Vederlicht

‘Tell me again, tell me over and over again’- uit: ‘Amen’ van Leonard Cohen

 

Hun omhelzing gloeide na toen ze met stevige pas weg wandelde.
Na een paar minuten vertraagden haar voeten als vanzelf.
Net als haar ademhaling.
Ze keek op, volgde de vlucht van een zeemeeuw, dacht aan Jonathan Livingston Seagull en wierp een kushandje omhoog.
Ze slenterde door, murmelend: ‘but I always liked it slow.’
Licht voelde ze zich, vederlicht.
Ze huppelde, zweefde, weer was de zwaarte opgelost, hoe deed ze dat toch?

 

Hun gesprekken leken luchtig, wat warme woorden, veel behaaglijke stiltes.
Maar ook deze keer was er ineens de vraag die haar deed duizelen en beseffen: als ik anders kijk, verandert de kleur van wat ik zie.

Inspiratie: de schrijfopdracht van Schrijven Online is deze week: Schrijf een kort verhaal waarbij ‘vederlicht’ een plotelement, een schrijfstijlelement of een kenmerk van een personage is.
 

 

 9-4-2025
 

Complexe verbindingen

Boeken die de vreselijkste dingen suggereren
utopische aspecten gaandeweg veranderen in
een nachtmerrie: de haat tegen lentekriebels, krom
praten wat recht is. Wat móét je ermee? Ik dacht nog
even: het valt mee. Maar eigenlijk had ik het kunnen weten.

 

Het alternatief: het individu dat beter moet worden
gemaakt. Mensengeur, liefde en heel veel eten, vers
uit een zakje, made in Holland, zitten er nog voldoende
voedingsstoffen in? Dat smaakt bitterzoet maar
is hij niet eigenlijk heel gevoelig, ja zelfs spiritueel?

 

Dat is alles.
Misschien kunnen vlinders orde scheppen.

 

Dit is een Kopdicht: een gedicht samengesteld uit krantenkoppen, deze keer
uit de Volkskrant van  5/6 april 2025
7-4-2025

Aap, een observatie van Louk

Louk is hier en we zijn boven.
Eerst speelt hij op zijn kamer, dan op mijn werkkamer en uiteindelijk belanden we in mijn slaapkamer.
Terwijl de zon vol naar binnen schijnt, legt hij geconcentreerd zijn dierenkaartjes uit op mijn bed, waar hij natuurlijk eerst het dekbed vanaf heeft getrokken.
 Als hij klaar is, kijkt hij op en rond en ziet deze hangen:
Een tijdje terug inspireerde deze fotocreatie van Tjally me al een paar keer tot poëtische overpeinzingen. Deze:

 

 
Grootse chaos

 

warme vlammen
dansen traag langs
voorbijgaande grijze gaten
hoopvol blauw biedt
glanzende inkijkjes in
hier en nu
daar en later

 

En onlangs nog deze:

 

Binnen

 

hemelsblauw en bladergoud
samengebald in een ratjetoe
van vuur en vlam en vragen
uit een voorgoed voorbij

 

Maar aan Louk zijn zulke poëtische overpeinzingen niet besteed.
Hij kijkt, weet en wijst: ‘Aap.’
Vragen om verduidelijking heeft geen zin, Louk is niet van het uitleggen.

 

Oké.
Aap dus.

 

5-4-2025

Kameleon

Met warme blik en strelende stem speurde hij naar een prooi.
Eenmaal haar gevonden, zocht hij zorgvuldig haar zwakke plekken, legde ze bloot en smoorde ze in aandacht en begrip tot ze willoos zich vastklampte aan hem en meende niet zonder hem te kunnen.
Dan verdween hij.

 

Weer ril ik als ik terugdenk aan zijn kille ogen en messcherpe tong voor wie hem doorhad, afwees en zijn prille prooi waarschuwde: let op, tuin er niet in, ook een tedere val kan dodelijk zijn!
Tevergeefs.

 

Zij rust al lang in vrede.
Hij nu ook.
Nu de beelden in mij nog.

