Huis en hart

Voor Nieske

Jaarlijks zien we elkaar bij de retraite eind maart op Terschelling.
Waar de buitenwereld op afstand raakt en onze aandacht naar binnen gaat.
In stilte, in bewegen, in mediteren, in schrijven, in tekenen.
Aan het strand, in de duinen en het bos, in de ronde zaal.
Tussen de retraite onderdelen door leren wij elkaar elk jaar een beetje beter kennen.
Lopend, fietsend en bij cappuccino’s met cranberrycake bij Kaap Hoorn.
Als vanzelf vertel ik steeds meer, vertelt zij steeds meer.
Op een keer vertelt ze over haar project ‘Huis.’

 

Hoe zij en haar toenmalige partner op hun zoektocht naar een huis op een dag voor een historisch monument staan in het Friese Tjalleberd.
En meteen weten: dit is het!
Ze verdiepen zich in de regelgeving die nou eenmaal hoort bij de koop, renovatie en het onderhoud van een monument.
Dan begint het laveren tussen regels, vergunningen en voorschriften.
Soebatten, onderhandelen, overleggen en plannen met aannemers, ambtenaren, leveranciers en buren.
Samen zoeken en vinden van geitenpaadjes voor schijnbaar onoplosbare problemen.
Ze wisten niet waar ze aan begonnen maar het resultaat is adembenemend: onder hun bezielende leiding verrijst een prachtig pand.

 

Ze vertelt het losjes, luchtig, je zou kunnen denken dat het een makkie was.
Maar tussen de zinnen door groeit mijn respect.
Niet in het minst omdat ik zelf behept ben met twee linkerhanden, een totaal gebrek aan ruimtelijk inzicht en een grondige hekel aan klussen.
Ongelooflijk, wat een immens project en wat een doorzettingsvermogen, inzicht, inventiviteit en creativiteit!

 

Maanden later, Terschelling ligt ver achter ons, vraagt ze me op een zondagmiddag: wil je de foto’s zien?
En dan krijg ik twee foto albums in mijn handen..
Langzaam blader ik, en zie met eigen ogen hoe zwaar het was, hoe ingewikkeld.
Maar vooral ook: hoe mooi.
Ik kijk, vraag, kijk, vraag, luister.

 

Weer thuis blijven de beelden van dat uurtje op die zondagmiddag helder en scherp op mijn netvlies.
Wat raakt me zo?
Ik kende het verhaal toch al?

 

Ik peins tot ik het begin te begrijpen: die middag proefde ik de passie van het project ‘Huis.’
Haar woorden, haar enthousiaste stem, haar bezielde blik en haar levendige gebaren smolten samen met de foto’s.
Ik zag en voelde passie.
En toen pas begreep ik waarom verhuizen, weggaan van die plek, zo ingrijpend was voor haar: het was een los scheuren van een met eigen handen en met hart en ziel gebouwde plek.
Die voortaan voortleeft in die foto albums.

 

Misschien gaat de vergelijking mank maar toch: ik denk aan het handjevol verhalen en gedichten waarbij ik, zelfs als ik ze jaren later herlees, weer een brok in mijn keel krijg.
Omdat ze met mijn hart en ziel geschreven zijn.
Met passie.

 

15-8-2024

Huiswerk

Iets vreemds maakt me wakker: rust.
Onwennig signaleren mijn oren een zingende vogel, een windvlaag doet een boom ruisen.
Ver weg rijdt een auto.
Wat heb ik dit gemist.
Genietend rek ik me uit, adem diep in, uit.

 

Krimp in elkaar als een man in een lichtblauw uniform langs mijn slaapkamerraam loopt.
Onder zijn zware stappen kraakt en knerst de metalen stelling.
Hij roept naar een collega beneden in de tuin.
Die schreeuwt iets terug.
Luid gelach klinkt.

 

Hij begint.
Hamert op de buitenmuur, beklopt de kozijnen.
Zijn collega beneden valt bij.
Chemische geuren.
Boren krijsen, schuurmachines snerpen, zuigers brommen.
Uren.  

 

Wanhopig probeer ik de rust van daarstraks te visualiseren.
Muziek in mijn oren.
Het komt er doorheen.
Oordoppen.
Het komt er doorheen.
Wegwezen.

 

15-8-2024

Een korte versie van dit verhaal werd op 23-8-2024 gekozen door de Facebook pagina Ultrakorte Verhalen als een van de vijf leukste ultrakorte verhalen van de afgelopen week

Bellen

Brené Brown: ‘kwetsbaarheid begint met moed’

 

 
De eerste weken na het ongeluk zijn vol van een onvoorspelbare mix van operaties, pijn en verbijstering.
De kinderen helpen waar ze kunnen.
Ze vragen: ‘Mam, wie zullen we informeren hierover?’
Ik wuif die vraag weg: later, als deze rollercoaster achter de rug is, zal ik zelf ‘mijn’ mensen bellen.

