soms op zondagmorgen als kerkklokken klinken
kniel ik tussen de bejaarde varens achter de
schuur, terug naar de groene oase gegroeid
uit onsterfelijke stekjes zielsverwantschap
met vederlichte vingers bevoel ik het bladerdek
woel door de oude aarde, leg terzijde wat
los ligt, wroet voorbij de bovenlaag
de diepte in, zoals ik altijd doe en
volg Ellenlange sporen van weerbarstige
varen draden verbonden in de diepte
luister opgelucht naar verloren gewaande
woorden waarin wat zoek was wordt herboren






