Meespelen

Twee keer per dag brengen en halen wij, moeders, ons kroost naar en van de (toen nog) lagere school.
Lopend of soms met de fiets.
Vaders namen nauwelijks deel aan dit ritueel.

 

Die ochtend, het zal begin jaren tachtig zijn geweest, voegt zich een nieuwe moeder bij ons.
Ze stelt zich voor, vraagt naar onze ervaringen met deze school.
We praten tot de schooldeur opent en er een golf gillend grut uitstroomt.
De mijne heeft geen haast zie ik, hij is nog druk in gesprek met vriendjes.

 

Terwijl ik op hem wacht, sla ik gade wat er naast me gebeurt.
Het dochtertje van de nieuweling drentelt achter de groep aan, een klein meisje met een wijze peinzende blik.
Haar moeder loopt naar haar toe, knuffelt haar maar ze worstelt zich los.
‘Hoe was het in je nieuwe klas?’
Ze zucht: ‘Iedereen heeft hier al vriendjes.’
Het gezicht van haar moeder betrekt en ik leef mee, met haar en met haar dochter.
Een nieuw huis, nieuwe school, nieuwe buurt, het is ook niet niks.

 

Moeder aait over dochters hoofd: ‘Heb je meegedaan in het speelkwartier?’
Het meisje, beteuterd: ‘Ja.’
‘Dat is fijn. Toch?’
‘Mama, ik mag wel meespelen maar ze doen niet wat ik zeg.’
Haar moeder zwijgt, pakt haar hand, ‘Ga je mee naar huis?’
Het meisje knikt.
‘Wil je brood met pindakaas? Of hagelslag?’
Het kindergezichtje klaart op, ‘Pindakaas’!

Zo lang geleden, dit voorval, het wil niet weg uit mijn geheugen.
Ik blijf nieuwsgierig.
Of ze nog meespeelt, mág meespelen.
Of ze opkomt voor wat zij wil of zich aanpast.
Of ze de balans heeft ontdekt tussen geven en nemen.

 

3-1-2026
 

2 thoughts on “Meespelen

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *