Septembers, een Loukverhaal

September 2007 blijft een onvergetelijke september in mijn herinnering: Kleinzoon Louk is een welvarende blije baby van vier maanden als zijn linkerarmpje trilt.
Het blijkt het eerste zichtbare symptoom te zijn van het syndroom van Dravet en vormt daarmee de start van achttien jaren gewijd aan het zoeken naar antwoorden op de vraag: hoe Louk het beste leven te geven dat mogelijk is, rekening houdend met de onuitwisbare impact die het syndroom van Dravet heeft op zijn dagelijks leven.
En op zijn omgeving.

 

Achttien jaren doen papa en mama alles wat ze kunnen om Louk de zorg en de liefde te geven die hij nodig heeft.
Dat lukt hen wonderwel: Louk is een blij en tevreden mensenkind, ondanks de onbedwingbare epilepsie en grote  ontwikkelingsachterstand.
Het vergt, zeker bij tegenslagen en diepe dalen, heel veel van hen.
(en dat is nog zacht gezegd …)

 

Weer is het september en weer vind ik deze maand onvergetelijk.
De afgelopen weken appen papa en mama foto’s waarop ik de metamorfose kan volgen van een neutrale witte kamer die wordt omgetoverd in een fijne nieuwe thuisplek voor Louk.
Gisteren was de kamer klaar en mochten Louk en ik hem zien.
Louk keek rond en lachte en was meteen verliefd op de giraf op de muur. Papa en mama hebben eer van hun werk:

En ik?
Ik zag hoe Louk lachte en dat hij zich meteen thuis voelde.
Maar ik keek en luisterde ook, en best wel kritisch moet ik toegeven, naar de medewerkers die we ontmoetten.
En slaakte een zucht van verlichting toen ik zag hoe opgewekt de sfeer in dit huis is.
En hoe goed en zorgvuldig de komst van bewoner Louk is voorbereid.
Maar vooral: hoe lief ze met hem omgaan.
Louk gaat het vast goed hebben hier.

Deze mijlpaal maakt september 2025 net zo onvergetelijk als september 2007:
Vandaag verhuist Louk naar zijn nieuwe woonplek, in Nootdorp.
Slechts twintig minuten van Rotterdam Noord vandaan: zijn basis waar hij natuurlijk ook nog vaak zal zijn.

 

 

21-9-2025

Sporen

Zijn sporen toen hij was vertrokken.
Een onvergetelijk mengsel van tabaksgeur, warme handen, ogen vol liefde en verheerlijkte verhalen over vliegen.
Hoe hij dingen vergat, verloor.
Zijn huissleutel, autosleutel, Zippo, bril, pet, ING-pas, portemonnee.
Mijn ergernis, vertaald in preken, woede, schouderophalen, grijnzen.
Mijn verbijstering als ik zag dat iemand op zijn schouder tikte, als de telefoon ging of er werd aangebeld: ‘Is dit van u?’
Of als zijn portemonnee ineens op de mat plofte.
Nooit bleef iets kwijt, alles kwam terug.

 

Vorige week vond ik mijn afvalpasje op de mat.
Ik wist niet eens dat ik het kwijt was …

 

 

2-9-2025

Dit verhaal werd op 5 september  2025 in de schijnwerpers gezet door de Facebook pagina Ultrakorte Verhalen (van Schrijven Online) als een van de vijf leukste/opvallendste  ultrakorte verhalen van de afgelopen week

Levenslust

Ik ontdekte hem toen ik de verbrande bloemschermen uit de zieltogende hortensia plukte.
Beschut door hortensiablad rees uit de uitgedroogde aarde een fiere stengel met een kleine knop in top.
Een aangewaaide gift van de zon, een verre nakomeling van Vincents onuitwisbaar in het geheugen gegrifte zonnebloemen.
Maar vooral een late nazaat van de uitbundig bloeiende zonnebloemenfamilie die me ooit hier door de eerste rauwe weken van rouw hielp.

 

Ik koester de dappere solist met water, aarde en aandacht.
Dagen van gedijen glijden voorbij.
Van wiegen op de zomerwind, van wenden naar de zon en warmte absorberen.
Op de dag dat hij zich opent, toont hij me zijn hart.
Ik dank hem zoals kleinzoon Louk dat woordloos doet: buigend met de hand op mijn hart.

 

27-8-2025

Garantie

De AIOS (arts in opleiding tot specialist), een vriendelijke jonge vrouw, stelt heldere vragen, luistert goed naar mijn antwoorden, noteert ze.
In de onderzoekskamer onderzoekt ze me zorgvuldig van top tot teen.
Kondigt aan dat ze de neuroloog erbij gaat halen.

