Eigenblauw

Eigenblauw is omablauw is
zwijgenblauw is kokkelblauw is
blijblauw

 

Een stoel een linnen sjaal,
een hanger met saffier
haar ogen, zijn bodywarmer
ook al zijn ze niet meer hier

 

Vergeet-me-nooitjes voor altijd
woordloos sprekend net als toen:
ik blauw van jou
dat blijft,
niets aan te doen

 

23-9-2015

Uit de bocht

Touwtjespringen 1
 
In spin
precies op het perfecte moment glijd
ik tussen de rondzwiepende touwen
 
de bocht gaat in
magisch bewegen touwen en ik
wijken de touwen dan zweef ik
een hemelse halve seconde 
 
uit spuit
neerkomen op het rechterbeen
het linker wacht op het akkoord van
de kruisende touwen, stapt opzij 
 
de bocht gaat uit
in een flits schiet ik uit de ondeelbare
binnenwereld zo de boze buitenwereld in 
 
als ik mijn ogen op sla zie ik grijnzende
smileys op het gips
Beterschap!
 
 
3-9-2016
 

Thermiek van een liefde

Toen het ochtend werd vloog je weg
volgde Jonathan langs wijkende 
wolken en verdween uit mijn zicht.
 
Ik bleef hier. Leef door met anderen maar 
zelden zonder jou, onzichtbaar passeer je
me rakelings op straat, kietel je mijn 
mijn voeten in bad, zucht in mijn oor: 
ga door, je raakt me naakt in bed.
 
Zo, zonder sleur en onbegrip, lief ik je lichter 
dan toen je leefde. Lach eindelijk om je 
zweetvoeten, zaai sterrenkers in je asbak 
geniet van zondagen zonder Grand-Prix gekrijs.
 
Of wij levend gelukkig waren gebleven, blijft 
de vraag, dood blijven we het voor altijd.
 
15-1-2018

Lentelief

Steelse buitelblikken in april, hij stoer, ik nonchalant,
alleen maar leuk hoor, heus, niks aan de hand.
 
In mei lach ik bleublij in zijn streelstralende ogen,
wangdansend stamelstuitert hij wankelwoorden
die mijn grage oren nooit eerder hoorden.
 
In juni strompelstruikelen we blozend langs het strand,
smelten in een zaligziltzoen, zwaaien naar
ons eindelijk wegwaaiend verstand.
 
Verliefd, welnee, ‘t is enkel dat mijn wekker niet wakkert,
mijn voeten steeds dansen en mijn hart alsmaar flakkert.
 
 
 
Gedicht naar aanleiding van de Schrijven online weekopdracht 191:Schrijf een gedicht over de lente met minimaal 1 zelfbedacht woord (neologisme) erin. Gebruik niet meer dan tien regels.
27-4-2018
 

Pioenen

 

Pioenen
 
Een waaghalzig sprietje met verlegen collega’s
in haar kielzog, trotseert maartse buien,
aprilse kilte. Ze rijzen, krullen hun
toppen tot gekartelde kommen,
beschutten, voeden, leiden de uit het
niets opdoemende knopjes naar de
uitbundige juni explosie van warm wit,
zacht roze, zuurstok rossig, vlammend rood.
 
Wanneer ik behoedzaam toekijk,
zie ik in de winteraarde bij de schutting
de pioenen al bloeien.
 
 
27-1-2017

 

Zwijgend tij

voor Stefanie
 
Speurend loop ik langs de waterlijn
sta stil, plant mijn voeten behoedzaam in
het zand, onbeweeglijk als een vogelvrouw,
haren waaiend in de wind, staar ik naar
de geul waar aflopend tij stuit op de branding.
 
Gedachteloos wacht ik op de impasse
waarin wat was en wat komt
elkaar raken
even vredig samenvallen.
 
Dan keert het tij
de korte eeuwigheid
is weer voorbij
 
28-3-2017

Stilte doorbroken

In liefde waren woorden al overbodig, lippen
ogen handen zeggen meer. Oorlog smeekt
om stilte in woord en daad. Zo viel ik stil. 
 
Comfortabel was mijn stil al snel, mijn ogen
sloten zich voor vragende blikken, mijn mond legde
niets meer uit, mijn oren verloren hun
nieuwsgierigheid, hoorden wonderwoorden
voorbij de menselijke stem. 
 
Tot tussen struiken en vijver het ridderkind in zijn
spel verdiept pardoes het water in struikelt en
zich uit een verloren verte een schreeuw baant,
roestig eerst en bevend, dan krijsend op de
cadans van mijn rennende voeten.
 
 
21-8-2016

Er liep water uit mijn ogen

Er liep water uit mijn ogen
ik discussieerde nam besluiten haalde targets
tersluiks haalde mijn hand het water weg

 

Er liep water uit mijn ogen
regen en koude wind striemden mijn gezicht
ik veegde het water van mijn wangen snoot mijn neus

 

Er liep water uit mijn ogen
vragende blikken bij de rondvraag
ik wuifde het water weg het is niets een koutje

 

Er liep water uit mijn ogen
ik zette een zonnebril op proefde het water
het smaakte zout ik vergat het weer

 

Er liep water uit mijn ogen
je huilt zei hij
opende zijn armen

 

Er stroomden tranen uit mijn ogen

 

10-2-2018

Papa kijk

In haar gebloemde jarigjurkje, valplekken op haar 
blote benen, braamvlekken op haar kin, stept ze 
in oma’s moestuin fier tussen bedden kool en 
kroten recht zijn cameralens in: papa kijk ik kan het!
 
Het sepiameisje overleefde onachtzame jaren, liep een 
vochtvlek op, een scheurtje, een vouw maar volgde geduldig 
wachtend tot de beloofde hemel leeg bleek, geluk beperkt 
houdbaar en papa’s heimwee naar de horizon erfelijk.
 
Tussen gerimpelde levensresten diep ik haar 
op, strijk ik haar glad, voel ik haar blije lijf in mijn
poriën, laaf me aan haar lach 
 
wecken wil ik haar in een prachtige pot en 
bewaren naast de stoofperen in mijn winterkelder
 
papa kijk, ik kon het 

 

december 2017