Tien september

Vijfenzeventig zou je zijn vandaag
Ik lees een thriller in de tuin
langs de zon glijdt een vliegtuig
leven lijkt licht en zacht en simpel

 

Ik lees een thriller in de tuin
ik zweef weg van de wereld
leven lijkt licht en zacht en simpel
ik vermijd bewijzen van het tegendeel

 

ik zweef weg van de wereld
zorgen blaas ik hoog het heelal in
ik vermijd bewijzen van het tegendeel
moeiteloos mengen septembers zich in mij

 

zorgen blaas ik hoog het heelal in
lichter was ik nooit
moeiteloos mengen septembers zich in mij
herinneringen komen als je niet kijkt

 

lichter was ik nooit
langs de zon glijdt een vliegtuig
herinneringen komen als je niet kijkt
Vijfenzeventig zou je zijn vandaag

 

 

10-9-2023
Dit is een pantoum, een gedicht opgebouwd volgens dit schema:
Regel 5: is gelijk aan regel 2
Regel 7: is gelijk aan regel 4
Regel 9: is gelijk aan regel 6
Regel 11: is gelijk aan regel 8
Regel 13: is gelijk aan regel 10
Regel 15: is gelijk aan regel 12
Regel 17: is gelijk aan regel 14
Regel 18: is gelijk aan regel 3
Regel 19: is gelijk aan regel 16
Regel 20: is gelijk aan regel 1

Tevreden Beeld

Het was warm en buiten werd er gesnoeid en gehamerd van jewelste. Maar wij trokken ons daar niets van aan.
Op Aaltjes bloeiende balkon, dichtten wij.
En hoe!
We kozen woorden uit ‘Nachttrein naar Lissabon’ van Pascal Mercier.
Dit waren de woorden in de eerste ronde:
Belevenissen, Beeld, Zweet, Vast, Tevreden
Dit is Aaltjes gedicht:

 

Tevreden

 

De belevenissen met het beeld
houden het zweet vast, tevreden
veegt hij het voorhoofd, lacht
in zichzelf en vingertopgevoelig

 

streelt hij het marmer zacht.
Jaren van houwen en gutsen,
eelt als kussens in zijn ruwe handen
jagen de beitel als wapen tegen macht

 

van rillend versteend verzet
tot rivieren en kloven, door de
berg van oertijd tussen zijn vingers.
Het is gelukt. Hij zweet tevreden.

 

Onder zijn warme hand leeft het.

 

 

Dit is mijn gedicht:

 

 

Beeld

 

 

Heet was het, de zon brandde, zijn
brein pruttelde pap van gisteren
en zo even. Hij veegde zweet van
zijn wangen of waren het tranen
hij wist het niet of nog niet, weigerde
stil te staan bij belevenissen
van zo lang geleden, wilde tevreden
blijven in het heden.

 

Maar het meisje op de
foto bracht onweerlegbaar
het beeld naar vandaag:
hoe ze de pop vast klemde in haar
armen, hoe haar ogen wanhopig
hem aanstaarden, door hem heen keken.
Hoe hij weer verstarde.

 

 

4-9-2023

Beven

Als een mitrailleur ratelt de stem gif en gal in zijn oren.
Inwendig spreekt hij zichzelf toe: luisteren, alleen luisteren nu, laat hem eerst maar even aflopen. Begrip tonen voor allebei. Vertrouwen uitspreken dat ze er samen uit zullen komen. Geen adviezen geven. Geen partij kiezen.
Maar de stem vuurt onverminderd door: ‘Straks doe ik haar nog eens wat áán!’
Hij schrikt, zijn hartslag stijgt tot ongekende hoogten, nee, niet weer dit dreigement.
Sussend probeert hij dit tij te keren, zegt op luchtige toon: ‘Hoho, jij mag mijn meisje niks aandoen, hoor.’
De stem kalmeert, grinnikt zelfs even kort.
Dan: ‘Ik kan er natuurlijk ook zelf een eind aan maken, haha.’
Hij weet geen weerwoord.
Legt de telefoon neer.

 

Rookte hij nog maar, hij zou iets geven voor een sigaret nu.
Hij zoekt zijn jas, de knopen willen niet dicht, laat ook maar.
Schuifelt naar zijn rollator, naar buiten nu, de frisse lucht in.

 

Pas uren later stopt het beven in zijn lijf.