 

Na drie maanden ziekenhuis en revalidatiecentrum ben ik terug in mijn eigen huis.
Weliswaar voorzien van hulpmiddelen en ondersteund door naasten, zorgverleners en thuishulp, maar toch: het is heerlijk om weer thuis te zijn.
Stapje voor stapje herover ik mijn zo gekoesterde zelfstandigheid en pak, waar mogelijk, mijn oude leven weer op.

 

Op een ochtend, als de thuiszorg is vertrokken, installeer ik me met thee in mijn rolstoel en bel Anna, een ver familielid.
‘Dat is lang geleden’ zegt ze, ‘wat fijn om je te horen.’
Ze vertelt honderduit over wat er allemaal gaande is in haar gezin.

 

Na een paar minuten vraagt ze hoe het mij gaat.
Ik vertel over het ongeluk, over mijn ziekenhuiservaringen en revalidatieperikelen.
Hoe fijn het is om weer thuis te zijn.
Ze schrikt: ‘Wat? Een ongeluk? Dat wist ik niet. Waarom heb je niet gebeld?’
Omdat ik al mijn energie nodig had voor mijn herstel, leg ik uit.
‘Ja maar je had toch wel even kunnen bellen?’
Ik vertel dat mijn wereld drie maanden noodgedwongen erg klein was en dat ik nu pas en slechts mondjesmaat, ruimte en energie heb om oude contacten weer aan te halen.
Ik hoor zelf hoe verdedigend ik klink.
‘O’ zegt ze koeltjes, ‘en gaat het nu pas beter?’
Dat klopt inderdaad.
Ze dringt aan: ‘Toch vind ik het …’
Haar stem zakt weg, haar onbegrip vult de stilte.
Dan zegt ze kordaat: ‘Ik ga Mark hierover bellen hoor, als jij het niet wou, had hij me toch kunnen bellen?’
Ik vraag haar dat niet te doen, het was mijn besluit om het zo te doen: zelf en op mijn tijd. Mijn kinderen hier op aanspreken is onnodig en onterecht.
‘Tja. Toch had ik het eerder willen weten.’

 

Over koetjes en kalfjes praten lukt niet goed meer.
We beëindigen het gesprek.

 

Trillend leg ik de telefoon op tafel.
Een intense vermoeidheid overvalt me.
Ik heb haar te vroeg gebeld.

 

10-8-2024
PS: dit verhaal wortelt in de werkelijkheid, maar niet die van mij. Ik ben niet de ‘ik’ in het verhaal.

Isolatie

Ze wast mijn gezicht.
Hé je vergeet mijn oren, zeggen mijn lippen.
Ze hoort het niet want er komt geen geluid uit mijn mond.
Waar is mijn stem gebleven?
Moeizaam knipperen mijn oogleden, alsjeblieft kijk: ik ben bij, ik heb dorst.
Ze kijkt niet, ze wast mijn schouders, mijn armen.
Vergeet mijn oksels niet. Zie mijn linker wijsvinger bewegen, ik heb dorst.
Ik staar, mijn ogen klampen zich vast aan haar ogen.
Het ontgaat haar, ze heeft alleen oog voor haar bezige handen.
Zwijgend droogt ze mijn vingers af, een voor een.
Haar smartphone piept, ze pakt hem, leest geconcentreerd, antwoordt meteen.

 

Ik heb zo’n dorst.

 

Inspiratie: Het woord van de week bij Schrijven Online deze week: Isolatie.
1-8-2024

Dwalen

Ze googelt adres en route, slaat ze op. Noteert ze voor de zekerheid op een kladblaadje.
Klaarwakker oefent ze ’s nachts de route tot ze hem kan dromen: deze bus, die metro, dan rechtdoor lopen, rechtsaf, linksaf, oversteken, daar meteen links is het.
’s Morgens controleert ze de route nog een keer, stopt het papiertje in haar jaszak.
De route mompelend gaat ze op pad.

 

Radeloos klampt ze iemand aan.
De man deinst verschrikt terug.
Ze zucht, adem in adem uit.
Herhaalt haar vraag.
De man knikt sussend, wijst: hier oversteken, daar links is het.

 

Vroeger verdwaalde ze nooit.

