Ruimte of afstand

Sommige woorden vallen uit de lucht en blijven liggen
waar ze landen. Andere hangen in de lucht, als de vleug
van een geur of van fluweel. Als je ze streelt, veranderen
ze van kleur, als je een gedicht voor ze vindt, vangt het licht
hun vervoering of lost hun bouquet op in onbeduidendheid.

 

Woorden, eenmaal uitgesproken, vullen longen met
opluchting en harten met hoop. Of met anderhalve
meter angstkramp tussen mensen en monden: geef
ruimte, houd afstand! Daartussen, als bij een onverbiddelijke
bloedband, groeien bouwstenen, bloeit samenhang

 

vol betekenis. Zo zag ik een groenglanzende aventurijn
tussen doffe kiezelstenen op het pad, pakte hem en
vluchtte, stopte, bukte. Ik poetste de kiezels een voor
een en voelde in hun grijze glans het gewicht van
overvloed, de reikwijdte van vertrouwen.

 

 

12-7-20, dichtopdracht poëziecursus les Nuno Júdice 

Gisteravond

Eensgezind besprongen zorgen me
tot ik ze aanlijnde en uitliet
warm was het nog, de lucht vol
van donder en schichten
zwetend keek ik hoe ze speelden met
onweersvliegjes en ziftende muggen.

 

Toen mijn greep verslapte, lachten ze zich
los en vluchtten, ik zag hoe ze stoplichten negeerden,
walsten over rotondes, fietsers kietelden, ruitenwissers
tot razernij brachten.
Woest zette ik de achtervolging in maar
gaf op toen ze giechelend oplosten in de nacht.

 

3-2-2017

Half zes

Ze wordt wakker, staat op. Gevangen in de hitte
die nog in huis hangt, dwaalt ze door de kamers,
voelt de na smeulende warmte die nog altijd
verlamt. Ze opent de achterdeur, staat op de drempel,

 

stil als een standbeeld. Ziet voor zich de zomer
waarin ze voor het eerst kampeerde. Hoe ze,
vroeg wakker, opgerold in haar slaapzak de koele
ochtendlucht proefde, het pas gemaaide gras rook.

 

Het geluid van een trein in de verte wees haar een
andere wereld, weidser en lichter dan haar zolderkamer
waar de lucht zwaar was. Nu staat ze in een andere
wereld en glijdt de geur van gemaaid gras het huis in.

 

Het eerste licht valt op de kerktoren aan de muur,
de naasten in lijstjes lachen haar toe, haar bestaan,
gezien en verstaan. Een eerste merel zingt de dromen
van de dag. Ze wachten op haar wakker zijn om waar te worden.

 

 

12-6-20
Gedicht uit de cursus poëzie, naar aanleiding van de les over Maurits Mok

Er moeten mensen zijn

 
Er moeten mensen zijn
die niet schuilen in coulissen achteraan
maar stevig in het voetlicht staan
en spreken over grote mooie dromen
overtuigen dat wat niet is, beslist kan komen

 

Er moeten mensen zijn
die met open armen luisteren en kijken naar
het kind dat geen woorden heeft voor wat het voelt
die geduldig blijven zoeken naar wat hij bedoelt,
hem in zijn wereld liefdevol omarmen

 

Er moeten mensen zijn
die het bonzen van de buurvrouw op de muren horen
ingrijpen, haar en haar kinderen warm onthalen
die niet in snelle oordelen verdwalen
en ook hem koffie bieden en luisterende oren

 

Er moeten mensen zijn
die als alles eenzaam voelt
direct begrijpen wat je bedoelt
die wenken kom maar bij mij
nog voor je vragen kan mag ik bij jou

 

Er moeten mensen zijn
die wringen en worstelen met woorden,
zoeken naar zuivere letterakkoorden
die haperen, vastlopen, opnieuw beginnen
het onzegbare zeggen in zingende zinnen

 

Het zijn dezelfde mensen

 

 

Inspiratie: Toon Hermans: ” Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken’

 

 
2-10 2015

Woorden (2)

in dicteegelid, Sintgedichten, in schuine
bakken, barse standjes, de meeste na
herkauwen ingeslikt

 

later zoek ik ze met een wichelroede, hoor
ze kreunen ondergronds, graaf ze op,
borstel stoffige schuldrandjes, ontdoe ze
van verouderde uitvluchten en restjes
verjaarde schaamte

 

ik blaas zwaarte weg, veeg schoon
met spuug, wrijf ze glanzend, weeg
ze, bevind ze licht genoeg. Ik strooi
ze rond, getinkel klinkt, een snik
een grinnik

