Chagrijn

Chagrijn groeit op grijze morgens
in november, opstaan is een berg
de ene voet voor de andere zetten
een mount Everestbeklimming

 

Het bittert in brood van gisteren
in vergeefse koppen koffie
het donkert in de ochtend, maait de
middag neer, zwaait de avond aan
flarden, verwaait pas
in de bodemloze nacht

 

7-12-2019
Een gedicht uit de cursus Dichten voor gevorderden.
Geïnspireerd door Judith Herzbergs gedicht: ‘Zorgen werken.’
De opdracht was: schrijf een gedicht over een gevoel, toon door beelden hoe dat gevoel werkt.

Heel even

Hoe hun stemmen schalden over het warme
strand, mensen schreeuwden, meeuwen krijsten.
Ver zwommen ze, de horizon bijna binnen handbereik.
’s Avonds bij het vuur lachten ze het leven losser, de liefde lichter.
Haar ogen straalden, hij genoot van haar mond die hem gul onthaalde.

 

Hoe later die zomer stemmen groeiden in zijn hoofd. Ze
annexeerden zijn lijf, zijn leven. Lang stond hij langs de
waterlijn, zijn blik leeg, zijn hoofd luisterend scheef.
Hij zweeg op haar plagen, haar vragen. Toen ze huilend
in de herfst vertrok, sloot zijn cocon zich hermetisch.

 

Hoe langzaam toen zijn taal verdween, zijn lijf
log werd, zijn huid puisterig. Hoe hij bevend leefde
willoos hun bevelen volgde, schreeuwde, scheurde
sneed, alles in en om hem stuk stak.

 

Hoe hij hunkert naar de spuit die de stemmen doet
zwijgen, die vlak voor hij oplost in chemische mist,
het vacuüm tevoorschijn tovert van die zorgeloze
zomer waar hij even, heel even maar, weer samen is met haar.

 

 

2016

Precies goed

zo zou leven moeten zijn
een vleugje sop een flard werk
een onsje babbel een flinter peinzen
een wandeling groen en stil
zitten aan de oude tafel waar
het schrift wacht, het witte papier naar
me lacht, de pen popelt
het brein krachtig stroomt

 

precies goed

 

Ontstaan in een vijfwoordgedichtensessie met Aaltje op 1-11-2019 waarbij we elk een gedicht schreven waarin vijf willekeurig gekozen woorden verwerkt moesten worden.
In dit gedicht waren dat: Werk, Witte, Schrift, Krachtig, Papier.

Hoe vriendschap

Hoe vriendschap bloeide
een blozend beeld van
onverdeelde aandacht dat
nooit vermoeide

 

tot het, te vaak beproefd,
uit zijn voegen groeide,
oprechtheid vals verkleurde
knuffels zielloos voelden
en elk medeleven
een ironische illusie bleek

 

 

Dit gedicht ontstond in een vijfwoordgedichtensessie met Aaltje op 1-11-2019 waarbij we elk een gedicht schreven waarin vijf willekeurig gekozen woorden verwerkt moesten worden. In dit gedicht waren dat: ironisch, vriendschap, zielloos, beeld, beproefd

Bang

de boze bui van papa
bloemkool met een papje
mama met de mattenklopper
ruzie met mijn zussen
grote mensen die raar kussen
weer mijn fiets verliezen
de tandarts en gaatjes in mijn kiezen

 

een vier voor rekenen
vrij tekenen
het meisje dat het schoolplein regeert
heb ik al mijn huiswerk wel geleerd
dat iedereen kijkt omdat ik links schrijf
dat ik bij gym vergeten achterblijf

 

dat erik mij niet ziet staan
dat fijne dingen over gaan
dat eens alle boeken op zijn
of dat ik ze allemaal heb gelezen
oh dat zal het einde van de wereld wezen

 

11-6-2017

Onbestemd gedicht

Onduidelijk is hoe dit gedicht ontstond
ik droeg het niet, was niet zwanger van de zinnen
het leeft sinds ik opstond, hoeft enkel wat geschikt
en geschaafd; een fluitje van een cent hoewel de
groene olijf zonder pit en zonder peper zich
steeds weer opdringt, naar binnen wringt

 

Wat de zin van dit gedicht, zijn bestaansrecht, is
welke betekenis en diepere lagen erin schuilen
is vooralsnog in nevelen gehuld

 

Wel wordt de tijd de energie de fantasie
die het vergt, vergezeld van een luie grinnik

 

Ik hoor de kritiek in je vriendelijke vragen, zie je
wenkbrauwen fronsen maar kan nut en waarde
niet verklaren en evenmin of het een doelgroep heeft

 

Hoe dit gedicht afloopt waar het heen gaat, ik weet
het niet, mogelijk laat de olijf zich eten nu
de woorden weigeren te worden ingeslikt.

