Proef liggen

Ze vragen me het hemd van het lijf:
‘Bent u een rugslaper, of zij, of buik? Slaapt u kort, lang, licht, diep? Op schuim? Op klei? Of op water? Springvering misschien? Slaapt u elektrisch?’
Mijn mond valt open.
Ik heb geen idee.
Ik wil gewoon een lekker bed.
Ze fronsen, wisselen blikken uit.
Dan zegt de een: ‘Dan kunt u beter eerst proef liggen, mevrouw.’

 

Het eerste bed ligt verrukkelijk.
‘Heerlijk, dit bed wil ik hebben’, zeg ik genietend terwijl ik me uitrek.
Weer wisselen ze blikken uit.
Dan: ‘Dit bed is te zacht voor uw formaat, mevrouw.’

 

Zuchtend ga ik door met proef liggen.
Met gesloten ogen, om hun vragende blik te vermijden, lig ik op mijn zij, rol op mijn rug en draai weer terug.
De deinende variant maakt me zeeziek.
De puur natuurversie kriebelt.
De volgende verspreidt een doordringende kilte in mijn botten. Dat klopt, zeggen ze, het duurt even voor de matras lichaamswarmte opneemt.
Schielijk schiet ik overeind, ik wil een warm bed.
Op naar het volgende.

 

Dat bed is hard, wat heet, dit is een plank.
Mijn rug scheldt me uit.
Mijn schouders verkrampen.
Met mijn ogen dicht lig ik en besef: dit bed voelt als een doodskist.

 

Kreunend krabbel ik overeind.
Met verwachtingsvolle blikken vragen ze: ‘En mevrouw, een keus gemaakt?’
Ik knik: ‘Ja, in mijn kist wil ik die eerste.’

 

14-12-2018

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.