 

Vadertaal en moedertong
verhalen uit eigen grond

 

 
2-11-2019
Cursus poëzie, schrijfopdracht geïnspireerd door het gedicht van Gabriël Smit: ‘Woorden groeien mee, met de jaren’

Zomerdroom

Ik droomde dat ik wakker werd

 

en rook hoe kamperfoelie en lavendel
wulps geurden in de zomerbries, violen
vrolijk vlamden, hoe bessen en frambozen
wit en rood riepen en kersen zoete zwarte
woordjes hingen om blozende oren

 

hoe zonnestralen mijn hoofd leeg zongen
mijn brein bedwongen, hoe mijn huid genas
en leven minder moeilijk was

 

hoe juli-licht het hemelblauw bewaarde
wat onbegrijpelijk leek verklaarde
gemoederen bedaarde hoe
oud verdriet eindelijk verjaarde

 

Ik droomde
 
 
19-7-2017

Denk aan Dirk van Dalen!

Op herhaling, ter lering ende vermaak in hete dagen:
 
Weet je t al van de oude Dirk van Dalen?
Hij bezweek onlangs aan hitte falen.
Van alle kanten kreeg hij tips tegen de hitte:
‘Eet zout, drink veel, airco hoog, blijf binnen zitten.’

 

Dat deed Dirk, zeven dagen zat hij binnen met alle ramen dicht.
Vandaag is hij gevonden, ‘t was een vreselijk gezicht.
Zijn airco stond op tien, hij was geheel bevroren.
De pegels hingen aan zijn neus en aan zijn kin en oren.

 

Want Dirk, altijd al consciëntieus,
nam die adviezen veel te serieus.
Daarom raad ik ieder heel oprecht:
doe nooit klakkeloos wat men je zegt!

 

 

met dank aan en een knipoog voor Annie M.G. Schmidts gesmolten juffrouw Scholten in ‘Pas op voor de hitte!’

 

22-7-2016

Gft-bak

Sloten waarin wolken weemoed zich spiegelen
verweerde daken, bouwvallige bruggen
Monetmozaïek van junigroen

 

Uit de kerk waar ik nooit meer kom
klinkt het orgel als het harmonium
waarop mijn vader destijds speelde
Automatisch zing ik mee
‘die wolken, lucht en winden
wijst spoor en loop en baan
zal ook wel wegen vinden
waarlangs uw voet kan gaan’

 

Mijn voeten gingen van tweehoog
vijfennegentig c naar driehoog vijfenveertig
stopten in deze tuin van drieëntwintig
Van een stinkende stortkoker vol
oud zeer op het keukenbalkon naar
de gft-bak groengeurend naar lavendel
en geluk naast mijn ligstoel in de zon

 

21-9-2019
Uit de cursus ‘poëzie voor gevorderden’:
De opdracht was: schrijf, geïnspireerd door het gedicht: ‘Geplastificeerd’ van Jannah Loontjens, een gedicht waarin je een lastig, onpoëtisch woord verwerkt

Uil olm ezel

Landt een uil in een olmtop,
tobt over zijn bijziende blikveld en
de vergeetgaten in zijn kop.

 

Roept naar de grazende ezel beneden hem:
‘Geef me je geheim voor geluk.’
De ezel pogoot op alle vier zijn poten en
balkt: ‘zwiepstaart zwaarte weg,
waai met alle winden mee en DANS.’

 

De aarde dreunt, de olm kreunt,
de uil hip hopt op de hoogste tak,
draait op een poot rond en stort ter aarde.

 

‘Koekoek’ oehoet de ezel.

 

 

20-1-20
Cursus poëzie, les over Peter Verhelst, inspiratie voor dit gedicht was zijn gedicht: ‘Leeuw, schaap, vlakte’

Laatste vlucht

Zonlicht streelt zijn achterhoofd, zijn blik is gericht
op het weidse wolkendek buiten de cockpit, ver
weg zweeft een ander vliegtuig, een dansende
diamant, oplichtend in de ochtendzon.

 

Zijn stuurknuppel kon weilanden laten stijgen
en wolken omlaag laten glijden in een tijdloos
zweven dat het denken dempte. Tot hij zwenkte
de einder recht zette, vaart minderde, landde.

 

Al zijn vluchten ballen samen in een wit
lijstje achter glas met een doffe veegvlek
op de plek waar vingers vergeefs kroelen
door de krulletjes op dat glazen achterhoofd.

 

resultaat van een dichtopdracht in de cursus poëzie van Margreet Schouwenaar 
28-5-2020