 

 

1-9-2023

Momentopname

In Gouda stroomt de coupé vol.
Overvol.
Ik vind nog net een plekje.
Een vrouw wurmt zich door het inmiddels volle gangpad.
We dragen dezelfde blouse, zie ik, zonnig geel, mouwloos.
Ik vang haar blik, wijs naar onze blouses: ’Leuk spul heeft de Hema hè?’
Ze lacht.
Uit de kooi op de schoot van het meisje tegenover me klinkt gemiauw.
Ze maakt sussende geluiden maar het miauwen zwelt aan tot sirene-achtige decibellen.
De vrouw naast haar kijkt afkeurend naar de kooi.
Ze niest en belandt in een luidruchtige blafbui die uit haar tenen komt.
De gerimpelde grijze hippie in het gangpad staart me aan, te lang, te intens.
Ik wend me af, kijk naar buiten, een schilderij vol schapen, koeien, bossen, bloeiende hei vliegt voorbij.
Ik doe mijn earphones in.
De tijd vertraagt.
In mijn oor bast Leonard: ‘I’m your man.’
If only.
Een verkorte versie van dit verhaal was een van de vijf verhalen in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen die door Schrijven Online op een september in de schijnwerpers werd gezet
 
24-8-2023
 

CorAaltjes Zolder – Het Grote Misschien

Nog een ronde CorAaltjes, deze keer met de woorden: Balken, Langs, Vinden, Zien, Misschien.
Deze maakte ik:

 

 

Zolder

 

tasten langs lage balken
zoeken in stoffige hoeken
waarom laat het verleden
zich niet meer zien? Waar kan
ik nog flinters vinden van
toen of is het echt te laat
misschien?

 

 

En deze is van Aaltje:

 

 

Het Grote Misschien

 

Misschien hoort iemand het balken
van de kalveren als hun moeders
wordt afgenomen waar hun kinderen
recht op hebben. Ze vinden het niet
gewoon. Kom! Vort! Sodeju.
Verloren en blaterig dralen ze
in de groene wei. Misschien ziet iemand
de bibberige bonkige lijven golvend
op zigzagpoten met opgeheven kop
vragend naar de hemel staan.
En misschien, maar misschien…

 

 

14-8-2023

Het Grote Misschien – Zuivering

Gisteren dichtten Aaltje en ik weer samen, een vruchtbare dag! We kozen vijf willekeurige woorden, deze keer uit ‘De omweg’ van Gerbrand Bakker en verwerkten die in een gedicht, een CorAaltje.
Ik maakte dit gedicht rond de woorden: Vogels Raken Fles Badkamer Vegen:
 
Zuivering

 

Veeg op die scherven, verzamel die
flessen, boen de badkamer, poets weg
wat was, weg het weten, weg het
voelen, verwijder onverbiddelijk alles
wat open zenuwen raakt en doet
rillen, doet piepen als kuikens
smekend om voedsel, als vogels
schreeuwend om aandacht.
Of liefde

 

 

14-8-2023

Murmelen

Dat ze drie onderbroeken tegelijk aantrekt, ach, hij haalt gewoon een stapel nieuwe bij Zeeman.
Dat ze lepeltjes verzamelt, wat maakt het uit, als hij een lepeltje nodig heeft, wacht hij tot ze weg doezelt en de greep op haar handtasje verslapt, dan haalt hij ze er allemaal weer uit.
Dat ze haar gebit steeds uit doet waardoor haar woorden onverstaanbaar worden, niet erg, hij begrijpt haar toch wel.

 

Als ze samen op de bank zitten, verstaat hij haar gemurmel door de klank van haar stem, hoe ze hem vol liefde aankijkt, en haar hand op zijn hand legt.

 

Er is plaats voor haar in het verpleeghuis, zegt de brief.
Weer verscheurt hij hem.

 

 

7-8-2023
Inspiratie: het Woord van de Week in de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen

Moederschap

De bus rijdt stil en bijna leeg langs de IJssel.
Tot zij instappen: een moeder met vier kinderen.
Ik schat haar nog geen dertig en de kinderen alle vier onder de vijf.
Ze vullen de bus met een wirwar van tassen, armpjes, beentjes, en hoge stemmetjes in verschillende geluidssterktes.

 

Gedecideerd dirigeert moeder de twee oudsten naar raamplaatsen op de banken achter de chauffeur: ‘Daar zitten blijven en naar buiten kijken, tel de boten maar.’
De derde plant ze voor het raam op de bank achter hen: ‘Op je billen zitten en boten kijken.’
Hij protesteert heftig: ‘Ikke daar zitten.’
Maar daar heeft ze geen boodschap aan: ‘Nee, jij zit bij mama!’
Om zijn ontsnapping te voorkomen, zet ze zichzelf naast hem, plant de kleinste op haar schoot en een berg volle tassen rond haar voeten.

 

Een en twee zitten braaf op hun raamplaatsen en tellen hardop boten: ‘Een, twee, drie, o nee dat is een boei, vijf, nee vier, mama tellen roeiboten ook mee?’
Mama, druk met drie en vier, reageert desondanks meteen: ‘Nee hoor, alleen de grote boten tellen mee, begin maar opnieuw.’
Ondertussen legt ze drie uit dat hij echt moet blijven zitten want als hij gaat lopen, kan hij vallen door de bewegingen van de bus: ‘en dat wil je toch niet?’
Drie zwijgt, denkt na, knikt, kijkt naar buiten maar hij is te klein, hij ziet alleen wolken.
Vier, bij mama op schoot, benut de plotse stilte, uit haar tandeloze mondje stijgt een hoog aanhoudend gegil op.
Drie schrikt, is meteen klaar met kijken naar de wolken en valt haar huilend bij: ‘Ikke boten kijken!’
Geschrokken kijken een en twee om en roepen staccato: ‘Mama mama mama.’