 

29-7-2024
‘Dwalen’ werd op 2-8-2024 gekozen door de Facebook pagina Ultrakorte Verhalen als een van de vijf leukste ultrakorte verhalen van de afgelopen week 

Plakken

Schrijven Online heeft elke week een schrijfthema ter inspiratie.
Deze week is het: ‘nog even blijven plakken.’
Natuurlijk dacht ik meteen terug aan deze onvergetelijke meester plakker:

 

 
Plakken

 

De dagen voor we verhuizen klust schoonvader, een welbespraakte Bourgondische Brabander, in ons nieuwe huis.
Terwijl wij in Nijmegen ons huisraad inpakken, stoomt hij in de flat aan de Trumanlaan in Utrecht het oude behang van de muur en plakt, stotend en kaarsrecht, de nieuwe banen in de hippe linnenlook van toen, de jaren zeventig.
Soms pauzeert hij een paar uur, pakt zijn schilderspullen in zijn rugzak, neemt de bus naar de binnenstad en tekent daar de mooiste plekjes.
Zoals de Pausdambrug aan de Oude Gracht:
Als hij op een middag terugkomt van zo’n tekensessie, ontmoet hij in het trappenhuis John en Ineke, onze nieuwe buren die hem meteen uitnodigen voor de maaltijd.
Die avond belt hij bij hen aan met in zijn ene hand een tweeliterkruik Spaanse sherry en in zijn andere een grote stapel:
– Albums met foto’s van zijn tekeningen en schilderijen van landschappen, stadsgezichten, portretten en naakten.
– Multomappen met zijn heraldische onderzoek naar gemeentewapens.
– Een paar lijvige ordners met zijn studie naar Romeinse nederzettingen in Nederland.

 

Hij laat zich de maaltijd goed smaken en onderhoudt John en Ineke ondertussen over wat hij deed en doet en illustreert dat met de albums, multomappen en ordners.
John en Ineke luisteren.
De uren vliegen voorbij.
Tegen elven hint John dat zijn wekker om zes uur afgaat.
Tegen twaalven verzamelt Ineke de glazen.
Tegen enen loopt John naar de badkamer en komt tandenpoetsend weer de huiskamer in.

 

Pas jaren later vertellen ze ons over deze avond.
En kunnen er gelukkig hartelijk om lachen: ‘Pas toen we de lampen uitdeden, vertrok hij. Echt, een geweldig aardige man maar we hebben het toch maar bij een keer gelaten.’

 

Dat begrepen wij.

 

26-7-2024

Levensles

Wat als het leven je geselt
met boze beelden van
wanhoop en bedrog?

 

Wis gisteren schrap een maand haal
een jaar door de shredder en blaas
dag en nacht verblindende snippers rond

 

Of kap kots krijs, vecht vlucht
ontken negeer blokkeer of
slik leef door zonder omzien

 

Of verzamel het onheil pluis het
uit, onderzoek het, graaf dan een groot
graf, dump alles daar in, stort het vol

 

Zand erover. Maar als het graf
roept, ga er heen, zit en luister met
aandacht tot het eindelijk zwijgt

 

poot een pioen op de pijn, plant lavendel op
het leven voed hen met tranen vergeving en
vergeet-me-nietjes tot ze je toelachen

 

koester het goede dat groeit uit verdriet

 

19-7-2024

Wat als

Woordloos vragen mijn ogen aan zijn rug: ‘mag ik?’
Mijn armen wachten niet op antwoord.
Ze strekken zich en volgen als vanzelf de contouren van de hoog opgetrokken rechterschouder, de stijve nek, het onbuigzame achterhoofd en de hoge linkerschouder.
Mijn handen durven: ze glijden zomaar langs de linkerarm naar beneden.
Even hou ik mijn adem in.
Neem dan de wit gebalde vuist, vlei hem op mijn linkerhand.
Vederlicht bewegen de vingertoppen van mijn rechterhand over de strak gespannen spieren.
Raken ze nauwelijks.
Verbaasd verzacht de vuist, opent zich.
Nu de andere vuist.
Ook die ontspant en opent.
Mijn handen glijden langs de armen terug omhoog.
Zacht spreid ik ze over de schouders.
Laat ze daar even liggen.
Dan draai ik kleine langzame cirkels, streel de stramme nek, neem het koppige  achterhoofd in mijn warme handen.

 

Hij zucht.
Zijn schouders zakken, zijn armen wiegen losjes.
Zijn nek beweegt loom als een blad in een zomerbriesje.
Zijn achterhoofd knikt me toe.

 

Zo wou ik het doen.
Bij de man die voor me stond in de lange rij bij de kassa.
Maar ik deed het niet.
Natuurlijk niet!