 

 

2-4-2025

Mee leven

Ik vind een plekje in de wachtkamer en kijk om me heen.
Het is eind november 2024 en twintig jaar geleden dat ik hier was.
De dokter komt me halen, in haar spreekkamer stelt ze zich voor en komt meteen ter zake: ‘U heeft rugklachten?’
Terwijl ik summier mijn klachten beschrijf, rammelt ze op haar toetsenbord, af en toe knikkend naar het scherm.
‘Kleedt u maar uit en gaat u zitten op de rand van het bed.’
Als ik daar zit, weekt ze zich los van haar laptop en onderzoekt mijn benen en onderrug, ondertussen in mitrailleurtempo vragen op me afvurend.
Ik merk op dat mijn linkerkniereflex ontbreekt.
Ze reageert niet, vraagt: ‘Welk cijfer geeft u de pijn?’
Ik weifel maar stel vast dat het nu toch wel een 7 is.
Haar gezicht blijft onbewogen, ze wenkt:  ‘kleedt u zich maar weer aan’ en keert terug naar haar laptop.
Moeizaam kleed ik me aan, wankel van de rand van het bed in de rolstoel en wacht af.
De stilte duurt tot ze, zonder van het scherm op te kijken, mompelt: ‘doorgaan met paracetamol, ibuprofen en maagbeschermers erbij.’
Uit de stilte die volgt, begrijp ik dat het consult voorbij is.
Botsend tegen haar bureau en de muur, manoeuvreer ik mijn rolstoel naar de deur.
Aarzel even, kijkend naar haar rug, vraag dan toch: ‘Wilt u alstublieft even de deur open doen, dat lukt me zo niet.’
Zwijgend staat ze op, opent de deur en groet: ‘fijne dag nog.’
Fijne dag?!

 

Als ik weer thuis ben, realiseer ik me: ze heeft me niet een keer aangekeken.
De dagen daarna verergeren mijn klachten snel, ik raak rolstoelafhankelijk.
Ondanks de snel toenemende pijn regel ik zelf de meeste verwijzingen, onderzoeksafspraken en hulpmiddelen.
Mijn telefoonrekening bereikt een ongekende hoogte.
Schatten om mij heen zorgen voor boodschappen, was, vervoer, aandacht en afleiding, begeleiden me naar specialisten en ziekenhuizen.
Unaniem meelevend, vriendelijk en zorgzaam.

 

De eerste keer dat ik dat besef is als ik de praktijk voor fysiotherapie bel, een dag of tien na het consult bij de huisarts.
Een vriendelijke stem luistert, laat me uitpraten, vraagt door: ‘Wat naar voor u, ik hoor gewoon aan uw stem dat u pijn heeft, redt u het wel, wat heeft u nodig, wat kunnen wij voor u doen?’
Ik schiet vol, hakkel iets, val stil.
Bezorgd vraagt ze of ze iets verkeerds heeft gezegd?
Ik slik, haal diep adem en vertel: ‘Nee, juist niet! Maar u leeft met me mee en u denkt mee, net als alle andere schatten met wie ik in deze nare tijd te maken krijg. En nou snap ik ineens wat ik zo gruwelijk miste in het consult met mijn huisarts. Dit doet me zo goed! Dankuwel!’

 

 

26-3-2025

Ik ken een plek

Ik ken een plek
voorbij schurend onbegrip en valse
verwachtingen en mijlen ver van
felle verwijten, waar mededogen
woont en humor huist

 

Ik ken een plek
waar pijn en woede oplossen en
woorden wegwaaien, waar dromen ons
dagelijks brood beleggen, simpelheid  
zomaar aanwaait en liefde ontkiemt

 

  
Kom
we gaan op pad, rustig en recht door
zee, zijpaden laten we links liggen die
leiden nergens toe. Als ik verdwaal
vind jij de weg weer, als jij struikelt
help ik je overeind

 

22-3-2025

Weergaloos scenario

Ondergoed, shirts en dikke sokken: opgerold aan de zijkanten.
Warme trui, dik vest en joggingbroek: strak opgevouwen in het middenvak.
Boekenweekgeschenk, Vasalis en Roland Holst en toiletspullen: binnenkant kofferdeksel.
Notitieblok, pen en puzzelpagina VK: buitenkant kofferdeksel.
Paraplu in gesp.
Leesbril, zonnebril, twee bruine broodjes overjarige kaas, dubbelzoute drop en flesje water in schoudertas.
Geld, gsm, pasjes, ovpas en bootticket in heuptas.
Ondertussen de zee al ruiken, de zon al voelen.

