebloemde jurk die elke middag handenwringend wachtte op haar man?
En haar opgelucht blije gezicht als de grote gele VINK-vrachtwagen eindelijk aan kwam rijden?

 

 

30-4-2022

Nieuw begin

De verloskundige aait haar: ‘Lekker met papa en mama mee, meiske.’
Hoe stap je met een rits hechtingen en een bultige draagzak voor je borst, in een auto?
Onderweg repeteer je: zeven voedingen, buikligging, luiers in kookwas, voorzichtig met veiligheidsspelden, van huilen groeien haar longen, dagelijks in bad.

 

Thuis zet je man koffie.
Jij wurmt haar uit de draagzak, legt haar in het wiegje.
Ze slaapt diep.
Is dat goed?
Je controleert haar ademhaling, haar temperatuur.
Neemt haar weer in je armen.
Bekijkt haar intens.
Ze wordt wakker, gaapt, kijkt je ernstig aan.

 

Ook voor haar is alles nieuw.

 

6-4-2022
Inzending voor de Schrijven Online ultrakorte verhalen schrijfwedstrijd met als thema ‘nieuw begin’

Louks ‘wost’

Een herinnering van een tijd geleden:
Louk was toen drie en dol op gekruid eten.
En op worst.
Zelf hield ik daar niet van maar voor hem zocht ik naar lekkere worstjes.
En vond die in de supermarkt aan de overkant: gekruide barbequeworstjes.
Hij was er dol op.
Niks mis mee dus.

 

Tot we op een dag boodschappen doen.
Vanuit de supermarktkar dirigeert Louk me langs de schappen met de ingrediënten voor zijn lekkerste maaltijd: ‘matat’, ‘mayo’ en ‘wost.’
Gehoorzaam geef ik hem alles aan.
Als ik de worstjes pak, valt mijn oog ineens op het etiket.
Ik lees: WAARSCHUWING: STERK GEKRUID, NIET GESCHIKT VOOR KLEINE KINDEREN!!!
Ik schrik, wat heb ik dat arme kindermaagje al die keren aangedaan?
In een reflex leg ik het pak worstjes terug.
Dom.
In de supermarktkar verrijst een dreigende Nemesis.
Zijn ogen spuwen vuur, twee wijsvingertjes wijzen van mij naar de worst.
Door de supermarkt schalt een woedend kinderstemmetje: ’OMA WOST PAKKEN! LOUKIE WOST! PAKKEN OMA!!!

21-4-2022
Inspiratie: het Woord van de Week in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen: Drift

Lente-elfjes

paardenbloemen
vrolijke vergeet-me-nietjes
naïeve nijvere narcissen
koppige krokussen povere pioenpuntjes
voorjaarsbloei

 

corona-nies
maartsnot aprilril
lichtknipper luchtzucht sneeuwgeeuw
soezen in koesterende lentezon
voorjaarsmoe

 

zonnebanen
onthullen stofnesten
overwinterende oorlogszuchtige wespen
wakkere wurmen prikkelbare muggen
voorjaarsschoonmaak

 

 
Dit zijn drie zogenaamde elfjes, een elfje is een gedicht dat uit elf woorden bestaat die op deze wijze verspreid worden over vijf regels:
1e regel: een woord
2e regel: twee woorden
3e regel: drie woorden
4e regel: vier woorden
5e regel: een woord

 

 

10-3-2017      

Vertrouwen

Voor ik de metro in stap, koop ik een krant in de kiosk.
Althans dat wil ik, maar de krantenrekken die altijd buiten staan, ogen leeg, ze staan met de achterkant naar voren.
Vreemd, zijn alle kranten al verkocht?
Ik weifel, kom dichterbij, zie dat er nog stapels kranten zijn, pak er een en loop naar binnen om af te rekenen.
‘Goedemorgen mevrouw’, zegt een vlotte oudere vrouw als ze mijn krant aanpakt en langs de scanner haalt, ‘gelukkig kwam u binnen.’
‘Ja natuurlijk kom ik binnen, ik moet toch betalen?’ vraag ik en pin.
‘Mevrouw, u bent een uitzondering’ zucht ze.
Vragend kijk ik haar aan: ‘Hoe bedoelt u?’
‘Mevrouw, u moest eens weten, steeds meer mensen grijpen in het voorbij gaan een krant zonder te betalen. Daarom zet ik die krantenrekken nou met de achterkant naar voren, dan moeten ze even inhouden en kan ik ze van binnenuit zien.’
‘Echt? Maar dan mist u de klanten die de achterkant zien, denken dat de kranten op zijn en doorlopen.’
Ze zucht: ‘Mevrouw, ik mis veel meer omzet door mensen die een krant jatten, ze zijn razendsnel en al weg voor ik naar buiten ben gerend.’

 

Als ik haar verbijsterd aankijk, vertelt ze: voorheen had ze een paar dorpen verderop ook een kiosk bij een metro/busstation Met personeel, ‘echt goeie mensen hoor, scholieren die wat bij wilden verdienen, maar echt goeie lui, ze werkten hard, waren goed met klanten, echt hart voor de zaak weet u wel, echt waar. Toen werd mijn moeder ziek en overleed, ik was een week niet op mijn werk, geen punt, zeiden ze, wij doen het wel. Toen ik na een week terug kwam, zag ik dat er bijna niks was verkocht, van de voorraden was niks meer over, frisdrank, tijdschriften en sigaretten, de hele voorraad sigaretten, alles weg. En staatsloten, een hele stapel staatsloten, allemaal verdwenen.’
‘Nee, echt waar? Wat erg! Wat hebt u gedaan?’
‘Ja, ik heb ze aangegeven natuurlijk, en de politie is achter ze aan gegaan en natuurlijk moesten ze terug betalen.’
Ze haalt haar schouders op: ‘Maar ja, daar kwam niks van. Van een kale kip kan je niks plukken.’
Weer zucht ze.
‘Dus nou ben ik hier weer helemaal opnieuw begonnen, maar een gewaarschuwd mens telt voor tien hè, dus toen ik zag dat mensen kranten mee gristen zonder te betalen, toen dacht ik, dat gaat me niet nog een keer gebeuren, dus toen heb ik die rekken andersom gezet, als ze dan een krant pakken, dan zie ik hun gezicht en kan ik er achter aan. Maar gelukkig kwam u wel binnen.’
Ze glimlacht: ‘Wil u een bonnetje?
Wil u een tasje?
Dag mevrouw, fijne dag vandaag.’

 

14-4-2022

Ik weet nog

Waar ik was, toen ik je boodschap
las. Ik zat op de drempel van de
keukendeur, gezicht in de zon
blote voeten in het warme gras, mijn
blik op de bloeiende brem.

 

Hoe snel ik je belde, hoe je
vertelde haperde zweeg.
Hoe de zon meteen verdween
stilte tussen ons hing en kilte
rilde over mijn huid.

 

Hoe smerig ineens mijn koffie smaakte.

 

31-3-2022
Inspiratie: een poëzieles over: ‘rijm en klankherhaling’