 

10-7-2024

Spiegel

1970

 

Op onze laatste Ockenburg avond wordt er gedanst op het terras voor de campingwinkel.
Giechelend drentelen we rond, zouden er bekenden zijn?
Onze buren, de drie lolbroeken uit den Haag?
’s Avonds voor hun tent, tussen een grootse chaos van etensresten, kledingstukken en lege kratten, is het altijd party.
Ze wedijveren wie de beste mop vertelt.
Elke grap wordt gevolgd door uitbundig gelach, tot er een roept: ‘back home’, de tweede vult aan: ‘that’s right’ en de derde bast: ‘oh yeah!’
Ja het zijn vurige Golden Earringfans.

 

Daar slenteren de Oostenrijkers het terras op: de oogverblindend knappe Kurt die een oogje heeft op vriendin Lies en dat is wederzijds.
Helaas komen zijn vriend Thomas en ik niet verder dan een wederzijds ongeïnteresseerde blik.
Lies fluistert met Kurt, kijkt vragend naar mij.
Ik knipoog en gebaar dat ik me onzichtbaar zal maken.
Kan ik mooi nog even naar zee.

 

Op weg naar het strand ontmoet ik de Schotse jongen met wie ik gisteren in de campingwinkel bij het brood even babbelde.
Een leukerd met lang donker haar en prachtige blauwe ogen.
We zien elkaar tegelijk en houden allebei onze stap in.
Onze blikken vinden elkaar, glijden weg, vinden elkaar weer.
Ik denk: oh die ogen en tegelijk zegt hij: ‘oh your eyes.’
We lachen, ik krijg het warm, langs zijn neus loopt een zweetdruppel.
Hij staart, fluistert: ‘You’ve got that faraway look in your eyes again’ en zucht.
De negen voor Engels op mijn prille HAVO diploma helpt me: ik versta hem!
Maar ik bloos en ben zo in de war dat ik geen weerwoord weet, dat leerde ik niet in de klas.
Weer zucht hij: ‘I’m só sorry I’m leaving tomorrow.’
Ook dat versta ik.
Naarstig zoekend naar een antwoord verdiept mijn blos zich.
Ik moet nu echt iets zeggen.
Maar wat?
Ik hakkel: ‘I’m leaving too, so sorry yes.’

 

We zwijgen, ver weg op het campingterras achter ons zingen de Beatles ‘All you need is love.’
Voor ons verdwijnt het laatste zonlicht in zee en murmelen de golven.
Zijn ogen in de mijne.
Niet eerder voelde ik me zo dicht bij iemand.
Zo gezien.
Of het seconden duurt of minuten weet ik niet meer.
Met de jaren ontwerpt mijn geheugen een eigen tijdlijn met af en toe een eeuwigheid erop.
Dit is er een.
Hij neemt mijn hand.
Zijn hand voelt warm en vertrouwd.
En o zijn ogen.
Dan draait hij zich om, zwaait en loopt mijn leven uit.

 

2024
‘Ga voor de spiegel staan en kijk jezelf twee minuten aan, wat zie je? wie zie je? welke woorden gaan er door je heen? Schrijf ze op’ luidt de schrijfopdracht.  

 

Ik staar naar mijn gezicht, registreer rimpels, een vlekje, een bultje, een weerbarstige wenkbrauwhaar.
Dit werkt niet.
Ik zet mijn bril af, de oneffenheden vervagen, ik zie mijn ogen.
Ik staar, en ineens voel ik zijn blik weer.
En o zijn ogen.
Zijn warme hand.
Zijn stem: ‘You’ve got that faraway look in your eyes again.’
Ik voel me warm worden en blij.

 

1-7-2024

Denk aan Dirk van Dalen

Het is nu, om negen uur in de ochtend, in mijn achtertuin al 28 graden.
Tijd om gouwe ouwe Dirk van stal te halen en af te stoffen:

 

 

 
Weet je t al van de oude Dirk van Dalen?
Hij bezweek onlangs aan hitte falen.
Van alle kanten kreeg hij tips tegen de hitte:
‘Eet zout, drink veel, airco hoog, blijf binnen zitten.’

 

Dat deed Dirk, zeven dagen zat hij binnen met alle ramen dicht.
Vandaag is hij gevonden, ‘t was een vreselijk gezicht.
Zijn airco stond op tien, hij was geheel bevroren.
De pegels hingen aan zijn neus en aan zijn kin en oren.

 

Want Dirk, altijd al consciëntieus,
nam die adviezen veel te serieus.
Daarom raad ik ieder heel oprecht:
doe nooit klakkeloos wat men je zegt!

 

met dank aan en een knipoog naar Annie M.G. Schmidts
ongeëvenaarde arme juffrouw Scholten in: Pas op voor de hitte!

 

22-7-2017 / 26-6-2024
Dirk werd op 28-6-2024 gekozen door de Facebook pagina Ultrakorte Verhalen als een van de vijf leukste ultrakorte verhalen van de afgelopen week