 

Was het maar waar.
Die natte wangen komen natuurlijk door de wind.
14-3-2025

Binnen en buiten

Binnen

 

Hemelsblauw en bladergoud samengebald
in een ratjetoe van vuur en vlam en
vragen uit een voorgoed voorbij

 

 

Buiten

 

Hemelsblauw en bladergoud in een
saamhorig samenspel van lente en hoop
vandaag staat onbeschreven voor mijn raam

 

 

Inspiratie:
Sinds kort, oftewel sinds de traplift, slaap ik weer op mijn slaapkamer boven.
Vanmorgen peinsde ik, net wakker, over wat ik om me heen zag.
Binnen en buiten: schakeringen van dezelfde kleuren.
Aan de muur tegenover mijn bed: een prachtige fotocreatie van Tjally Hofstra.
Voor het slaapkamerraam: een uitbottende boom tegen een lentelucht.
Binnen fel en vurig, buiten zacht en harmonisch.

 

Twee kanten van dezelfde medaille.

 

 

12-3-2025
  

Traplifttherapie?

Het linkerbeen heeft het al een tijdje moeilijk en gedraagt zich daarnaar: hoewel het nu wel stappen zet, is traplopen voorlopig een stap te ver.
Dus komt er een traplift.

 

Twee keer is de afspraak verzet want druk en griep en personeelstekort.
Maar vandaag is het zover: uren klinkt er genies en getimmer en geproest en geboor in de gang.
Dan kondigt de monteur aan dat ik de traplift kan proberen.
Snotterend legt hij me de knopjes uit.
Als ik een paar keer naar boven en weer naar beneden ben gezweefd, bedenk ik: maar wat nou als de stroom uitvalt als ik halverwege ben?
Hij is zijn spullen al aan het verzamelen, kijkt niet begrijpend op en zegt: ‘Nou dan loopt u toch gewoon verder naar beneden?’
Ik schiet in de lach: ‘O echt, dat gaat dan?’
Hij snapt me niet en pakt verder in.
Ik laat het erbij, hij oogt zo moe en snipverkouden.

 

Als hij weg is, ga ik een paar keer op en neer.
Stop dan halverwege: eens kijken of hij gelijk heeft: misschien heeft mijn linkerbeen deze trapzweefritjes juist nodig en kan het nu wèl zelf naar beneden lopen.
Maar helaas, het wondermiddel werkt niet.
Best jammer.

 

3-3-2025

Bankje in de polder

Hijgend ploft ze neer, sluit haar ogen en is meteen daar.

 

Diep ademt ze in, uit, luistert intens.
Eenden ruziën, meeuwen vergaderen, achter haar klinkt geritsel in het struikgewas.
De lucht voelt nog vochtig van de regen van vannacht.
Zacht blaast de wind haar winterrimpels glad, warm dempt de lentezon haar gedachten.

 

Tot een wolk voor de zon glijdt en het moment meeneemt.
Ze opent haar ogen, ziet de dichtgetrokken hemel, voelt de eerste druppels al. 
Huiverend trekt ze de rits van haar regenjas op.
Ze strekt haar rug, gaat voorzichtig staan, opletten nu: het goede been eerst.
Achter haar rollator schuifelt ze naar de keukendeur.
Net voor de bui losbarst is ze binnen.

 

27-2-2025

 

 

De schrijfopdracht bij Schrijven Online en in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen is deze week: Schrijf een kort verhaal waarin een bank in een park centraal staat in maximaal 99 woorden.