 

1-10-2019
Geschreven in opdracht van, geïnspireerd en van feedback voorzien door
Margreet Schouwenaar in de cursus Poëzie voor Gevorderden september 2019
Inspiratiebron voor dit gedicht was het gedicht van Matei Visniec: ‘Over hoe dit gedicht gaat eindigen valt vooralsnog niets te zeggen’

Met bakken

Van het kerkdak stort een waterval
fonteinen stuiteren op schuurdaken
beekjes klateren langs regenpijpen

 

nesten vogeleitjes klotsen over dakgootranden
tussen dakpannen zoeken slinkse stroompjes
zijpaden naar groeiende bruine vlekken op witte plafonds

 

onophoudelijk tikken druppels in emmers en teiltjes
snotteren ramen onbedaarlijk
braken putten bruine golven modder

 

ruitenwissers knappen paraplubaleinen
bezwijken plasjes plonzen in nekken, straaltjes
sijpelen in halzen truien mouwen doordrenken klamme
kleren voeten soppen in lekke laarzen
neuzen snikken snot met regentranen

 

het jongetje in het rode jasje zoekt
de grootste plas
neemt een aanloop
springt juichend het mooiste bommetje ooit

 

12-7-2017

Tweeseptemberhaiku

 

Rouw brandt jaarringen
die schrijnen in het zonlicht
en nooit verjaren

 

(Een haiku is een van oorsprong Japanse dichtvorm die gaat over een zintuiglijke ervaring waarbij emotie niet wordt benoemd maar wordt opgeroepen.
Een haiku bestaat uit drie regels met achtereenvolgens vijf, zeven en vijf lettergrepen. Een haiku rijmt meestal niet, ritme en klank versterken de gevoelswaarde.)
19-4-2018

Gedachte

Zoekend woelen
mijn handen in de aarde
tasten naar verborgen
bloembollen

 

amper opgemerkt
glijdt in mijn ooghoek
een gave gedachte
schuin mijn hoofd in
golft langs mijn geheugen
tipt een herinnering aan

 

waaiert zonder woorden
weer weg
warm koestert de zon
mijn haperende handen

 

28-5-2016 

Ochtend

In de serie ‘Dichten met Aaltje’, hier een deel van onze oogst van 14 augustus jl.
Deze dichtregel van Bert Voeten uit zijn gedicht: ‘Luisteren in de ochtend’ verwerkten we elk in een gedicht:
‘Op het netvlies van de ochtend
Beweeg ik mij zonder zwaarte’

 

Dit werd het bij mij:

 

Ochtend

 

Traag breekt buiten het
donker van de nacht, stemmen
drijven naderbij zoemen een
vederlichte zwanenzang

 

eindelijk niet meer bang
kom ik overeind, zonder
zekerheden beweeg
ik mij zonder zwaarte op
het netvlies van de ochtend

 

Dit juweel maakte Aaltje er van:

 

Op het netvlies van de ochtend
beweeg ik mij zonder zwaarte,
de aarde onder mij tolt onverstoorbaar
haar baan met de zon in de rug.

 

Ik keer niet meer terug, ik stijg
zodat het suist, ik ben niet ontevreden.
Hogerop kus ik de wolken zacht en teder
en lichtelijk beneveld rust ik wat uit.

 

Zo voelen engelen of vogels zich
en dronkaards met teveel aan neuten,
als je daar in gelooft, mijn vleugelslag
zoeft haast geluidloos, en wat licht

 

is dit, uiteindelijk vlieg ik niet elke dag.
De ochtend geeft mij ogen met het licht
van zien, beweeg me zonder zwaarte.
Ik zie ze vliegen maar dat mag.