1980
De peuterspeelzaal was niet besteed aan jongste.
Maar, dankzij de enthousiaste verhalen van oudste, wilde hij wel naar de kleuterschool.
Toen ik hem de eerste ochtend ophaalde, vertelde juf Tonnie dat het prima was gegaan. ‘Alleen kringactiviteiten, daar heeft hij niet zoveel zin in.’
‘Dat is niet erg hoor’, suste ze toen ze mijn verbaasde gezicht zag, ‘als wij in de kring zitten, loopt hij een beetje rond en speelt met alles wat hij ziet, ik laat hem maar.’
En, toen ze mijn vragende blik zag: ‘Zeg er maar niks van, het komt wel goed.’
Thuis vroeg ik Rik hoe hij het vond op school.
Zijn ogen lichtten op: ‘Mama, daar is zoveel speelgoed! En je mag met zand spelen! Binnen!’
Hij genoot, dat was duidelijk.Toen ik een week later vroeg hoe het ging, vertelde juf Tonnie dat hij af en toe stilletjes in de kring erbij kwam zitten, rond keek, na een paar minuten opstond en door het lokaal wandelde.
‘Ik laat hem maar begaan‘, zei ze vertederd, ‘het is zo’n lief jongetje ’het komt wel goed.’
Na een paar weken deed hij mee met alles.
Leve juf Tonnie.