 

We wachten.
Dan zwaait de deur open.
Een fiere gestalte, groot en breed, vult de deuropening.
Een gebruind gezicht, volle haardos, vorsende blik, stevige handdruk.
Hij doet haar onderzoek nog eens dunnetjes over, corrigeert haar op sommige onderdelen, streng en zakelijk.
Ze knikt, ze krimpt zichtbaar onder zijn woorden.

 

Na afloop van zijn onderzoek wijst hij ons zijn spreekkamer en loopt vast vooruit met haar.
Ik kleed me aan, fluister tegen zoon terwijl ik mijn schoenen aan doe: ‘Die man is echt veel te knap, Mc Dreamy eat your heart out.’
Zoon schiet in de lach.

 

Opgewekt stappen we Mc Dreamy’s spreekkamer in.
Hij troont in het midden achter zijn bureau, rug kaarsrecht, schouders breed, handen op tafel, wijdbeens.
Rechts van hem zit de AIOS, enigszins ineengedoken en zwijgend.

 

Vanaf zijn onneembare vesting kijkt hij me doordringend aan, wacht even, steekt dan van wal.
Hij heeft extra tijd uitgetrokken voor dit gesprek!
‘Om u gerust te stellen! Want ik lees dat u erg angstig bent voor een herhaling van uw slechte ervaringen in december!’
Hij spreekt in uitroeptekens.
Hoewel ‘erg angstig’ wat zwaar is geformuleerd, laat ik het zo, dat de medische misser van toen hier en nu wordt erkend, is tenslotte ook wat waard.

 

Uitgebreid bespreekt hij de recente onderzoeksuitslagen, zijn eigen bevindingen en de conclusies die hij daaruit trekt, regelmatig controlerend of we hem nog volgen en vragen hebben.
Na een half uur vraagt hij: ‘En, bent u gerust gesteld?’
Ik peins, wissel een blik met zoon.
Die zegt hardop wat ik denk: ‘Dus als wij u goed begrijpen was de toen niet onderkende acute verslechtering van de klachten en alle ellende die daar het gevolg van was, een eenmalige fout, een uitzondering?’

 

Hij zwijgt, speelt met zijn pen, zijn blik glijdt door de kamer.
Wij wachten rustig af, de AIOS bekijkt hem stilletjes van opzij.
Hij kijkt ons weer aan, wat afstandelijker.
Zegt dan voorzichtig: ‘Wat er gebeurde was niet te voorzien want een acute verslechtering zoals bij u, is atypisch bij dit ziektebeeld.’
Bijna ongemerkt haalt hij zijn schouders op: ‘Maar ja, het overkwam u wel.’
Eensgezind knikken wij: ‘Precies!’
Dat negeert hij.
Met nadruk vervolgt hij: ‘Toch acht ik, op grond van de laatste onderzoeken, uw huidige klachten niet urgent.’
Hij kijkt op zijn horloge en sluit af met de zin waarmee hij van zijn voetstuk valt: ‘Maar u snapt natuurlijk wel dat ik geen garanties geef.’

 

Dat zei Mc Dreamy nooit.

 

18-8-2025

CorAaltjes Onmacht Benaderingen

Gezondheidsperikelen en praktische bezwaren belemmerden ons een tijd maar onlangs lukte het weer: we kozen vijf willekeurige woorden, dit keer uit: ‘Beladen huis‘, Memoir van Christien Brinkgreve (leestip!).
Dit zijn de woorden die we elk in een gedicht verwerkten:
Ingewikkelde Goed Verschrikkelijk Benaderingen Groot

 

Uit Aaltjes pen rolde dit gedicht:

 

Onmacht

 

Groot was mijn tegenstand.
Ik gruwde van je ingewikkelde
benaderingen waarin je draaide
en terugweek in ontkenning
stampvoetend van onmacht.
Zo volwassen in grootte,
zo klein in zijn.
Verschrikkelijk, je brede rug
waarachter de klap
van de deur naklonk in
de verlaten straat.

