In de supermarkt werkte ik mijn boodschappenlijstje af.
Het schap met aandacht was leeg, ik vroeg een vakkenvuller of de aandacht op was.
Hij verdween naar het magazijn.
Ik wachtte.
Toen hij eindelijk terugkwam, gaf hij me een stoffige verkreukelde portie aandacht.
Vragend keek ik hem aan, hij schokschouderde: ‘Er is weinig vraag naar, dus weinig voorraad maar deze lag nog achter een pallet bloemkool.’
Ik bedankte hem maar hij had zijn oortjes alweer in en vulde het vak met energydrinks bij.
Voor de kletskassa stond een lange rij.
Ik nam de snelkassa.
Thuis dronk ik koffie met aandacht.
Hij rook muf.