 

Ik zit erbij en kijk ernaar.
Voel me oud.
Peins: wat is moederschap soms toch een lawaaierige, bijna bovenmenselijke opgave.
Zou ze er wel eens spijt van hebben?

 

Zij heeft geen tijd om te peinzen.
Kalm legt ze een en twee uit dat ze rustig kunnen blijven zitten, er is niks aan de hand.
En ze kunnen al heel goed tellen, komen er nog meer boten aan?
Gekalmeerd draaien ze zich weer naar het raam en tellen verder.
Drie aait ze over zijn bol: ‘Stil maar, je moet echt hier blijven zitten maar zo kan je geen boten zien hè, dat gaan we veranderen.’
Ze deponeert vier over haar rechterschouder en tilt drie op de vrijgekomen plek op haar schoot en schuift naar het raam: ‘Zo, nou kan je de boten wel zien hè?’
Hij valt in een klap stil, draait op haar schoot tot hij op zijn knietjes zit en de boten ziet, wijst: ‘Mama kijk, hele grote boot.’
Vier krijst nog steeds op mama’s schouder, tot ze mij ziet, op de bank achter hen.
Ik zwaai naar haar.
Het gekrijs dooft uit, haar mondje klapt dicht.
Ik lach, ze kijkt me ernstig aan.
Ik steek mijn tong uit, ze kraait.
Mama grijpt een fles uit een van de tassen bij haar voeten, en houdt haar die voor. Midden in een kraaiend schaterlachje pakt ze de speen, begint te drinken.
Binnen een minuut vallen haar ogen dicht.

 

  
De rust in de bus is weldadig.
Ze viel niet uit, werd niet boos, niet ongeduldig.
Niet een keer verhief ze haar stem, greep er een stevig vast of dreigde met straf.
Ik weet het zeker: zij heeft geen spijt.

 

 

4-8-2023

Teder

In de Facebookgroep Ultrakorte Verhalen was vorige week het Woord van de Week: Poep. Het inspireerde me tot een verhaal maar ik weifelde met plaatsen.
Het volgende Woord van de Week was: Teder.
Toen wist ik het: die titel past beter bij dit verhaal!
Vandaag is dit verhaal door Schrijven Online in de schijnwerpers gezet als een van de vijf leukste, mooiste, origineelste verhalen van de afgelopen week. 

 

Als ik de kamer in kom, staat hij gebogen, handen op de vensterbank, rug gekromd.
Haastig trek ik hem mee naar de wc, misschien nog op tijd.
Als ik zijn broek en luier open, bereikt de geur mijn neusgaten.
Hij kan er niks aan doen, ik weet het.
Toch zucht ik, bah.
Ik zak op mijn knieën en maak hem schoon, voorkant, achterkant, een lastige klus bij zijn puberende lijf.
Als mijn handen smerig worden, vloek ik in stilte, veeg ze af, ga door.
Hij staat stil, zwijgt.
Dan voel ik het.
Op mijn kruin.
Zijn lippen.
Heel zacht.

 

25-7-2023

 

‘Teder’ werd op 22-9-2023 ook geplaatst in het katern Alice van de digitale versie van Schrijven magazine Plus, als een van de leukste vijf ultrakorte verhalen van de afgelopen twee maanden.

CorAaltjes Droom Trots

Aaltje en ik dichtten weer samen.
We kozen woorden uit een boek van René Diekstra en verwerkten die in een gedicht. 
Dit waren de eerste vijf woorden: Onheus, Kind, Kijken, Trauma, Dromen.
Zo verwerkte Aaltje ze in haar gedicht:

 

Droom

 

Het kind, nauwelijks de neus
tot de tafelrand, wil kijken wat
appeltaart zal worden door moeder
die het deeg om en om klapt.

 

In oren klinkt de moederstem
van onheus tot later trauma
Dromen van meedoen worden    
droge kruimels van krenten en meel.

 

 

En dit is mijn gedicht met die woorden:

 

Trots

 

 
Ik wandelde en zag een meisje, ze
werd gepest, ik stopte om in te grijpen
maar ze verstijfde niet, vluchtte niet
verdween niet in verongelijkte dromen
over aangedaan onrecht en
onheus behandeld worden, nee

 

ze wees me weg. Geboeid bleef ik
kijken hoe ze zich losrukte uit mijn
versleten deja vu en vocht met haar
vuisten tot haar belager verslagen
bad om genade. Grootmoedig gaf
ze toe. Transformeerde trauma in trots

 

 

26-7-2023