Het laaghangende regenscherm gaat links naadloos over in de IJssel en rechts in weilanden en polderdorpen.
Behendig manoeuvreert de chauffeur de bus van halte naar halte over de smalle kronkelende dijk.
Gedaantes in regenkleding stappen uit en andere in.
Vóór me giechelen twee meisjes boven hun schermpjes.
Achter me kibbelt een grijze vrouw met een kale man over de route.
Ik luister, ruik de geur van natte jassen.
Mijn wijsvinger trekt lijnen over het beslagen raam.
Achter elke streep doemt een flard buitenwereld op.
Gisteren en morgen blijven buiten. In deze rijdende baarmoeder ademen wij elk ons eigen heden.
18-1-2026
Inspiratie: in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen was deze week de opdracht:
‘VAN POËZIE NAAR PROZA
Neem een bekend gedicht en maak hier een UKV van.
Je hoeft het gedicht niet letterlijk te nemen. Laat je inspireren. Het is aan jou of je meteen het gedicht wil noemen of dat je het (eerst) aan de lezer overlaat of het gedicht duidelijk is.’ Ik koos voor het gedicht ‘Afsluitdijk’ van de dichter Vasalis