Blindelings

Een ‘ongelukkig kind’ was achterlijke Bertje
arm van geest en een straf van God; waarom
wachtte hem dan wel het hemelrijk vroeg ik
en ons niet, waarom waren wij niet als Bertje?  

 

Maar kinderen die vragen worden overgeslagen
door de kanselgalmers, de vingerwijzers, 
de foeifronsers met hun betonnen geboden 
doorgekookt met bitter lof en draadjesvlees, 
met deemoed, dankbaarheid en doodsangst.
Kokhalzend ingeslikt brandden ze in mijn binnenste
tot ik ze overgaf en liet gaan zoals je een 
oude hond uit jouw lijden verlost, over geeft.

 

Het kind op mijn schoot lust geen lof, kent
geen geboden zonder vragen dwaalt hij 
door de dagen; zijn lijden is diep zijn leven 
zwaar maar zijn lach is licht en hij drukt 
kusjes op mijn kruin als we luidkeels lezen 
over papa jofes en mama mia die hun kindje 
jesus een godsgodswonder noemen.
Blindelings geloven wij elkaar, loven wij elkaar.

 

1-10-2017

Herkomst

Hij ving de vergezichten in haar ogen,
zij smolt voor zijn passie, bakte zijn biefstuk
streek zijn hemden, poetste zijn brillenglazen en
bleef zorgen toen zijn blij verdween, zijn
bang verscheen en er geen chocola genoeg
meer was voor haar ongeduld.

 

Mij voedden ze met zondagse sudderlapjes
zuinige Hiltermanzekerheden  en kleren op de groei
met bang voor anders, met: ‘zo zijn wij nou eenmaal.’

 

Ik gloeide bij zijn Bach zijn schalkse
sint gedichten, vergroeide met haar
nuchterheid zocht eigen braamzoet en
bosbesblauw, vond haar flinters lef, ontdekte
zijn vervlogen dromen in de kieren
van hun muren.

 

 
9-3-2019
(dichtproject met Aaltje van Wieringen, wij schreven elk een gedicht geïnspireerd door het gedicht ‘Topografie van mijn geboortegrond’ van Rutger Kopland

Ferdivedaasje

voor Nieske

 

Op weg met ‘een jas van belofte’ en een
rugzak vol vragen, naar het eiland waar tijd
weifelt, leven lichter lijkt, westenwind waaroms
uiteen rukt, de branding verwachtingen weg blaast
en wrok verdwijnt in de golven.

 

Waar stilte bloeit in bremgeel en weerloos groen,
waar gedachten vertragen, oude woorden vervagen
waar aandacht doet groeien en gloeien, waar
warme armen ogen doen stralen.

 

Daar struinen oude zielen door de duinen en
jutten nieuwe woorden bij kruidige ochtendthee en
zoete cranberrycake: mei-inoar, ferdivedaasje.

 

Leven is goed en eeuwig deze week,
sprankelend en licht als de wind in de zon.

 

 

Terschelling maart 2019

Zusjes

‘Playing guitar’  made by Roeqiya Fris

 

Hoe de branding opklinkt in de schemer
vergeet-me-nietjesblauw de hemel kleurt
het zand nog zindert onder hun voeten
de zon nagloeit op hun huid.

 

Hoe vandaag vervaagt in warme klanken van
vroeger, van angst voor onweer, van
bang voor spoken maar meer nog van
samen spelen lachen zingen dansen.

 

Hoe samen weten opvlamt bij tokkelende tonen
klaprozen mee wiegen in de achtergrond.
Tot het lied verstomt, de beelden zwijgen
en vroeger verdwijnt in de nieuwe dag.

 

22-3-2019

Generatiescheuten

Waar werken gericht was op winst
op doorzetten op aanpoten recht op
ramkoers naar een waardevast pensioen

 

 
waar eigenwaarde net zo zeldzaam was
als gelukkig worden van een gedicht
want ongrijpbaar licht

 

 
waar schrijven tijdverspilling was en
je lui was als je boeken las
waar dromen werd ontmoedigd

 

 
daar gingen dwaas en dartel ondergronds

 

 
12-2-2019

Mindful

Aandachtig beschouw ik
de rozijn
hij is prachtig 
ik betast, ik proef
ik voel hem gerimpeld
rusten op mijn tong als
een oude gedachte

 

totdat
het heden verdwijnt achter mijn
vroeger met in zijn kielzog
de vracht die ik vrees 
mijn moeders fluwelen vel
mijn minnaars warme handen 

 

ik proef mijn hunkeren
slik mijn missen

 

6-2-2019

 

Nabijheid

Met uitzicht op het einde stijg
ik af, zwijg als vanouds en
kijk, strijk met mijn handen langs oude
muren verweerde kozijnen oude bomen
zegen mijn geboortegrond
de tuin waarin ik speelde
het huis waarin ik groeide
verwond en verloren
maar meer gewonnen nu
en vrolijker
dan ooit tevoren
 
 
14-12-2018

Wintereinde

Bedrieglijk blauwe hemel even onder
een ijzige zon dan weer verkillende mist
en druppels verdriet alom
Tussen verkleumde struiken hangen dunne
draden ijs bomen ogen ongenaakbaar takken stijf
wijd uitgespreid te koud de aarde te grauw
het leven te leeg niets meer te geven

 

Het begint met een eerste glimp van
lichter langer licht
een spoortje zachtheid in de wind
wat eindeloos leek blijkt pauze
de opmaat voor een beter leven.
Het lijf herademt het hart verwarmt
lief licht op het gezicht
verdwenen is de kille leegte
er is weer te geven

 

2015 inspiratie:
Judith Herzberg: ‘Nu gaan de dingen weer beginnen te gebeuren
het eind van de winter en juist ook tintelen stemmen naar binnen’            

Noem het woord niet

Noem het woord niet, vertel
over hoogtevrees in de Alpen
paniek op het Zandvoortse circuit
zware van Nelle en tabak allergie
perfectionisme hakend op nonchalance

 

Noem het woord niet, zie ze
kaarsrecht behangbanen plakken
macho feministisch dansen
zoeken dwalen verdwalen
elkaar vinden nooit vergeten

 

Noem het woord niet, voor
snert met chocola
zweetvoeten en schilfers
aarzelende antwoorden op vage vragen
plannen maken en torpederen
mopperen om het zwijgen
voor weten en toch weifelen

 

Noem het woord niet voor
zijn mond op haar oor
haar lippen op zijn pols
zijn hoofd in haar handen
haar hoofd op zijn schouder

 

 

23-6-2018

Verdrietvariaties

Ver voorbij mijn duim tussen de deur
het gemopper dat ik zo veel droom en
zeur, papa’s angst en mama’s ongeduld
vlinders van verliefd te verlegen

 

hartschrijn om verlaten zijn
rillen onder zijn kille blik
hunkeren naar ware aandacht en
weerom heimwee naar de horizon

 

hoe zijn geur verdween uit zijn
ochtendjas in de zolderkast

 

verdrietvariaties die de tijd verteerde
tot woordstekjes en dichtbloemen in een
binnentuin en een kinderhand op mijn kruin

 

4-1-2019