 

En zo verwerkte ik de woorden:

 

Benaderingen

 

Er lag een olifant in de achtertuin
geveld in de lavendel, groot
grijs omringd door paarse knoppen

 

hij trompetterde ‘il silenzio’, de vlinders
in de sering deinden vredig mee
weemoed druppelde langs mijn wangen

 

woorden waren overbodig, hij rolde
om, schurkte door het groen tot hij
goed lag, gaapte en viel in slaap

 

het grootste landdier ter wereld is
thuis in mijn tuin, dat is niet verschrikkelijk
of ingewikkeld. Dat is goed

 

6-8-2025

Slagveld

Als ik kookte, verzamelde ik ingrediënten, sneed ze, bakte, kookte. Dekte ondertussen de tafel, waste, als alles klaar was, vast de pannen af, dat scheelde zoveel bij de afwas.
En sopte en passant ook vast het aanrecht en het gasstel.

 

Als hij kookte, meed ik de keuken.
Pas na zijn verrukkelijke chili con carne durfde ik de confrontatie aan met de, hem eigen, culinaire chaos in de keuken, die oogde of er een orkaan van bonen, rijst en tomaten had gewoed.
Elk oppervlak was bedekt met spetters olie en klodders tomatensaus, de vloer bezaaid met ontsnapte uienschillen, vurige peper- en paprikaschilfers en gevluchte kidneybonen.

 

Maar altijd was er, midden op het aanrecht, een kleine oase van rust: een koffiemok, nog halfvol zwart met suiker.
Pal daarachter, leunend tegen de achterwand, een WO2-boek, opengeslagen bij de Slag om Arnhem.

 

Mijn moeders heerlijke hachee, zijn hemelse chili, hoe ik ook mijn best doe, nooit smaken ze meer als toen.

 

1-8-2025

Te laat

Ze stappen voor me de bus uit.
Achter hen loop ik naar mijn huis.
Hij sjokt voetje voor voetje, met zijn ene arm leunend op een stok, zijn andere arm gehaakt in de hare.
Ik haal ze niet in, ik loop ook niet snel.

 

Als hij ineens stopt, vertraag ik ook.
Op gepaste afstand, dat wel maar toch hoor ik hen praten.
Hij kijkt haar aan, hijgt: ‘Ik ga stoppen.’
Ze reageert als gestoken: ‘Met roken?’
Hij knikt: ‘Maar nou echt.’
Vinnig zegt ze: ‘Dat heeft nou geen enkele zin meer hoor, het is al veel te ver heen zei die dokter toch. En trouwens, je bent niet te genieten als je niet rookt, dat trek ik niet nog een keer dus rook nou maar lekker door.’
Ze klinkt zo boos, zo bezeerd.
Hij zucht, grijpt haar elleboog, langzaam lopen ze verder.
Haar schouders gespannen hoog, de zijne moedeloos laag.
Bij hun achtertuin staan ze stil, hij leunt tegen de schuurmuur, zij opent het hekje, pakt zijn elleboog, leidt hem naar binnen.
Doet het hekje op slot.

 

Als ik mijn achtertuin in kom, ga ik zitten.
Het motregent, ik merk het niet.
Met natte wangen staar ik naar de paarse pluimen van de vlinderstruik.
28-7-2025

Zelfkennis

Ik hou ze haast niet in bedwang bij
het gebral van bejaarde kleuters en
nonsens debiterende betweters:
mijn lange tenen, lekkende traanbuizen
vileine invallen, spontaan gespuwde
gal, quasi kokhalzen, eisende
wijsvinger en verticale middelvinger:

 

hun splinters bezeren me meer
dan mijn eigen blinde balk

 

25-7-2025

Ma chère Lisette

Het thema van de schrijfopdracht (#568) van Schrijven Online deze week is: ‘Penvriend’, schrijf een kort verhaal waarin het zwaartepunt kan zijn dat een ontmoeting niet door kan gaan, of dat de schrijver lijdt onder huiselijk geweld of is gediagnostiseerd met een levensbedreigende ziekte.’
Mijn fantasie ging met alle drie facetten aan de haal:

 

Ma chère Lisette,

 

Ik zag je berichten maar kon niet reageren. Als hij tijd heeft, maakt Piet mijn smartphone. Daarom deze keer een ouderwetse papieren brief.
Best moeilijk met een dicht rechteroog en een pols in het gips. Gisteren liep ik door een glazen tussendeur, stom hoor.
Links schrijven valt tegen, kan je het lezen?
Piet belooft om te corrigeren wat onleesbaar is, voor hij deze brief post.

 

Hier alles goed. Voel me vaak moe.
We kunnen je bezoek misschien beter uitstellen, Piet vindt logés nu te druk voor me. Hij zorgt zo goed voor me.
Jammer hè, misschien volgend jaar?

 

Adieu

 

Laura

 

 

24-7-2025